Oh ja, zo kan het ook

Er staat een nieuwe weekopdracht voor u klaar. Daarmee begon de afgelopen 3 maanden op maandag de nieuwe uitdaging. In het begin dacht ik ‘als ze nu maar niet van die gekke dingen bedenken’, want dan komt de lat misschien wel heel hoog te liggen. Niet dat ik dat erg vind maar ik ben niet alleen aan de uitdaging begonnen. 100 gezinnen, 100 dagen, 100% restafval vrij. Al zou ik al die maanden gedacht hebben, ik eet het nog liever op dan dat ik het in de afvalbak gooi, afgelopen weekend werd duidelijk dat een beetje groot feestje al aardig wat restafval oplevert ook al zoek je het nog zo goed uit. Restafval, verzamelde grondstoffen die niet te scheiden zijn. Ze zijn er nog genoeg. En hoe ver duik je erin. Wil je echt geen restafval, of echt zo min mogelijk. Of wil je minder restafval, er wel moeite voor doen maar niet tegen elke prijs. Want het kan, we hebben het gehoord bij Emily Jane Lowe tijdens de start van onze uitdaging. Zij ging ook steeds verder. Eerst in de keuken, daarna in het huishouden, toen in de persoonlijke verzorging.

De afgelopen maanden is er, ondanks dat ik best al met afval bezig was, de knop nog verder omgegaan. En niet alleen bij mij, ook bij de rest van het gezin. Ook bij mensen die bij ons over de vloer kwamen, ook bij mensen die mijn stukjes lazen op Drenthe in transitie, of in de Hoogeveensche Courant. Stukjes over broodzakken en bakjes die mee gaan winkelen. Stukjes over bewustwording ‘ja, maar dat is niet van mij’. Of een opname in het programma Roeg waarbij we letterlijk de afvalbak in doken om te kijken wat er dan eigenlijk nog aan restafval in terecht komt en vooral ‘waarom komt het daarin terecht’. Zou het nog anders kunnen. Oh ja, zo kan het ook. Die kreet heb ik de afgelopen tijd regelmatig gehoord.
‘Neem jij je eigen bakjes mee?’ Zie je me staan bij de nootjesboer
‘Wil je het ingepakt in dit doekje? Wat is voor doekje, het voelt zo nat. Zal ik toch voor de zekerheid er maar een plasticje omheen doen?’
‘Zo kan het ook?
Hoe werkt dat dan?’
‘Wat een slim idee, dat zouden meer klanten mee moeten nemen.’
Of die van gistermiddag toen ik brood wilde halen bij de bakker en ik naar het andere filiaal werd verwezen omdat het brood wat ik wenste daar nog wel voorradig was. De jongedame achter de toonbank had nog nooit een stoffen broodzak gezien en wilde het brood eerst nog inpakken in plastic en als ik geen plastic wilde dan toch eerst in papier stoppen voor het in mijn eigengemaakte broodzak ging. Het bleef even een spelletje. Ik wilde geen plastic en geen papier. Ik wil dat niet meer mee naar huis nemen. Misschien dacht ze gisteravond toen ze op de bank zat ineens, wat was dat nu met die broodzakken van die mevrouw. Of bedacht ze het ineens onder het eten en sprak erover aan tafel. Hoe dan ook… zij was nog niet van de ‘Oh ja, zo kan het ook’, die was nog niet direct te overtuigen. Haar baas daarentegen wel. Die is heel erg op zoek naar mogelijkheden om nog minder plasticverpakkingen te gebruiken. En om het bedrijfsafval, wat eigenlijk alleen grondstoffen zijn, beter of anders op de markt te zetten ipv er flink voor te betalen en het af te laten voeren als bedrijfsafval.
Zo kwam ik eens thuis met twee flesjes bier waarvan een van de ingrediënten oud brood is.
Lekker bier!

Proost.

Wat zijn we toch een akelig verwend volkje dat brood van een dag oud, oud brood is niet meer verkoopbaar. De recepten voor oud brood vlogen me om de oren, evenals al die leuke ideeën die mensen al bedacht hadden om er toch voor te zorgen dat oud brood toch verkocht kon worden.

Waarde

Vanmorgen las ik een verhaal wat een vriendin had geschreven, ik had het al eens eerder gelezen maar vanmorgen kwam het heel hard binnen. Waarschijnlijk omdat ik inmiddels zo bezig ben met grondstoffen en de afvalproblematiek. Ze schreef dat ze na een hele inspirerende dag naar huis reed. Eigenlijk had ze heel energiek achter het stuur moeten zitten want die inspirerende dag, tja, daar krijg je energie van. Maar niets was minder waar. Ze moest huilen, voelde zich moe en leeg. Ze ging de kinderen halen uit de BSO en in de gang zag ze een waslijn hangen, vol kleding. En daar viel alles bij elkaar. Haar inspirerende dag ging over ‘Ben jij het waard’ (jij is dan vrij vertaald naar alles wat waarde heeft) en daar zag ze een waslijn vol kleding en zelfs schoenen hangen. Vergeten kleding, iets wat er al maanden lag. Waardevolle kleding aan een lijntje in de BSO.

Eigenlijk komt dit dan ook heel dichtbij het 100-100-100 project. Wat is de waarde van afval.
Wat is het u waard, wat is het mij waard!

