Planeet…. bij ons ben je veilig

Vandaag in de Hoogeveense Courant: Ten noorden van het natuurgebied de Oude Kene zijn grasland en maïsstoppelland doodgespoten’, lees ik. Ik herinner mij de noodkreet uit de krant van 28 maart. ‘Alarm over water: ‘Maak Drentse landbouw duurzaam’. Landbouw in Drenthe is hekkensluiter in Nederland als het over verduurzaming gaat. Het oppervlaktewater bevat 74 verschillende bestrijdingsmiddelen en de helft ervan is zeer gevaarlijk. Smilde, Oosterhesselen, Erica, Bargercompascum, Hoogeveen en Klazienaveen staan bovenaan in de lijst als het gaat over het belasten van het oppervlaktewater. Ik las dat stuk met afgrijzen, ik zie de akkers en weilanden van groen ineens naar geel en oranje veranderen. Op Facebook komen nog meer alarmerende berichten voorbij en ik zie de foto’s.
Als boerendochter komen bij mij toch heel wat andere dingen omhoog als ik het over ‘het land bewerken heb’. Als klein meidje slingerde ik mijn eigen paadjes door het hoge gras, nooit een teek opgelopen, maar wel duizenden paardenbloemen, pinksterbloemen en boterbloemen geplukt. Blikken vol bloemen in mijn eigen bloemenwinkeltje uit het weiland voor het huis. Bermen vol fluitenkruid en madeliefjes. In die tijd was het gras groen en pas geel als het hooi gedroogd was. Ten noorden van het natuurgebied de Oude Kene zijn grasland en maïsstoppelland doodgespoten. Er is dus geen kans voor weidevogels om te overleven maar ook niet voor andere vogels en zelfs zoogdieren die afhankelijk zijn van bodemleven. Ik herinner mij de noodkreet uit de krant van 20 maart ‘Natuurmonumenten slaat alarm over weidevogel’. Alarm, alweer alarm. En weer gaat het over verduurzamen van de akkerbouw en de groene weides. Samen met een vriendin rijd ik door ons mooie landje, we stoppen de auto als we ineens een kievit ontwaren. Het geluid van de kievit, de grutto, de veldleeuwerik, het geel van de paardenbloem, het Brusselse kant van het fluitenkruid, het liefelijke speenkruid. Als een kind zo blij worden we beiden van dit moois in de natuur en we praten erover. Wij willen er samen een beschermende deken overheen leggen. ‘Bij ons ben je veilig’. Maar niets is minder waar.
De das, otter, bever, vleermuis, grutto, kievit, bij, vlinder, ree en vos. Niet te noemen zoveel dieren en diertjes, vogels en insecten die het zwaar hebben in onze prachtige groene provincie. Daar waar de mens wil wandelen en recreëren organiseren we een vervuilde bodem, vervuilen we het oppervlaktewater en graven we ons eigen graf. Wie wil hier straks nog wonen? De kievit en grutto in ieder geval niet!
Het zal zo’n vaart niet lopen denk je misschien. Als je winkelt koop je niet de rotte appel maar het schone fruit. Waarom willen we dan wel drinken en eten van vervuilde bodem en verontreinigd water. Het kost ons als consument nu al veel geld, het wordt alleen maar duurder en de natuur verkeert in de alarmfase. Zover hebben we het laten komen. Tekst: Grietje Loof.

Foto: Hero Moorlag

130 kilo plastic

Of ik de Planeet wil helpen en dan specifiek de Planeet Luier! Nu is het al heel wat jaartjes geleden dat ik zelf de kinderen in de luiers had. Maar ik had ze wel. Jarenlang, ook de oppaskindjes die bij ons over de vloer kwamen zorgden voor een berg luiers. Moeders weer aan het werk en de kinderen in wegwerpluiers, daar begon het toch ergens. Die Planeet Luier. Een afvalberg die zijn weerga niet kent.

