Mensen om mij heen…….

Lieve mensen…….. bedankt voor alle lieve berichtjes. Ik doe kalm aan, ik luister naar mijn lijf, naar mijn hart. Het was een teleurstelling om drie maand na de hartoperatie toch geconfronteerd te worden met iets waarvan ik dacht dat ik het achter me had gelaten.
Het lijf is nog steeds aan het herstellen en ook al pak ik weer heel veel op, ik laat nog steeds heel veel liggen omdat het nog niet kan/wil. Gelukkig herken ik de dingen aan hun ernst en dat was voor mij de reden om alarm te slaan afgelopen vrijdagnacht. Om half 3 in de nacht lag ik in het ziekenhuis aan de toeters en bellen en om 4 uur zaterdagmiddag was ik weer thuis. Gelukkig hebben de medicijnen hun werk goed gedaan en is het hart weer in het vertrouwde ritme. Het is schrikken, teleurstelling, kop in het zand, jammer dat ik ieders ritme in de war gooi. Alles gaat door me heen op het moment dat ik besluit dat er alarm geslagen moet worden. Het boek met levenslessen wordt steeds dikker.
Ik heb heerlijk geslapen vannacht en wil me niet van de wijs laten brengen door iets waar ze in het ziekenhuis met kundige handen en harten nog heel veel aan kunnen doen. Helaas pindakaas voor mij is het een complicatie die door de operatie vaker op mijn pad kan verschijnen. Daar moet ik mee dealen, ik zal nog vaker schrikken. Maar ik heb ook heel veel zin in het leven en probeer eruit te halen wat er voor mij toe doet. En jullie…. met facebook of zonder facebook doen er toe. De mensen om mij heen.

Vrijdagavond, aan het einde van de avond had ik mijn jongste project af, nou ja, nog niet helemaal want de draadjes moeten nog weggewerkt natuurlijk. Deze foto laat het kleurrijke project zien……
img_6814

Ik blijf een blij ei!

Een groene toekomst begint altijd klein.

‘Een groene toekomst begint alles klein. Plant mij en ik groei uit tot iets groots’. Er staat een geel zakje voor mijn scherm met die boodschap, een co2 compensatiezakje. Het is klein, het wordt groot als je er goed mee omgaat. Maar is dat niet met alles zo bedenk ik ineens nu de tekst op het zakje binnenkomt. Hiervoor had ik de tekst uit een mailtje doorgestuurd naar iemand anders, de tekst die ging over alarmerend en schrikbarend. Daar is dus niet goed voor gezorgd en dat alarm stuur ik door. Op zo’n moment schiet er echt van alles door mijn hoofd. De onwetendheid over heel veel dingen staat ten grondslag aan het mislukken of het vernietigen van iets wat klein begint.

We gaan het bos in en op zoek naar paddenstoelen. ‘Wat zijn paddenstoelen, hoe groeien ze’. Vingers gaan omhoog en het verhaal met de antwoorden wat volgt laat alleen nog maar meer vragen stromen. Het is goed, maak ze bekend met de materie. Hoe zit het paddenstoelen, waar je moet letten. ‘Mag ik ook een paddenstoel plukken’, natuurlijk komt die vraag en het antwoord is ‘ja, het mag’. Maar natuurlijk niet alle paddenstoelen want er zijn nog meer mensen in het bos die ook van paddenstoelen willen genieten. We gaan op pad.

Het is mijn onwetendheid als gids, ik weet niet wat voor ‘vlees’ ik in de kuip heb en kan het ook niet in 5 minuten voor aanvang bepalen hoe de mensen in de groep zich gaan gedragen. We gaan op pad en ik probeer hier en daar een gesprekje. Ik zie de gids die te vaak alleen loopt, al aan het begin van de excursie. Kinderen dwarrelen om hem heen, komen aan met paddenstoelen en de gids legt uit. Wat het is, waar je dat aan zien kunt, ruiken, proeven, bekijken. Determineren op locatie. Kinderen vinden het prachtig en stoppen de paddenstoel keurig in het eierdoosje wat ze mee hebben genomen. Moeders, oma’s en de oppas op een afstandje. Bij kinderactiviteiten zijn het toch vaak vrouwen die meegaan. Een enkele keer een papa en dit keer ook een opa. Eigenlijk ziet de groep er ontspannen uit en ik loop een beetje uit de richting.