Voor mij zijn het best bijzondere maanden geweest. Ik werd herkend op straat, ze hadden mij gezien op tv. Waren toch wel heel nieuwsgierig of het lukte en vooral ‘hoe dan’.
Verhalen van mensen zelf over hoe ze nadachten over het afval, de afvalberg en het verantwoord omgaan met de grondstoffen. Gesprekken met mensen die het thuisfront maar moeilijk op andere gedachten konden brengen. Of vragen over ‘waar hoort dit bij?’ Dingen waar ik zelf ook al over nagedacht had. Hoe is het mogelijk dat we inmiddels zo gewend zijn aan al die plastics, die verpakkingen, al die driedubbel ingepakte artikelen. Hoe kom ik thuis zonder al die verpakkingen. Soms lukt het gewoon niet.

Of het lukt wel, ik koop het niet.

Het is trouwens ook een wirwar in verpakkingsland. Het is recyclebaar, composteerbaar of het hoort gewoon bij restafval maar je twijfelt en twijfelt.
Als het wel in je hoofd zit en je wilt dat anderen het ook zo gaan zien dan is informatie geven het beste. Zoals dat bord over zwerfafval waarop staat hoe lang het duurt voor een bananenschil verteerd is. Of kauwgom, of een blikje, of een plasticflesje.
Als mensen dat lezen dan schrikken ze heel vaak. Dat wist ik echt niet.
Dat is het, onwetendheid.

‘Ik heb een nieuw shirtje gekocht’, zei jongste schoondochter toen ze binnenkwam.
Het eerste wat ik zag was een plastic tas van de winkel waar ze was geweest.
Ik vroeg niet naar het shirtje maar riep ‘oh nee, een plastictas, nee, niet waar toch!’

Weken later zei ze, ‘Grietje, mag ik een van je tasjes mee, ik ga winkelen en durf niet meer met een plastictas aan te komen!’

Ja, lach maar!

Maar het is mij bittere ernst en soms schiet ik zo uit de slof…. Maar dan bedenk ik het weer…
‘Oh ja, ik moet ze leren dat het ook anders kan!’ Zodat ze zeggen ‘oh ja, zo kan het ook’

Ik ga het vast nog heel vaak horen ‘oh ja, zo kan het ook’, maar ik ga het vast ook zelf zeggen want de vastgeroeste patronen worden doorbroken en nieuwe worden geboren.

Want zo kan het ook!

Wat vond ik de mooiste opdracht: opdracht 3. Tips om afval te voorkomen.
Wat vond ik de stomste opdracht: die kan ik niet vinden!
Wat vond ik de beste opdracht: opdracht 13, wat zit er nog in jouw restafval

40

In een mensenleven gebeuren zoveel dingen die er toe doen dat eigenlijk iedereen wel een boek kan schrijven over zijn, haar eigen leven. Ik kom ook in zo’n fase dat ik denk ‘Hoe is het mogelijk’. Want bijna een jaar geleden draaide ik het ziekenhuis in, om daarna een half jaar bezig te zijn met herstellen en nu zit ik in een totaal andere modus. Thuis, hele drukke dag achter de rug. Tuin aan kant, boodschappen gedaan, was gevouwen, tafel en bureau bijna leeg…. want morgen vieren we feest.

Toen ik in 1975 mijn lief ontdekte, niet wetend dat hij diegene was bij wie ik mij het veiligste voelde, toen had ik geen idee. Ik was op zoek naar iemand waarmee ik de levenslessen wilde leren en delen. Maar ook niet bewust. Het moet zo zijn. Die kennismaking in 1975 was een hele heftige en we hebben het er nog heel vaak over. Hij weet nog welke jurk ik droeg. Ik weet nog welke schoenen hij droeg en hoe lang zijn haren waren. Wij weten nog hoe heftig dat was en kort. Het werd 1976 zonder hem. In mijn achterhoofd zat hij. Meer wist ik niet. Een naam, geen adres, geen enkel idee. Toch kwamen we op miraculeuze wijze weer bij elkaar. Ik bij hem over de vloer. Als totaal geen stadsmeisje op bezoek bij een stadsjongen die er vreemde manieren op na hield en in de benen bleef met gebakken eieren en biefstuk. Die muziek kende die ik nog nooit gehoord had, die mij lief vond.
Al die heftigheid in onze beginnende relatie bleef. Hij zat op zee, was weken weg en ik had onregelmatige diensten. Er was geen WhatsApp, geen Facebook, geen mobiel. Ik was soms niet daar waar hij mij zocht en al heel snel woonden we samen. Dat was een fijn idee, we kwamen altijd terug naar de plek waar onze spullen stonden.
Toch bleef het heftig, ik bleef het dorpsmeisje, hij de stadsjongen. We verschilden van mening en de kracht om bij elkaar te blijven zat gewoon in de liefde. Tot ik niet meer kon. Dag lief. Ik zoek een ander leven, zonder jou.

Twee weken, het duurde twee weken. Heftige weken, droeve weken, dagen waarin ik van traan naar traan steeds sterker werd. ‘Zo wil ik het niet, niet meer, niet nu en later ook niet’.
Toch was liefde sterker en vochten wij ons een weg door alle gevaren van buitenaf. Ouders die bemoeien, wegen die zo lastig leken. We kozen een trouwkaart, hij een alternatief kleedje en ik een tijdloze prachtige trouwjurk. Hij en ik, wij horen bij elkaar.
‘Dan kun je ook wel trouwen’, zei mijn moeder!