Wist je dat…..?
In Nederland jaarlijks bijna 300 miljoen wegwerpluiers worden gebruikt en weggegooid?
En dat luiers hiermee de nummer 1 zijn van de niet recyclebare producten?
Een wegwerpluier pas na circa 500 jaar helemaal is afgebroken?
Dat een groot deel van de kinderen circa 2,5 jaar lang, 24 /7 luiers draagt die vol zitten met chemicaliën waarvan een deel kankerverwekkend is?

Dat doet zeer als je zo met afval bezig bent zoals ik. Niet recyclebaar, niet recyclebaar. 500 jaar verder en de luier is afgebroken. Dat doet zeer.
Terwijl het ook heel anders kan, daar ben ik inmiddels wel achter. En Planeet Luier vraagt hulp.

Gemiddeld gebruiken Nederlandse kinderen vijf luiers per dag, dit zijn er 5.300 over de gehele luierperiode. De lengte van een weggegooide wegwerpluier is 10 cm. Per jaar wordt wereldwijd dus voor 50,1 miljoen kilometer aan luiers weggegooid.

Dat is het waarom Planeet Luier de hulp inroept. Ze benaderen mij omdat ik met afval bezig ben en daarover schrijf. Gewoon op persoonlijke titel op mijn eigen log. Iets wat ik al jaren doe. Overal over. Nu is afval een hot item. Of, nog beter, de grondstoffen zijn een hot item.

Grondstoffen waar Planeet Luier iets mee wil doen!

Om wegwerpluiers te maken voor een baby wordt per jaar:
220 kg CO2 uitgestoten
Meer dan 136 kg aan hout gekapt
en gebruik gemaakt van:
22 kilo ruwe olie
9 kilo chloride
130 kilo plastic
200 tot 400 kilo houtpulp

Dit doet nog meer pijn. Als je de getallen en grondstoffen hardop voorleest dan wil ik wegkruipen. Ik doe daar toch niet meer aan mee. Ik wil het niet horen. Ja, ja, ik heb er wel aan meegedaan maar dat was voor het gemak.

Voor het wereldwijde jaarverbruik zijn:
3,6 miljoen bomen gekapt
43,4 duizend vaten olie nodig
13,4 miljoen vaten chloride nodig
Het duurt 6 generaties voor 1 luier volledig is afgebroken (circa 500 jaar). Naar verwachting zijn de luiers die je vandaag gebruikt in 2517 afgebroken

Planeet Luier schreeuwt het van de daken.

Jouw baby draagt bijna drie jaar lang 24/7 een luier. De meeste wegwerpluiers zijn chemische producten die vol zitten met onnatuurlijke producten om je baby droog te houden. Giftige materialen die worden gebruikt:
Polypropyleen / Polyethyleen
Dioxines
Chloor
Synthetische lijm
Inkt
Kleurstoffen
Geurstoffen
Ftalaten
Superabsorberend polymeer (SAP)

Potverdikkeme…. daar waar je het beste mee voor hebt, het liefst alle boze dingen ver van houdt, daar wat je kostbaarste bezit is. Daar waar je alle liefde mee wilt delen. Dit zet je in giftige materialen. Want je weet het niet.
Nee, je wist het niet.
Ik wist het niet
Maar nu weet je het wel.
En ik weet het nu ook!

Jouw baby…. op Planeet Luier! Doe er wat mee.

Kijk eens bij de Mazzelkontjes!