Ineens is er alarm. Er zit een wespennest in de grond en de zoektocht naar paddenstoelen die overal dwars doorheen gaat heeft ervoor gezorgd dat de wespen als dolle stieren door het bos vliegen en iedereen die ze in de vlucht tegenkomen prikken. Maakt niet uit waar. Als dat alarm afgaat dan zie ik de groep nog verder uitwaaieren en omdat mijn aandacht uitgaat naar diegene die gestoken zijn door de wespen ben ik dus niet meer bezig met de groep maar met een huilend kind en een bezorgde oma. Ik geef door aan de mensen die in mijn buurt staan dat ik met hen meega naar de parkeerplaats en daarna terug kom.

Onderweg naar de parkeerplaats probeer ik de paniek enigszins te verminderen. Neemt niet weg dat de oma met haar kleinkind even langs de huisarts gaat. Kleinzoon is zo verdrietig, zo bang geworden. Dat is toch zo jammer, het schiet door mij heen, ‘durft hij straks nog wel naar het bos’.

Als ik terugloop naar de groep probeer ik contact te maken met de eigenaar van het bos, wat gaan we doen aan het wespennest in de grond zodat dit niet nog een keertje gebeurt. Geen gehoor, het is herfstvakantie. Overleg met mijn collega dan maar, we spreken af dat we proberen met een kaart en afzetlint de plek aan te geven en dat er niet nog meer mensen gestoken gaan worden.

In de verte zie ik de groep, totaal uitgewaaierd, totaal geen samenhang meer. Ik zie de gids niet maar ik zie wel andere bezoekers in het bos, die lopen niet mijn richting op maar de andere kant uit. Als ik bij de groep ben zie ik tot mijn grote schrik een enorme tonderzwam in het mandje van de rollator liggen. En ik zeg daar iets van. Want die tonderzwam hoort aan de boom en niet in het mandje. Het is juist die grote tonderzwam waar je iedereen stil mee krijgt. De kinderen en de volwassenen. Maar nu niet meer. In de mand beland bij een mevrouw met een rollator. Hoe is het mogelijk. Als commentaar krijg ik ‘tja, we kunnen hem wel laten liggen maar dan neemt iemand anders hem mee, dus nemen wij hem mee’. ‘Maar je slaat toch geen tonderzwam van een boom’, zeg ik nog.
Helpt ook niks meer, het is gebeurd. Iets wat ik niet snap is gebeurd. En wat ik nog erger vind, het is een opa die dit gedaan heeft. Het is anders dan als een kind het doet. Ook niet goed, nooit goed. Met een stok een grote tonderzwam van de boom af slaan. Er zijn toch mensen die dit hebben gezien? Ik krijg geen gehoor. Er is niet eens gevraagd of het mag, het is gedaan. En gedane zaken nemen geen keer. Ook deze middag niet. De lol is eraf bij mij. Zoiets verzin je niet.
Dan moet ik denken aan het kleine wat groot wordt als je er goed voor zorgt. Ik voel me best verantwoordelijk voor deze excursie maar het kleine wat groot werd daar is nu niet goed voor gezorgd. Ik vind het vreselijk.

De route vervolgd en ondanks dat mijn lol eraf is en ik steeds moet kijken naar de grote zwam in het mandje, blijven de kinderen enthousiast. De moeders ook hoor, zij genieten omdat de kinderen genieten. We lopen terug naar de parkeerplaats en nemen afscheid. Ook van de tonderzwam die in de achterbak van de auto belandt. Ik maak er nog een opmerking over en dan laat ik het los.