8 juli, 1977

We trouwden, verhuisden, zochten werk, verhuisden, zochten werk. De stadsjongen werd opgenomen in een dorp en het meisje was weer terug van weggeweest en had haar liefde meegenomen. Hoe romantisch kan het zijn. Lief werkte en ik zocht werk. Deed heel veel vrijwilligerswerk en twee jaar later werd onze zoon geboren. Twee jaar later kregen we onze tweede zoon. De zwangerschap kenmerkte de tijd van ‘de kernbommen de wereld uit’ en ‘kunnen wij deze verantwoordelijkheden wel aan in deze beroerde tijd’. We schrijven 1981.

28 mei, 1983

Onze dochter werd geboren. We zijn alweer verhuisd. Nu naar een huis in een rijtje met aan alle kanten jonge gezinnen en leuke mensen. We hebben er een mooie tijd en na 3 jaar verhuizen we weer. Het huis past niet in de portemonnee. De gasprijzen stijgen, het huis niet geïsoleerd en we stoken voor de vogeltjes. We krijgen er buikpijn van maar we kopen ons eerste huis in 1984.

Rustiger jaren liggen aan onze voeten. Een gezin met kleine kinderen, zoals wij ze hebben, geven kleine zorgen. Ziekte in de familie geven grotere zorgen maar we zijn er voor elkaar. De dagen rijgen zich aaneen. Lief werkt, is veel weg voor zijn werk en ik zorg thuis voor de kinderen. Ik ben er op de momenten dat ze mij nodig hebben en het huis vult zich met gezelligheid.

5 april, 1991

Onze tweede dochter werd geboren. Levensloos. Het huis, zo vol verwachting, is ineens een leeg huis.
Vijf dagen later vierde tweede zoon zijn tiende verjaardag, hebben we afscheid genomen van onze dochter, richten we ons op het feest van zoon. Zo is het leven, keihard en lief. We slaan ons ook hier doorheen. We vechten ons een weg door al die emoties en we kiezen opnieuw.
Jongste zoon werd geboren. Na alle tranen die ons zoveel sterker maakte kregen we een zoon. Het huis vult zich met liefde rondom hem. Hij groeit op in een huis met pubers in het prille stadium.

We verhuizen. En die verhuizing brengt weer heel veel te weeg.
Oudste zoon, tweede zoon, dochter….. allemaal gaan ze elders wonen en ons huis vult zich dagelijks met kinderen waar ik de zorg voor draag als de ouders aan het werk zijn. Mijn leven kabbelt voort. In ons leven gebeuren bijzondere dingen. Dingen die ik niet voor mogelijk had gehouden. Liefde houdt stand. Barsten helen.

En weer verhuizen wij. Jongste zoon heeft nog een jaartje af te maken op de basisschool en gaat dan naar het voortgezet onderwijs. Twist, een jaar oud, is de trouwe viervoeter die zijn intrede doet. Ik rol van het ene in het andere baantje en al gaf ik aan geen volle baan te willen begint het er aardig op te lijken. In mijn autootje cross ik van links naar rechts door Drenthe en daarbuiten. ‘Wat wil jij later worden’, staat er in de vriendenboekjes die ineens hip zijn. Steevast schrijf ik ‘Oma’. En waarom niet. In 2006 en 2008 krijgen we twee kleinzonen. Ze ontwikkelen zich tot grootzoon en kleinzoon, schoondochters komen mee, zonen zijn gelukkig, zonen zijn verdrietig en weer gelukkig. De liefde, altijd weer de liefde die mensen van de sokkel haalt. Ook zonen en dochter. Altijd weer de liefde. Onze liefde voor elkaar is als levend bewijs dat het kan. Ook in zware stormen. De uitslag van het darmkankeronderzoek. Niet goed, maar op tijd! Het hartinfarct na een jaar lang aanklooien om beter te worden en niet te weten wat er aan de hand is. De zware hartoperatie bijna een jaar geleden. We vochten ons een pad door de tranen en hielden elkaar vast.

40 jaar, morgen, 40 jaar getrouwd. Daar is geen speld tussen te krijgen. Mijn lief is mijn schat op aarde. Mijn steun en toeverlaat. Mijn liefde zolang liefde kan duren…..

Onze liefde, zolang liefde kan duren.

Proost op de liefde!

(want)
houden van is gauwer gezegd
dan langer gedaan
maar soms komt het in het donker op gang
en dan is er verder geen houden meer aan..

#Judith Herzberg

Waarvan akte!

In ons leven samen zijn we heel veel mensen tegengekomen. Hebben we heel veel mensen leren kennen. Hebben we afscheid moeten nemen van mensen die we nog veel langer om ons heen wilden houden.
We voelen ons rijk. We zijn dankbaar. Want 40 jaar samen….. dat is het waard om te vieren!