100-100-100 project

De afgelopen 2 weken stonden hier in huis in het teken van ‘minder afval’. Al weken daarvoor stond het in het teken van afval maar dan nog zonder opdrachten en zonder ‘verplichtingen’. Maar sinds 3 april is het menens en ik schrijf in die week een eerste stukje voor Drenthe in Transitie en dat zal ik de komende weken blijven doen. In de eerste week werd er gebeld door rtvDrenthe met de vraag of ze me mogen volgen als ik winkel. Ik schrik niet snel van vragen, nu ook niet, ik vind het wel een uitdaging. Want hoe winkel ik eigenlijk. Ik denk er niet echt over na. Wekelijks doe ik boodschappen, grootgrutter zaken bij de AH, de biologische groente en fruittas wordt op de donderdag bezorgd bij de kinderboerderij 4 kilometer verderop, de markt is er op donderdag en zaterdag en de hoofdstraat om de hoek met verschillende bakkers. Hoe winkel ik. Ik haal bij de AH dus van alles wat het leven aangenaam maakt en let heel erg op de verpakking. Mijn eigen zakjes voor losse broodjes en de netjes voor fruit. Als ik het daar al haal tenminste. In de afgelopen weken zie ik dat ik minder spullen haal bij de AH en meer op de markt. Dat zijn van die dingen die in het systeem zaten en door allerlei bezigheden op de zaterdag of donderdag weer uit het systeem zijn verdwenen. Dan is het gemakkelijk om alles op 1 plek te halen en niet meer tijd kwijt te zijn aan winkelen. Systemen waar ik dus in werk. Drukke tijden, tijden van ziek zijn en herstellen. Het bepaalt wel hoe ik winkel. Maar nu komen ze dus filmen en praten en ik ga er weer van leren. Want die uitdaging is het wel. Wat is mijn verhaal, wat wil vertellen en hoe winkel ik.
Dus met de broodzak naar de winkel, de lege bakjes voor nootjes in de tas, de bijenwasdoek om de kaas in te pakken. De biologische groentetas op de donderdag. Wat ontbreekt er nog aan mijn geluk tijdens deze tocht naar producten waar ik mijn eigen verpakking voor gebruik. Ik haal flessen voor melk. Ik ga op zoek naar de boer waar ik melk kan tappen en ineens, via Twitter, heb ik een adresje. Nu nog een afspraak maken en dan krijg ik een rondleiding in het bedrijf en wat nog leuker is, ik haal de melk vers van de boer. Dat gaat heel wat pakken schelen want sinds begin dit jaar heb ik mijn ‘eigen’ kefir handeltje in de keuken. Elke dag verse kefirdrank of zoals ik het zelf het lekkerste vind hangop van kefir, dan gaat er heel wat melk doorheen.
Maar hoe winkel ik nu:
Brood in eigengemaakte broodzakken. Blijft tot 2 weken goed in de vriezer (dat redden we hier nooit) en ik heb geen afval
Kaas in de bijenwasdoek. Die bijenwasdoek kun je gemakkelijk schoonmaken met lauw water, desnoods een sopje van afwasmiddel maar echt nodig is dat niet. Als je er een beetje zuinig mee omgaat blijft de doek 10 maand goed, daarna kieper je dit in de compostbak en het composteert helemaal.
Bijenwasdoek is een prima vervanging voor aluminiumfolie.
Bakjes voor nootjes en andere lekkere dingetjes zoals pesto’s en kruidenkaas.
Netjes en tassen voor fruit en groente en als het een beetje vochtige groente is dan neem ik een ecologisch afvalzakje mee. Dit composteert binnen 14 dagen als het op de composthoop terecht komt. En onderzoek heeft uitgewezen dat dit echt zo is. Er blijft niets van over.

Wat ik ook aangeschaft heb is een luchtdichte deksel en ik ben nu al verslaafd aan dat ding. Er zullen dus wel meer volgen want anders greep ik altijd naar de huishoudfolie en dat wil ik niet meer. Die deksels zijn handig voor bewaren en voor het bakken en koken. Op de website van Emily Jane Low ‘Leven zonder afval’ is van alles te vinden wat het leven aangenaam maakt en waarmee je afval voorkomt.
Vanavond ga ik voor het eerst het restafval wegen want morgen wordt het gehaald door de afvalwagen. Maar nu weet ik al dat de container niet aan de weg staat want er zit bijna niks in. En dat heeft toch echt te maken met nadenken over de grondstoffen. ‘Waar hoort dit bij’, het is de kreet die hier in huis al een aantal weken de boventoon voert. En dat is bewustwording.

Waar moet dit in?