Denk ik.

Maar ik laat het niet los, het zit me dwars. Dit had ik kunnen voorkomen als ik iemand anders met de mevrouw het haar huilende kleinkind naar de parkeerplaats had teruggebracht. ‘Ja, en wie dan Grietje’. Weer zoiets. De gids heeft het niet gemerkt en blijkbaar vond de rest van de groep het wel prima. Ik weet het gewoon niet maar het zit me dwars.

Als er dan op de maandag ook nog een mail komt van de eigenaar van het bos over een groep vandalen die het bos leeg aan het roven was en een grote mond had gegeven toen andere bezoekers er iets van zeiden….. toen heb ik de telefoon maar eens gepakt om uit te leggen wat dat voor groep vandalen was.

Een opa met zijn vrouw en 2 kleinkinderen. Wel heb ik ooit…

Het is klein en wordt groot als je er goed mee omgaat. De opa is een groot detail vergeten. Je bent een voorbeeld!

En ik heb een harde les gehad. Want als er iets is wat ik niet wil is dat mensen met zoiets moois zo lelijk omgaan.

Lucht……

Het leven, het vliegt voorbij. Als je probeert te bedenken wanneer je voor het laatst uit eten was, of naar de kapper of een ritje naar een vriendin. Als je dat probeert te bedenken schrik je ervan hoe hard de tijd gaat. Dus schrijf ik bijna 2 maand na de operatie en ineens deze week kwam de energie terug. Ik probeerde te bedenken wanneer het allemaal ook alweer begon en schrok dat ik al ruim twee maand verder ben. Ik pak de draadjes weer op, laat mijn gezicht zien. En als ze vragen hoe het gaat zeg ik dat het goed gaat en dat ze niet moeten gaan roepen ‘Doe kalm aan’, want dat bepaal ik zelf.
Dat is niet streng, dat is het beste. En je kunt me best eigenwijs vinden, dat mag. Maar omkleed het dan met goede redenen waarom je dat vindt.
Ik vind het zo vreselijk lief dat iedereen bezorgd is, dat ze liefde delen en vriendschap en eikels, kastanjes en cranberry’s uit de natuur halen om het bij mij te laten bezorgen. Deze week voor het eerst geen boeket meer op de tafel, er staat nog een boeket zonnebloemen buiten op de vaas maar dat is het dan. De mand met kaarten puilt uit, de knuffel van grootzoon is naar mijn bed verhuisd, daar kom ik echt niet onderuit en verder is mijn bureau een slagveld. Er is nog geen doorkomen aan. Maar de tijd zal het leren en de papierbak is geduldig. Overal liggen herinneringen aan de tijd in het ziekenhuis en daarna. Bij de zorgverzekeraar heb ik in één klap het eigenrisico overschreden en is er tot nu toe al 12.000 euro en meer betaald aan ziekenhuis, medicijnen en ambulance vervoer. Ik denk dat de totale rekening nog wel op gaat lopen tot ver in de 20.000 euro. Ben ik blij dat ik het zelf niet hoef te betalen. Het zijn rare tijden geweest, met onwijs veel pijn en ook verdriet. Verdriet van ellende, van moe zijn. Ook dat laat ik achter me. Ik ga met sprongen vooruit in plaats van de kleine stapjes en iedereen die ik waar dan ook tegenkom wil even babbelen. Zeggen dat ze blij zijn dat ze me zien, dat het goed gaat, dat ik weer lekker bezig ben.
Deze week heb ik weer wat verder gefietst dan ik tot nu toe deed en ik moet zeggen.. dat geeft moed! Dat gaat zo goed zoals ik me in geen tijden heb gevoeld. En dan kan ik haast wel zeggen, zoals ik me het hele jaar nog niet heb gevoeld.
Mijn hart, mijn grote hart…. het geeft zoveel ‘lucht’

IMG_6482

Hartendiefje

Klein mannetje grijpt de kastanje die op tafel ligt en zegt, ‘Oma, weet je. Als jij en opa naast elkaar gaan zitten dan leg je deze tussen jullie’.
Hij laat zien hoe het moet. De kastanje met de vorm van een hart zet zijn hartje in beweging. Hij ziet kansen om het hart nog harder te laten kloppen.

img_5224

‘Helpt het?’, wil ik weten.
Iedereen schiet in de lach maar klein mannetje niet. Die blijft in de rol van hartendiefje.
‘Dat weet ik niet, maar het is wel een hart!’