Met het grootste gemak

Het is zo’n kreet die lekker bekt. ‘Met het grootste gemak, gooi je het in de afvalbak’. Die zin is waarschijnlijk ooit ontstaan om mensen te bewegen het afval niet achteloos op straat te gooien. Met het grootste gemak!
Met het grootste gemak gebruik je de spullen nog een keertje voor je ze alsnog in de afvalbak gooit. De opdracht ‘wat geef jij deze week een tweede leven’. Een opdracht waarbij ik gelijk dacht aan de schelpjes die ik op het strand vond. Eerst eentje die mooi en gaaf was, toen twee en bij drie schelpen was het hek van de dam en was de tas aan het einde van het grote genieten op het strand vol schelpen. Dit keer zijn het de grote witte schelpen die ik al aan een draadje zie hangen in de tuin. Een tweede leven is geboren.
In de keuken kan ik ook slecht afstand doen van dingen die ik nog een keertje of nog vaker kan gebruiken. Bakjes en potten. Zolang het goed blijft sluiten en ook goed schoon te wassen is zal ik het blijven verzamelen. Het komt ooit weer van pas. Ik heb echt een kelder vol met ‘je weet maar nooit’. Daar moesten we pas hard om lachen. Met die verzamelwoede, ik denk namelijk heel graag in kansen, is het oppassen geblazen. Het moet wel gezellig blijven in huis. Lege eierdozen en yoghurtemmertje zijn de meest favoriete blijvertjes. Ze zijn altijd opnieuw te gebruiken. In de yoghurtemmertjes kun je werkelijk alles stoppen, zelfs voor in de vriezer. En die lege eierdozen, die kan ik heel goed gebruiken bij leuke kinderactiviteiten. Daar passen werkelijk de mooiste schatten in! Of zaadbommen, ja, die doen het prima in een eierdoos. Wollen sokken met een gat erin krijgen een stoppertje zodat ze nog wat langer meegaan en het mooiste wat ik het afgelopen jaar heb gemaakt van een oude spijkerbroek waren twee etuis.


Ook daar weet ik wel raad mee. Een plukje wol, een restje gekleurde draad, wat borduurgaren en een mooie rits, laat mij maar gaan, het wordt geboren onder mijn vingers. Het resultaat is prachtig en de vriendjes die het krijgen zijn er heel erg blij mee. Een tweede leven voor een versleten T-shirt, de poetslap in wording. Een keteltje wat te oud is om water mee te koken is een bloempot geworden. En de mooie potjes met goed sluitende deksels krijgen altijd een herkansing. Lekker jam maken, of heerlijke sapjes, de potjes zijn altijd handig. Op de zolder stond een bureaulamp, ooit op de zolder terecht gekomen omdat er een lampje in zat wat en te veel stroom gebruikte maar ook heel heet werd. Ook daarin staat de tijd niet stil want het is tegenwoordig gemakkelijk om er een koel energiezuinig lampje in te draaien. Alles verdient toch een tweede of derde leven. En kan ik er niets meer mee, dan gaat het een deurtje verder, naar de kringloopwinkel.

Maar in het kader van het tweede leven passen de bijenwasdoek en de broodzakken natuurlijk ook heel goed. Want die gebruik ik telkens opnieuw. Een keertje wassen en weer gebruiken. Fijn dat het kan!

Cradle to Cradle

100 dagen.

Op het moment van lezen duurt het nog 12 dagen. Dan zijn de 100 dagen voorbij. Zoals alle dagen vlogen die 100 dagen ook voorbij. Het zit er bijna op, het 100-100-100 dagen project in Hoogeveen. Alle deelnemers gaan dit samen afsluiten en ik ben wel heel benieuwd naar het uiteindelijke resultaat. Tot nu toe staat de afvalmeter van de deelnemers op 0.6 kg restafval en het totale plaatje landelijk, maar ook in Hoogeveen, op 9 kilo afval. Dan praten we over een gemiddelde storting per week. Ik had vorige week moeten wegen want het restafval werd gehaald. Maar er zat bijna niks in de afvalbak dus we sparen nog 14 dagen langer. Ik ben benieuwd of ik de 500 gram ga halen. Ondertussen is er bij de Gemeente Hoogeveen de discussie gaande over de frequentie van het ophalen van het restafval. Iets wat u en mij aangaat natuurlijk. Wij willen toch allemaal meewerken aan een schonere en betere toekomst. Dat kan toch gemakkelijk in deze tijd. Tegenwoordig is voor iedere grondstof wel iets te bedenken waar het opnieuw voor te gebruiken is. Het cradle to cradle concept (van wieg tot wieg). Je haalt iets uit de bodem, maakt iets, gebruikt het en gaat het dan hergebruiken. Hout wordt papier, wordt karton, wordt gebruik door fabrikant, consument, distributiecentrum, winkelbedrijven, wordt oud-papier en gaat weer terug naar de papierfabriek om opnieuw te gebruiken. Consuminderen en hergebruiken. Als je minder koopt hoef je minder weg te gooien. Afval beter scheiden resulteert in meer grondstoffen om te hergebruiken. Na al die jaren van halen, gebruiken en weggooien, kunnen we nu ook brengen en hergebruiken toevoegen. Ik kan me dan ook niet voorstellen dat je hier niet aan mee wilt doen. Het is helemaal niet zo erg ingewikkeld, dat heb ik wel gemerkt de afgelopen 88 dagen. Het heeft me aan het denken gezet en ik heb acties ondernomen omdat ik door te leren van anderen zelf anders ben gaan ‘gebruiken’. Minder plastics, vooral dat. Mijn stoffen broodzakken doen het goed, de bakjes die ik meeneem naar de markt en dan vooral de verwonderde blikken ‘Neem je eigen bakjes mee? Ja, zo kan het ook’. En ‘nooit over nagedacht’. Ook dat is een zin die ik steeds weer hoor. Dat is het gewoon, we denken er niet meer over na dat het ook anders kan. ‘We zijn erin gerommeld’ zei iemand die een woord zocht voor de manier waarop wij plastic in ons leven hebben toegelaten zonder er verder over na te denken. Want zeg nu zelf, plastic is reuze handig! Maar dan moeten we er wel goed mee omgaan.