‘Waar moet dit in’. De vraag die al wekenlang bijna dagelijks wordt gesteld. Dan kijken ze naar mij alsof ik alles weet. Maar ik weet ook niet alles dus zoek ik eens wat ik ermee kan. Zo bereiden wij ons voor op het 100-100-100 project. Ineens is het 2 april. Ik kijk nogmaals op de website , nee, nog niks gewijzigd. Je kunt nog meedoen. Ik hoop dat zich na de infoavond toch nog een aantal mensen hebben aangemeld.
En dan is het 3 april. Als ik wakker word heb ik echt het idee dat er iets te gebeuren staat. Nu gaan we los. Maar met wat? En hoe?
Het is maandag, morgenochtend vroeg staat de restafvalcontainer aan de straat. Met een bodempje ‘rommel’. Er wordt namelijk geklust en waar geklust wordt daar vallen spaanders. Althans, in dit geval wel. Er moet een stuk kozijn vervangen worden en wat doe je dan met hout waar verf op zit en wat ook echt nergens meer voor gebruikt kan worden. Het is vergaan. Het is dus verdwenen in de grijze container. Een bodem. Ik leg er in de loop van de ochtend nog een klein zakje restafval bovenop. Restafval, materiaal wat echt nergens anders bij hoort. Als ik het zo bekijk heeft het bijna allemaal met persoonlijke verzorging te maken, pleister, lege strips van medicijnen. Ik zal het eens nauwlettend in de gaten houden en ik ga kijken wat er nog beter kan. Ik heb wel gemerkt dat ook ik nog te gemakkelijk iets weggooi, zonder er echt over na te denken. Dat moet anders!
De eerste opdracht van het project; “tel de verpakkingen die je vandaag opent”. Daar was ik snel klaar mee aan het einde van de dag. Het was er slechts 1.

En voor het geval je denkt ‘ach, het valt wel mee’…
Nou nee, het valt niet mee!

Geluk

8 Maanden geleden liep ik in de tuin met een voegenborstel, de zomer groeit altijd harder dan het hoofd bedenkt. Ik had bedacht dat het nu wel tijd was om er iets aan te doen. Daar stond ik, voegenborstel in de hand, de borstel moest het werk doen. Tenminste, daar ging ik vanuit. Toch moest ik flink aan de slag en telkens na een paar minuten gaf ik het op. Ik moest weer op adem komen. Het was een warme dag, maar ook niet extreem warm zoals het in juli kan zijn, het was wel benauwd buiten. Misschien dat dat het was waardoor ik adem tekort kwam. Ik borstelde weer een stukje en liep weer naar binnen…

Gistermiddag schoot die pijnlijke ervaring weer door mijn hoofd. In mijn hand een voegenborstel, de winter groeit altijd harder dan het hoofd bedenkt. Ik had bedacht dat het nu wel tijd was om er iets aan te doen. Daar stond ik gisteren, voegenborstel in de hand, de borstel moest het werk doen. Tenminste daar ging ik vanuit. Toch moest ik zelf ook flink aan de slag. En na een uurtje buffelen had ik een klein hoekje klaar en zag het er al een stuk beter uit. Alles mag in de tuin maar wat een zithoekje is moet een zithoekje blijven en niet vergroenen. Hoe graag ik de bloemetjes en bijtjes ook zie. Ik realiseerde me ineens dat ik vorig jaar juli abrupt gestopt ben met mijn werkzaamheden in de tuin en dat er daarna niet veel meer is gedaan dan dat ik aanwijzigingen gaf waar het een en ander even moest weggeknipt of opgeruimd.

Ik kan het weer zelf. Zonder problemen. Borstelen, vegen, harken, dingen verplaatsen.. ik kan het weer zelf. Alles, ik kan alles.

Ik ben meer dan dankbaar. Het schoot gistermiddag ineens door mijn hoofd, die zomer, die herfst, die winter…. die heeft voorjaar gemaakt in mijn lijf.

En ook de rest leeft in voorjaar. Kleinzoon die blokjes vult, moeder die koeken bakt, koolmees die nestjes bouwt, bij… zoekt bloem

Op de voorgrond

Met op de achtergrond Marianne Thieme, die een verhaal houdt over de schippers van de Kameleon. Ontgroenen, Bleker, nooit meer Bleker, monotone raaigrasvelden. Rijd je door Nederland dan zien we overal die groene biljartlakens waar geen bloempje bloeit, geen koe loopt, waar mega grote machines de mest de grond in pompen en daarmee ook nog de bodem zo verstoren dat er echt alleen maar gras wil groeien. De rest gaat dood. Op de achtergrond praat Marianne de leiders toe. Allemaal mannen. Ze zet ze op hun eigen uitspraken in de Kameleon en hoopt op een goede reis. Met Marianne op de achtergrond begin ik aan een verhaal wat voorlopig op de voorgrond komt te staan.