Hij is om op te eten dat kleine mannetje…

Als we voor elkaar willen zorgen

Bezorgdheid is wel het toverwoord in de laatste paar maanden. Vanaf eind juli is er zorg en sinds ik thuis ben uit het ziekenhuis is er nog meer zorg. Dat is niet zo gek, het lijf werkt soms totaal niet mee en dan is zorg nog meer in beeld. Zorgen voor of zorgen om. Het maakt niet uit, iedereen bedoelt het goed. Maar goedbedoelde zorg schiet mij weleens in het verkeerde keelgat en ik wil helemaal niet ondankbaar zijn maar ben het soms gewoon zat. Net als de voortdurende pijn die ergens in het lijf mijn geluk verstoord. Het is mijn zorg om dat allemaal in aangename banen te leiden zodat ik niet steeds in mijn herstel beperkt word.

Het ‘hoe gaat het met je’ beantwoord ik deze weken steevast met ‘Het gaat’, om vervolgens te vertellen hoe het gaat. ‘Doe maar rustig aan’, is het advies. Waarop ik zeg, ‘wat moet ik anders’. Want ik doe rustig aan, wat ik kan doen, doe ik, wat niet gaat, laat ik. Dat schreef ik al eerder. Toch moet ik mijn aanwezigheid verdedigen als ik ergens naar toe ga. Iemand die gezond is wordt nergens op afgerekend. Ik word afgerekend op de operatie en ‘het is je hart, denk erom, het is hart’.

Dat is dus zorg hebben om mij. Ik snap het wel. Maar ik doe geen rare dingen. Ik zorg voor mezelf zoals ik voor iedereen wil zorgen. Goed! Ik doe de dingen goed doordacht. Voor als het niet zou gaan regel ik de achterwacht en iedereen snapt dat.

En nu, ruim 7 weken na de operatie, pak ik de draad op waar ik die in juli losliet. En ik heb mezelf beloofd goed voor mezelf te zorgen, daar hoeft niemand zich zorgen over te maken. Zorgen maken om, is trouwens heel iets anders dan zorgen voor!

 

Symbolisch

Gisteren, ja, alweer een dag voorbij, was het 6 weken geleden dat ik rond half 11 richting operatiekamer ging. Niet dat ik er iets van gemerkt heb, ik lag te slapen. Mijn handen en die van mijn lief waren toch wel het laatste wat ik heb meegekregen.

Nu, 6 weken later heb ik een schaar gezet in de ballonnen. Die al weken staan te wiebelen aan een touwtje. Ze begroetten mij in het ziekenhuis, ze begroetten mij toen ik thuis kwam uit het ziekenhuis en nu na 6 weken verdwijnen ze in de afvalbak. Ik kan het weer zonder wiebelende ballonnen.

img_4818

Dat gaat maanden duren…

Of zal ik in weken tellen? Het is aanstaande dinsdag 6 weken geleden dat ik in het ziekenhuis in Zwolle een hartoperatie onderging. Anderhalve week daarvoor was ik opgenomen met hartklachten en ik schreef in die dagen ‘ik bied mijn hart aan ter reparatie’. Wat het ook zou zijn, mijn hart moest beter worden.