Doet u ook mee? Met grondstoffen scheiden?

Ik hou van mij

‘Hou jij van mij?’
‘Ik hou van mij’
‘Ik hou van jou’
‘Hou jij van mij?’

We zitten aan een tafel waarvan ik denk dat er een bom is ontploft. Een tafel vol levensdingen, lezen, naaien, computeren, naalden, spelden, schaar en lapjes. Een tafel vol. Wij zitten aan die tafel. Zij hangt achterover en vertelt. Ze blaast het op en zwakt het af. Tranen prikken, de lach klinkt luid. Het leven, het vreselijke leven. Nee, het leven is niet vreselijk. Misschien is het soms vreselijk. Het leven is wel ingewikkeld. Ja, dat is het. Gecompliceerd. En wat ook lastig is, al die mensen die iets vinden of zeggen. Vooral als ze iets nooit zelf doen. Dat is ook lastig. Ik vraag naar de voorbeelden. Verrek, ze zijn er, die voorbeelden en ik luister.

Ondertussen zie ik een duif capriolen verzinnen om toch met de dikke kont in het huisje te komen waar misschien nog een graantje te pikken valt. De wind rukt aan de blaadjes van de bomen en in de krentenboom zitten mussen. Ik luister.

Ik luister en ik voel woorden binnenkomen. We hebben een gesprek over energie, over hoe iets werkt en hoe het voelt en waarom wij, zij en ik, moeten leren dat het er niet toe doet. Je bent wie je bent en met alle energie van de wereld ga je dingen die andere mensen wel of niet doen, wel of niet zeggen, niet veranderen. Trouwens, waarom zou je dat willen. Jij hebt een mening, ik heb een mening, zij hebben een mening.

Weet je wat zo fijn is aan die tafel met een bomontploffing, het praat zo lekker weg. Tranen die prikken worden een schaterlach en ach, al die tijdschriften en lapjes stof blijven gelijk. Ze spreken niet tegen, veranderen niet van de plek. Het schept een sfeertje van het mag. Perfect. We hebben het over perfect. Perfect is iets als alles klopt. ‘Maar, zeg ik erbij, het is een schilletje, een laagje. Je prikt er soms zo doorheen en dan is het net zo gewoon als de rest’. Daarbij kan gewoon ook heel bijzonder zijn en dat hoeft weer niet perfect te zijn.
‘Laat los, zeg ik. Laat dat los en wees tevreden met wie je bent en waar je voor staat’.

Het gaat over dood en leven, over ‘wonder woman’ en feminisme, het gaat over welzijn, welbevinden en aarden. Het gaat over 5 jaar, 10 jaar, 15 jaar terug. Het gaat over toekomst, verder vooruit kijken en plannen maken.

Uiteindelijk gaat het over het leven. Mijn leven, jou leven, haar leven, zijn leven. Ons leven. Het leven van al die zandkorrels die familie zijn en die, ook al zijn ze allemaal verschillend, zo ongelofelijk blij zijn met elkaar. Dat je mag zijn wie je bent en dat je niet hoeft te oordelen.

‘Ik hou van jou!’
‘Hou jij van mij?’
‘Ik hou van mij!’
‘Ik hou van jou!’

Het leven

Vanmorgen scheen de zon, was het heerlijk weer en werd ik uitgerust wakker. Als je wakker wordt en je voelt je fit dan heb je voldoende slaap gehad. Ben je niet fit? Ga dan rustig nog even slapen. Het is een gegeven! Een feit.
Ik voel me fit en doe de dingen die bij mijn leven horen. Ik schreef eerst ‘die bij het leven horen’, maar die vanzelfsprekendheid is niet normaal. Dat is een aanname die we in de rijke Westerse wereld gewoon bezigen. Alsof de hele wereld ’s morgens wakker word en denkt ‘ha, ik ga plassen, wassen, aankleden, ontbijten.’

Op heel veel plekken in de wereld is dat dus gewoon niet zo. Amnesty schreeuwt niet voor niets zo hard dat er op steeds meer plekken op onze aardbol mensenrechten worden geschonden.
Eigenlijk doet Groenlinks dat ook maar wie krijgt er dan een draai om de oren? Juist, het zelfde Groenlinks omdat ze opkomt voor mensen. En ik, ik stap uitgerust uit bed. Misschien is de halve wereld wel jaloers op mijn leven.

Een leven dat bijna een jaar geleden aan een zijden draadje hing. Als ik het verhaal van vorig jaar teruglees, als ik de verhalen bij elkaar optel over de hartoperaties en complicaties dan was het een zijden draadje. Ik had vertrouwen, blind vertrouwen. En ik heb alle geluk, in dit land met deze zorg, in dit land met alle kennis. Ik heb alle geluk van de wereld in mijn huidige leven. Als ze tegen mij zeggen ‘je hebt het verdiend’ dat denk ik ‘ik niet alleen, de hele wereld verdient het’. Dat is wat in de politiek ook speelt. Heel erg speelt. En de mensen die het moeten uitvoeren zijn mensen die gewoon mensen zijn zoals jij en ik. Ja, ze hebben geleerd om iets neer te zetten maar uiteindelijk gaan zij ook slapen omdat het lampje uitgaat en als ze wakker worden en niet uitgerust zijn gaan ze niet nog even rustig slapen maar gaan ze aan het werk. Mensen doen dat!