Op de voorgrond ligt er een boek naast mij. Leven zonder afval. ‘Onmogelijk’, zei de wethouder gisteravond op de infoavond van het 100-100-100 project wat volgende week gaat starten en waar ik aan meedoe. En niet alleen ikzelf maar ik sleur mijn man en zoon ook mee in deze reis door het afval. Ik zeg het verkeerd, het zijn grondstoffen, allemaal grondstoffen die we opnieuw kunnen gebruiken. Bijna alles weet wel een weg te vinden naar een nieuw product. Ik schrik tijdens het eerste gedeelte van de vraag ‘hoeveel apparaten heeft een huishouding gemiddeld’. In mijn hoofd begin ik te tellen. Nee, dat kunnen er niet meer dan 60 zijn. Maar niets is minder waar. Gemiddeld heeft een huishouden bijna 100 apparaten in huis. Nu ik op mijn bureau kijk zie ik er al 8 liggen. Apparaten: Smartphone, iPad, printer, computer, muis, toetsenbord, vaste telefoon, antwoordapparaat, camera..  in de la liggen ook nog een aantal dingen en ik weet nu al dat wij dat gemiddelde ook wel halen. Rijkdom toch, heerlijk dat het er allemaal is en dat ik er gebruik van kan maken. Als het kapot is…… dan. Ja, wat dan. Want het barst van de grondstoffen maar alles zit door elkaar. Het past niet bij glas, gft, papier, plastic, drankkartons… het past alleen maar bij de rest. Maar dat is ook niet goed, het kan worden hergebruikt. Het hoort in de rij van recyclebaar spul. Voor alles is iets te verzinnen. Of toch niet.
Ik kom in gesprek met Emily Jane Lowe, ik wist het niet maar tijdens het gesprek kom ik er al snel achter. Best raar dat je naast elkaar zit, je elkaar niet kent en dat ik toch haar verhaal helemaal gevolgd heb. ‘Leven zonder afval’ is van Emily Jane. Het boek, de website en zelfs Facebook of via Twitter. Ik ken haar verhaal, haar gezin en zelfs het waarom ze ooit begonnen is met haar eigen reis door het afval. Nee, door de grondstoffen.

En nu staat ze haar verhaal te houden, zie ik mijn keukenkastje aan me voorbij komen, of de schappen in de kelderkast en ben ik blij met mijn compostbakken en regentonnen en minder blij met het feit dat ik nog maar aan het begin sta. Ik dacht namelijk al heel goed bezig te zijn. Het kan nog veel beter!

Drie April gaan we hier in huis van start en ik ben weken geleden al begonnen. Ik denk dat ik voorlopig even weinig koop, weinig weggooi en vooral nog veel beter oplet en een week lang weiger om verpakkingen mee naar huis te nemen. Tenzij het niet anders kan.

Echt, ik eet liever een kiwi

2 messen
1 telefoontje
1 dakgoot
1 paraplu die de naam nog wel draagt maar geen plu meer is
1 schoenlepel
5% chipszakken
4% koekpakken
4% broodzakken
30% blikjes met en zonder drank, energy, bier en andere rommel
20% blikjes met en zonder deuk
25% flesjes van glas, flesjes van plastic
1% sigarettenpeuken
1% verpakkingen van bierblikjes
1 doos van de soepstengel
1 doosje van plastic waar de kruidenkaas uit was gelikt
1 vork
1 klavertje vier, krassen, krassen, krassen.
1 zwemband, een hele grote