‘We beginnen te tellen vanaf de dag na de operatie, de operatie is dag 0.’ Zo doen ze dat in het ziekenhuis. Dus de derde dag na de operatie mocht ik met de ambulance naar het ziekenhuis in Hoogeveen. Dit ging niet door, ik begon aan een marathon en kwam doodziek in het bed terecht. Die marathon werd veroorzaakt door het boezemfibrilleren en dat werd weer veroorzaakt door teveel vocht in het hartzakje. Ik leerde in korte tijd een heleboel nieuwe dingen en werd niet beter. Ook niet van al die nieuwe dingen. De medicijnkist ging iets verder open, er kwam meer uit en ik nam meer op. Het hielp niet. Dag 11 na de operatie kwam er een tweede operatie. Niet zo’n grote ingreep als de eerste maar wel weer narcose en alle andere shit die je kunt verzinnen.

Ik knapte af. Ik knapte niet op. Na nog wat nachtbraken en boezemfibrilleren was ik er klaar mee. Ik wilde naar huis. Naar mijn eigen lief, soep, thee, bed, huis, tuin. Gewoon naar huis, daar ontspannen, slapen en lekker eten en drinken.

Maar slapen ging net zo beroerd.  De thee smaakte toch niet als gedacht, de tuin was in verval en lief deed meer dan zijn best en nog meer om het voor mij zo aangenaam mogelijk te maken. Huishouden, koken, werken, boodschappen, verzorgen, vertroetelen. En ja, ook nachtbraken want dat deed ik ook.

Een verschoven wervel, een aderontsteking en eindeloos veel spierpijn maakten dat het soms net iets meer hel was. Die hel ging weer over en dan was er weer iets anders waar ik last van had. ‘Van had’, want ook dat ging weer over. De huisarts was bijna kind aan huis, dat kan zeker niet goed zijn. Ook dat ging voorbij. Sommige dagen ging het. Dan was het buiten lekker warm en lag ik met mijn dikke vest aan in de luie stoel en de hittepit op de buik. Warm worden was een kunst, warm blijven helemaal. Iedereen om mij heen liep verhit rond. Ik vroeg om een hittepit. Bij de volgende hitte ging het al iets beter en bleef het vest uit en de afgelopen week met de temperaturen boven de 30 graden heb ik de kast op de kop gezet om mijn korte broek op te zoeken. Ja, langzaam, heel langzaam kan ik dan toch zeggen dat er iets verandert. De cardioloog wil me over 3 maand pas weer zien. En tot die tijd doe ik wat ik kan. En wat niet kan, dat laat ik.

Vandaag, na alle hitte van de afgelopen dagen, en een slechte zaterdag, was ik voor het eerst weer in het bos. Wandelen.. uitrusten, wandelen, uitrusten. Mijn gezondheid gaat elke dag een stukje beter, van mijn conditie is werkelijk niets meer over. Na alle pijn en ellende moet ik daar wel heel hard aan gaan werken. En dan praat ik niet over dagen, dan praat ik over maanden….

img_4785

Waaknaald…

Ze staat ineens naast me, de zuster van de zaal. Wat spulletjes in de hand. ‘Ik kom het naaldje verwijderen’. Ik schrik er niet van, ik blijf voorzichtig denken dat het misschien toch gaat lukken dit keer. ‘U mag dinsdag naar huis als alles goed blijft gaan’.

Ik kijk naar mijn arm, weg waaknaaldje. Weer een stapje dichterbij het avontuur dat thuis verder zal gaan. Van de relatief veilige omgeving met alle hulp voor handen naar een eigen omgeving waar ik me veilig voel, maar waar de zorg op ons zelf terecht komt.

‘Komt goed’, zeg ik tegen mezelf. ‘Komt goed, schatje’, zeg ik tegen Gert. Ik denk te kunnen verzinnen wat hij ervan denkt. En later lees ik het ook wel want hij brengt al mijn vrienden via de digitale weg op de hoogte van het aanstaande ontslag in het ziekenhuis. Zijn zorg is mijn zorg en andersom maar ik weet heel zeker dat ze me niet laten gaan als het niet kan.