Vanmorgen schijnt de zon, de duiven zitten in de krentenboom, te glanzen in de zon. Merel, mus, spreeuw, allemaal zitten ze in de krentenboom. Koolmees pa en moe vliegen af en aan om het kroost te voeren. Een tweede legsel moet ervoor zorgen dat er nog wat jongen groot worden. Het is een gekakel in het nest naast het slaapkamerraam. Ik hou van die geluiden, de geluiden van de zomer. De vogels die mij ’s morgens bij het eerste licht toch wel wakker tetteren. ‘Vroege vogel, ik hou ervan maar slaap toch nog even verder.’

Ik heb vanmorgen mijn trouwjurk uit de kast gehaald. Het zal ongeveer deze tijd geweest zijn dat ik in mijn uppie op zoek ging naar de trouwjurk die ik wilde dragen op 8 juli 1977. Die trouwjurk is van alle tijden en ik pas hem nog. Hij ruikt naar 40 jaar kast maar hij past. Als ik sterf wil ik mijn trouwjurk dragen, dat besluit ik nu, dat schrijf ik hier. Dat is wat ik wil. Niet nu sterven maar als het zover is, dan wil ik mijn trouwjurk dragen. De jurk staat symbool voor leven in liefde. En nee, ik ben niet sentimenteel nu, ik ben blij en dankbaar. Want dat past bij mijn leven momenteel.

Dankbaar met mijn leven, mijn lief, mijn kinderen en kleinkinderen. Dankbaar dat we 13 jaar hebben kunnen genieten van onze trouwe viervoeter Twist. Iedereen vraagt er naar. ‘Hoe is het’. En ik kan alleen maar zeggen dat het stil is. Gewoon overal. Als er iets op de grond valt, als ik naar de keuken loop stapt Twist niet uit de mand achter mij aan, als ik de kamer in loop dan is daar niet meer de mand waar Twist in ligt te slapen. Iets wat hij de afgelopen maanden heel veel deed. Eindeloos slapen, diepe slaap. Of wakker en drentelen en piepen en drentelen en zijn draai niet kunnen vinden. Van binnen naar buiten en weer terug, liggen en weer drentelen. Piepen zodra er iemand de kamer verliet. Niet wetende dat diegene wel weer terug kwam. Kwispelen. Dat stuk over kwispelen, hij kwispelt. Niet de hele dag maar heel vaak. En dat doet pijn maar tegelijk weet ik dat het goed is. Hij heeft een mooi leven gehad en ik denk aan die mooie momenten die iedereen met hem had. Iedereen was blij met Twist. En iedereen heeft verdriet om Twist…… omdat hij kwispelt.

Het leven……..

“Als ik net in slaap ben gevallen, word ik de hele tijd wakker, en dat is waarom je moet huilen. Kwispel, kwispel, kwispel.

Ik bewaar hem in mijn hart

Lieve hondenvrienden,

Ik wil nog even jullie aandacht. Een dag of wat geleden las mijn baas een stukje voor wat ergens op internet stond en dat sprak mij aan. Ik wil dat graag met jullie delen.
Vanaf vandaag ben ik niet meer aanwezig zoals jullie mij bijna 13 jaar hebben meegemaakt (mijn eerste jaar heb ik ergens anders doorgebracht maar daar wil ik het echt niet meer over hebben) maar ik ben ook niet dood want honden gaan nooit dood. Honden weten niet hoe dat moet. Ze worden moe, en erg oud, en hun botten doen pijn. Maar ze gaan niet dood. Als ze dood zouden gaan, dan zouden ze niet altijd een wandeling willen maken, ze willen zelfs nog wandelen wanneer hun oude botten zeggen: “Nee, nee. Geen goed idee. Laten we niet gaan wandelen.” Nee hoor, honden willen altijd een wandeling maken of zelfs wel rennen ook, al kan het eigenlijk niet meer. Zelfs tot de dag dat hun verouderde pezen er voor zorgen dat ze af en toe spontaan omvallen. Zo zijn honden. Honden wandelen, altijd!

Het is niet zo dat ik jullie gezelschap niet wil. In tegendeel, een wandeling met jullie is het einde. Als baas, logeerbaas of wandelbaas zijn jullie de symfonie van geuren die de wereld vormen. Kattenpoep, een markering van een andere hond, een rottend kippenbotje en jij. Dat maakt mijn wereld perfect, en in een perfecte wereld is er geen ruimte voor de dood.

Honden kunnen wel erg slaperig worden. Dat is het, snap je. Dat leren ze jullie niet op die luxe universiteiten, waar ze van alles uitleggen over economie. Ze weten zo veel, dat ze vergeten zijn dat honden nooit dood gaan. Dat is eigenlijk erg jammer. Honden hebben zo veel te bieden en mensen praten te veel.