Vandaag, Nationale Opschoondag in Nederland. In de aanloop naar de grote dag was er overleg en planning en een idee. De wethouder werd uitgenodigd, de ambtenaren met het afvalpakket in hun portefeuille, raadsleden, statushouders en niet statushouders, buurtbewoners, inwoners, vrijwilligers, klein en groot, iedereen werd uitgenodigd, niet iedereen kwam. Daar mag ik niets over zeggen maar ik doe het toch. Mij is geleerd dankbaar te zijn met wat op mijn pad komt en als het niet voldoet aan de verwachtingen dan is dat jammer maar zo is het. Het is ook zo. Dat ik mijn mond erover moet houden. Maar ik doe het niet. Want, zwerfafval staat op nummer 1 in de top drie van ergernissen. Alleen, dan, als het erop aankomt, als we op de landelijke opschoondag in Nederland nog geen 0,000001 % mensen in beweging krijgen voor 100% zwerfafval. Ja, dan vind ik dat ik iets mag vinden. Op mijn eigen log ook nog eens.
Niet doen, niet doen. Er zijn vandaag honderden mensen erop uitgetrokken om, gewapend met prikstok, afvalzak en handschoenen, zwerfafval aan te pakken. Misschien waren het wel duizenden. En met al die duizenden mensen hebben we de wereld weer een beetje mooier schoner gemaakt.

De twee messen waren er echt niet op eigen gelegenheid gekomen. J. had ze meegenomen uit de keuken van P. Niemand die ze mist dacht J. nog. Boodschapjes gedaan bij de plaatselijk super, wel rot dat je nu 10 cent moet betalen voor de plastictas, maar vooruit, het is niet anders. Kruidenkaas, soepstengels, witte bolletjes en flink wat bier in blik rolt voorbij de kassa zo de tas in. Bij de klantenservice nog snel een klavertje vier scoren en dan… Hup, naar de vrienden. Samen drinken en eten. Blowtje roken en verder vooral veel zwammen. Zwemmen, ook zoiets. Tegenwoordig leert iedereen dat zo’n beetje, maar toen jij 6 was had je geen zin om het te leren dus uit voorzorg heb je maar een zwemband van huis meegenomen. Wist jij veel dat het ding lek was. Weg ermee. En die schoenlepel van je vader die zo handig leeg om een gat mee te graven valt ook zwaar tegen. Die kan ook op de bult. De chips en soepstengels zijn ook zo op, niks aan zoveel rommel, weg ermee. Om over al die blikjes maar niet te praten. Die kan je ook opblazen met vuurwerk. Leuk joh! Blikje hier, scherfje daar, peukje hier, plasticflesje daar. En voor je het weet is het donker en moet je nog een slaapplek zoeken. De dakgoot doet goed dienst… de telefoon is leeg.
Weg ermee, weg ermee, weg ermee!

Zo, nu weet iedereen ook gelijk hoe al die bagger in de natuur terecht komt.

Eigenlijk eet ik liever een kiwi en laat ik een dagpauwoog opwarmen in de zonneschijn.
Maar dat terzijde.

Note to myself: Volgend jaar alle scholen persoonlijk uitnodigen. Kinderen willen namelijk wel. Ouders moeten altijd boodschappen doen of hebben andere plannen.
Note 2: stug volhouden

Fladderen

Een mevrouw in een rolstoel probeert een draai te maken bij het stembureau, de zon schijnt, ik hoor de vogels voorjaarliedjes zingen.
Er fladdert iets door de lucht en ik probeer het te volgen. ‘Wat fladdert daar nu?’, zeg ik tegen de blauwe lucht.
‘Er fladdert niks’, zegt de mevrouw in de rolstoel.
‘Er fladdert niks. Je hebt zeker ook op de PVV gestemd’, komt er kort achteraan. Ik kijk haar aan, ze moet van mijn gezicht kunnen lezen dat ik walg van die aanname.
‘Nee, zeg ik, nu niet en anders ook niet. Ik word misselijk van de PVV.
‘Het zijn rare tijden’, zegt de mevrouw in de rolstoel, ze is oprecht bezorgd, eerder bang. Ze is de jongste niet en is toch gaan stemmen en hoopt dat iedereen gaat stemmen maar niet op de PVV.

‘Het zijn rare tijden’, zeg ik

‘Fijne dag nog!’