We liggen al een hele week met vier personen op zaal, twee jonge kerels, een wat oudere dame en ik. Allemaal op de zelfde dag geopereerd en samen aan het herstel begonnen met alle tranen en verhalen erbij. We willen elkaar nooit meer tegenkomen in het ziekenhuis en ook nooit vergeten. We maken een tijd mee die zo op de huid zit, die impact heeft voor langere tijd. We hebben het goed. Maken grapjes, zijn stil, vertellen onze gevoelens aan elkaar. Waarom we heerlijk de kop in het zand kunnen steken en waar we onzelf tegenkomen. We noemen elkaar bij naam terwijl we geen van allen aan elkaar zijn voorgesteld. Hennie mag ook naar huis. Ook vandaag.

Gisteravond had hij het gevoel dat hij de avond voor het schoolreisje stond. Dat zijn vrouw een bakje komkommer zou meenemen als de volgende dag aan zou breken. ‘Ik ben onrustig’. ‘Doe het niet, zei ik, straks ga je niet naar huis omdat het te onrustig is in je lijf.’ Zijn temperatuur ging omhoog.

Vanmorgen was het zover, ik tel de uren af. Vanaf vier uur ben ik wakker. Pijn in het lijf, geen wondpijn maar spierpijn. In de nek, de schouder, de arm. Ik lig niet lekker. Slaap niet lekker in het ziekenhuis. Maar ik ga naar huis, de waaknaald is weg, het enige wat er nog zit zijn hechtingen en blauwe plekken, overal.

Ik ga naar huis.

Ineens voel ik dat mijn hartslag weer onregelmatig wordt. ‘Dat gaat niet goed, waarom.’ Ik geef het door. Luisteren naar de hartslag, het bed wiebelt. Een hartfilmpje wordt gemaakt. Ik krijg pillen, eet het ontbijt, drink een kopje thee. Dan krijg ik weer een ‘waakkastje’ om. Plakkers met draden op mijn lijf. Alles willen ze registreren. ‘We gaan nog een echo maken van het hart om te kijken hoe het eruit ziet.’

‘Houdt er rekening mee dat je niet naar huis gaat’. Ik kreeg het te horen maar had me er al bij neergelegd. Misschien morgen…

Morgen, morgen gaan ze bespreken wat ze gaan doen. Ingrijpen of inregelen. Medicijnen of opereren. Morgen. Morgen is mijn thoraxchirurg degene die de doorslag gaat geven. Alle waarden zijn goed. Ik herstel. Ik ga naar huis, zonder waaknaaldje maar mischien krijg ik er eerst nog eentje terug. In het ziekenhuis in Zwolle.

Ze houden nu de wacht, zonder waaknaald.