Als je denkt dat ik overleden ben, is het eigenlijk dat ik in slaap gevallen ben in je hart. En tijdens het in slaap vallen, kwispel ik heel hard met mijn staart, snap je, en daarom doet je borst zo’n pijn en moet je huilen. Wie zou niet huilen met een gelukkige hond in zijn borst die zijn staart heen en weer kwispelt. Au! Bam, bam, bam, bam, bam, dat doet pijn. Maar ik kwispel alleen als ik wakker word. Dat is het moment waarop ik zeg: “Bedankt baas, bedankt al mijn lieve mensenvrienden! Bedankt voor de warme plek om te slapen, de vele wandelingen, de logeerpartijen en al die andere mooie herinneringen, ik blijf altijd in jullie hart, de beste plek.
“Als ik net in slaap ben gevallen, word ik de hele tijd wakker, en dat is waarom je moet huilen. Kwispel, kwispel, kwispel. Na een tijdje slaap ik meer (besef dat een hond moment niet hetzelfde is als een mens moment. Je neemt mij mee voor een wandeling en dat is voor mij een dag vol avontuur in een uur. Dan kom ik weer thuis en duurt het voor jou een dag, maar voor mij als hond een hele week, voordat er weer een wandeling is. Daarom houden wij honden zo van wandelen).

Oké, zoals ik al zei, ik val in slaap in jullie hart, en als ik wakker word dan kwispel ik met mijn staart. Na een aantal hondenjaren, slaap ik langer achter elkaar, net als jullie. Ik ben mijn hele leven een goede hond geweest, dat weten jullie allemaal. Het is best vermoeiend om altijd een goede hond te zijn, vooral als je oud wordt en je botten pijn doen en je op je gezicht valt en je eigenlijk niet meer tot het park wil wachten met poepen maar je het toch probeert op te houden, omdat je nu eenmaal een goede hond bent. Dus besef, nadat ik in jullie hart ben gaan slapen, zal ik steeds langer en langer slapen. Maar laat je niet voor de gek houden.

Ik ben niet “dood”. Dat bestaat niet, echt niet. Ik slaap in jullie hart, en wordt wakker, meestal op momenten dat je het niet verwacht. Want zo ben ik nu eenmaal. Ik vind het erg voor mensen die geen slapende hond in hun hart hebben. Die hebben zo veel gemist.

Maak wat van jullie leven, bedankt voor al de fijne jaren die ik met jullie had. Ik woon voortaan in jullie hart.

Stevige poot,
Twist

Ja, maar dat is niet van ons

De lastigste dagen, of moet ik zeggen de heerlijkste dagen. Voor beide valt iets te zeggen. Ik was met vakantie de afgelopen weken. Geen gedoe, omlummelen, strandwandelen, de neus achternafietsen. Heerlijk, niks mis mee. Af en toe had ik de handen vol zwerfafval, dat kan ik toch niet laten. Zwerfafval hoort niet in de natuur dus ik ruim het op. Bij een uitkijktoren zat een groep schooljeugd te breien met takjes uit de natuur. Wat de opdracht was en waarom, ik weet het niet. Het zag er leuk uit, tot het sein tot vertrek werd gegeven. Inmiddels stond ik halverwege de uitkijktoren en keek naar beneden naar de groep die vertrok. Op een van de boomstammen, waar ze kort daarvoor hadden zitten breien, lag nog een bol wol met breipennen van takken. Het zag er zo verloren uit. Ik riep ze na, ‘Jullie vergeten iets’. De reactie was, ‘Ja, maar dat is niet van ons’. Dat is een uitspraak die is zo typerend en geeft gelijk zoveel aan. ‘Ja, maar dat is niet van ons’.
Ik riep terug dat het misschien niet ‘van ons’ is maar dat het daar ook niet achter hoort te blijven, dus haal het maar op en geef het aan degene van wie het dan wel is. (dan klink ik streng en overduidelijk) Ze kwamen de bol wol halen en ik liep verder de trap omhoog. Als je uitzicht wilt zal je uitzicht krijgen en daar moet je wat voor doen. Ondertussen bleef ik maar nadenken over die uitspraak. ‘Ja, maar dat is niet van ons’. Een uitspraak die ik ook vaak hoor als ik weer een actie, om zwerfafval op te ruimen, organiseer. Als wij met elkaar nu eens tegen de oppermachtige verpakkingsindustrie zouden zeggen, ‘Ja, maar dat plastic is niet van ons, wij hoeven die dubbele verpakking niet’. Bij de Fair-Trade winkel kan het namelijk wel. Daar zit zo min mogelijk verpakking om de producten, het liefst van papier en anders van materiaal wat de afvalberg niet direct groter maakt. Een stukje raffia met een kaartje waar de prijs op staat. Het is een ‘goeie zaak’. Ik was dus met vakantie. En in de vakantie hoef je niet mee te doen met het 100-100-100 project. Je bent niet thuis toch. Nee, ik was niet thuis. Ik zat in een yurt en ook daar maak ik afval. Niet meer dan thuis, maar anders. Het afval scheiden was iets lastiger of juist iets simpeler. Glas apart, papier apart, restafval apart. Na een weekje zat de afvalzak vol met restafval. Terwijl ik thuis alles zou scheiden zat er nu aardig wat meer in de afvalzak. Ik merk dat het iets met me doet. Ik wil wel anders maar in een vakantie lukt dat dus niet zo goed. Toch, als het plastic eruit gehaald zou worden dan bleef wat rommel over plus de schillen van fruit en groente. Het is weer het plastic wat zorgt voor de berg. Stel dat we met elkaar tegen de verpakkingsindustrie zouden zeggen, ‘Ja, maar dat is niet van ons, wij hoeven al die verpakkingen niet, wij willen verpakkingen die de afvalberg en de plasticsoep niet groter maken!’ Eigenlijk willen we dat nu weleens! Het kan allang, er zijn genoeg alternatieven om de ‘verkeerde’ plastics om te ruilen voor de composteerbare, recyclebare alternatieven.