Keek op de week

Schreef ik onlangs nog dat ze hier binnenkort zelf weer zou schrijven, dat was misschien toch even iets te enthousiast. Daarom nog maar een keer mijn stand-in rol opgepakt om jullie op de hoogte te brengen van de voortgang, de terugslag en het opnieuw naar boven klauteren uit het dal na dit zwaar lichamelijk ongemak.
Zoals al gemeld ging het de dag na de operatie ver boven verwachting. De 3 overige patiënten op de zaal waar ze lag hadden het nakijken. Een soort Max Verstappen maar dan in een totaal ander segment. Maar om mij heen hoorde ik al de waarschuwingen; “let op Gert, meestal komt er wel een terugslag na zo’n operatie, hou daar maar rekening mee”. Ik zag uiteraard alleen maar wat ik wilde zien. Dag 2 na de operatie ging ook nog wel maar de vochthuishouding was niet helemaal op orde, dag 3 was ze oververmoeid omdat ze heel slecht had geslapen en op dag 4 kwam ‘s morgens in alle vroegte de reeds voorspelde man met de hamer voorbij. Nare berichten op mijn telefoon, maar toen ik bij haar was zag ik pas echt hoe verschrikkelijk ziek ze was…
Tijdens het bezoekuur, wat overigens veel meer dan een uur is, maar dat terzijde, kwam gelukkig de arts voorbij en zijn woorden, in combinatie met de woorden van iemand die ik al heel lang ken en die ook alles van harten weet, stelden mij gerust. “Niets verontrustends, u houdt nog te veel vocht vast, dat veroorzaakt uw narigheid, we passen uw medicatie aan en kijken hoe het gaat”. Nou, toen ging het… Tijdens het avondbezoek kwamen langzaam de babbels terug en zag ik haar zelfs weer een paar keer glimlachen. De volgende morgen (gisteren) stuurde ze een foto waarop duidelijk weer een kleurtje op haar gezicht te zien was en een brede lach. Overdag ging het ook een stuk beter en steeds meer bekroop mij het gevoel dat het tij nu echt gekeerd was.
Vanmorgen was het weer “testdag”. Bloedprikken, longfoto’s en alles wat nodig is om te controleren of alle functies weer operationeel zijn zoals het hoort.
Om 5 over 10 vanmorgen deed ze een poging mij te bereiken via WhatsApp maar ik was even heel druk bezig met mijn huishouden en lette niet zo goed op… Dus na een half uur lang wonderlijke woorden typen in mijn WhatsApp, zonder een reactie te krijgen besloot ze me te bellen. Ik pak mijn telefoon op en hoor; “Lieffie ik kom dinsdag thuis”. Ik denk thuis, “je bedoelt het ziekenhuis in Hoogeveen?”. “Nee, gewoon thuis, want alles gaat nu goed, er is hulp thuis de hele dag, dat is net zo goed of zelfs, beter dan nog een paar dagen in het ziekenhuis in Hoogeveen rondhangen tot ik naar huis mag”. Ik hoor dat ze heel blij is. Dat betekent dat ze eraan toe is en ze er weer vertrouwen in heeft. Dat zet gelijk een rem op dat “is dat niet erg vlug” en “komt dat wel goed” stemmetje in mijn achterhoofd. Als zij er klaar voor is, dan is ze er ook klaar voor, ik ken haar lang genoeg (lees 41 jaar) om dat te weten. We gaan er voor!
Mijn rol als Facebook stand-in was gelukkig maar van korte duur, binnenkort schrijft ze hier zelf weer!

IMG_0732

Allemaal ontzettend bedankt namens ons beiden voor alle steun, aandacht, lieve woorden, kaartjes, kaarsjes, liefde en wensen. Jullie hebben haar, en ook mij, door deze moeilijke weken gesleept.

Misschien..

‘Als alles zo blijft gaan dan zorgen we ervoor dat je vrijdag met de ambulance terug gaat naar uw eigen ziekenhuis’.

Ik denk er niet eens over na, waarom zou het niet goed gaan. Het is donderdag, de tweede dag na de operatie en op alle lichamelijke ongemakken na, spierpijn, dove linkerhand, dik en opgezet en donkerblauw linkerbeen, darmen die compleet van de leg zijn, een borstwond waar je u tegen zegt en ach zo kan ik nog wel even doorgaan. Aansterken, herstellen kan ik ook wel in Hoogeveen. Waarom zou het niet goed gaan. Ik voelde me sterk voor de operatie. Gezond ook, op dat grote hart na. Dat voelde zich ziek, zwak.

Nu, na de operatie moet dat echt wel beter gaan met het hart. Vijf omleidingen. De bypass-operatie zoals het heet, is gelukt en nu moet het beter gaan met het hart. Meer zuurstof, letterlijk meer lucht. Ik merk het nog niet zo, ik heb nog teveel last van allerlei lichamelijke ongemakken.

Eigenlijk kan ik het niet zo goed omschrijven, maar in de loop van de middag raak ik helemaal vol, het is net of het lijf zegt ‘zoek het maar uit, ik kap ermee’. Ik word moe….

De vrijdag maakt duidelijk dat misschien echt misschien is. IK ben te ziek om vervoerd te worden naar Hoogeveen. Ik ben te ziek.

Misschien kan ik volgende week naar Hoogeveen terug. Misschien.