Een tijdje terug tijdens de een van de workshops het ‘Duurzaam Drenthe event’ heb ik zelf een ‘bioplastic’ gemaakt van aardappelzetmeel, azijn en glycerine. Als de glycerine nu ook nog zonder palmolie gemaakt wordt dan zijn we helemaal goed bezig. Met andere woorden, de kennis is er al, nu moet het dus nog gebeuren. En dan niet in van die kleine stapjes.
De opdracht die er nog stond toen ik vakantie terugkwam ‘Wat geef jij deze week een tweede leven’. Daar kom ik de volgende keer op terug.

Duurzaam consumptiepatroon

Toen ik geboren werd en opgroeide op de boerderij aan de rand van een klein dorpje in Drenthe was er niemand die nadacht over een duurzaam consumptiepatroon. We waren op de boerderij redelijk zelfvoorzienend. Van wat ik mij herinner, de slagroom op het toetje kwam zo af en toe ook van de melk die de koeien produceerden. Dat afgeroomde melk minder geld in het laatje bracht had ik destijds niet door, dat kwam later pas. Vlees van het slachtvee, melk en eieren voor verkoop en eigen consumptie. Ingemaakte groenten voor de winter in de kelder. Brood, het werd wel zelf gebakken maar of dat altijd zo was weet ik weer niet. Als puber ging ik zelf op zoek naar spullen voor bijvoorbeeld persoonlijke verzorging, het pad vanaf de boerderij ging nu eenmaal verder. Alles stond in het teken van ontdekken. Roken was nog heel gewoon en van zwerfafval of plasticsoep lag nog niemand wakker. Alles kwam zoals het kwam en het werd allemaal als positief ontvangen. Ik groeide op en leefde mee in de welvaart van het land. Voor alles was een oplossing en was die er niet dan werd ter plekke eentje bedacht. De wereld verscheen aan mijn voeten en alles werd langzaamaan bereikbaar. Met de komst van de t.v kwam wereldnieuws dichterbij, met de komst van internet waren alle grenzen verdwenen zo leek het. Langzaam kwam het bij mij binnen, zo heel langzaam. ‘Gaat dit wel goed zo? En zo ja, hoe lang dan nog?’ Autoloze zondagen, roken waar een vloek op kwam te rusten, zwerfafval, gif in de lucht, water, bodem. Van die dingen die je niet kunt zien maar er wel zijn. En wil ik dat? Heeft ooit iemand aan mij gevraagd of ik dit wil? Langzaam, heel langzaam kwam het besef en inmiddels, al zoveel jaren verder, kan ik niet meer zeggen dat ik het niet wist. Zoals de president van Amerika momenteel doet. Ja, je kunt het wel ontkennen maar daardoor verdwijnt het niet. De wereld is aan het veranderen en ik verander mee. Bewuster leven, duurzamer. Soms voel ik me ineens schuldig naar de Aarde omdat ik iets koop wat eigenlijk niet meer kan. Omdat ik weet dat het misschien ook wel anders kan. Het is soms ook zo lastig om in dit rijke leven waarin we met sommige dingen zo zijn doorgeslagen weer een weg terug te vinden. Ik hou niet van het rigoreus ontspullen. Of van het minimaliseren. Ja, ik wil het wel, maar ik zie in zoveel dingen nog zoveel kansen en weg is weg. Ik moet daarin een weg vinden. Zoals ik ook probeer bij het boodschappen doen of in het huishouden. Niet denken dat ik alles al uitgevonden heb, ik leer iedere dag. Ik stel mezelf vaak de vraag ‘Hoe leef ik, hoe verantwoord ga ik om met de Aarde, wat geef ik door aan de volgende generatie. Ik kan niet meer doen alsof de consumptie- en wegwerpmaatschappij normaal is. Dat is het namelijk niet.

Gisteren bij de kaasboer had ik een prachtig moment. De kaasboer pakte de kaas die ik wilde in mijn meegebrachte bijenwasdoek en hij betaalde mij de doeken die ik twee weken geleden had gebracht om eens te kijken of het ook iets was om te verkopen aan de kraam. Nu was het van mij een soort van promotie geweest, kijk maar en als het lukt maken we een dealtje. Hij betaalde mij de doeken en vertelde dat ze het wel een heel goed idee vinden maar dat ze niet weten of de consument hierop zit te wachten. ‘Ik luister even mee, zei een mevrouw die stond te wachten, ik wil graag meer weten over de doeken. Waar koop ik die, hoe kom ik eraan.’ Ik leg het allemaal uit. En ik zeg dus tegen de kaasboer, ‘Er is zeker belangstelling voor, het bewijs hoor je hier.’  ‘Ja, het is zeker beter dan al dat plastic’, zei hij. ‘Hoe zijn we hier in vredesnaam toch in beland dat we denken dat alles in plastic moet.’

‘Ja, zegt een man die ook staat te wachten, hoe komen we erbij, hoe komen we aan al die verpakkingen. De verpakkingsindustrie is oppermachtig. We zijn er in gerommeld! We zijn ingepakt’.

Mijn duurzame consumptiepatroon kan nog heel wat beter maar ik doe mijn best!

Digitaal voedsel