Over eikels, Belgen en kevers…

Donderdag 12 januari: 06:30 ….. Gerard Ekdom dondert de slaapkamer binnen… ‘ah, ga weg jij, het is veel te vroeg om zoveel herrie te maken’. Het besef komt even later… ‘je moet eruit Grietje’
Het ochtendritueel volgt en dan onderweg. Ik verbaas me over de hoeveelheid mensen die op de been zijn en schrik me twee keer helemaal wild van fietsers die op het laatste moment in de koplampen verschijnen. Stumpers zijn jullie, waarom niet gewoon een lichtje op de fiets. Wat kost het?
07:25 Kom ik aan bij het Struunhuus. Als ik aan kom lopen denk ik… ‘wat ligt daar’. ‘Tja, het daklood’, sneue gasten zijn aan het werk geweest. Stumpers zijn jullie. Waarom blijf je niet met je poten van ons IVN Struunhuus af. Ik ga naar binnen, maak koffie en ruim de tafel leeg. Mijn collega’s druppelen binnen en we wachten op de rijdende reporter. ‘Zullen we buiten kijken of we hem zien?’ En net als we buiten staan gaat de telefoon. Dat verduvelde Struunhuus… we moeten toch maar bordjes gaan maken. Niet te vinden in het park. Ja, als je het een keertje weet, dan wel. In no-time is de reporter binnen en zitten we aan de koffie. Drie keer een minuut de ether in over een niet alledaags onderwerp. De eikenprocessierups.
09:15 Een vuilniszak vol met afval uit de tuin van het Struunhuus en daarbuiten. Rondom heb ik alle lood weer in het lood gedrukt en wat buiten lag ligt nu binnen. Daar krijg je de vinger niet meer achter. Ik bel met de gemeente over de vernieling (die waarschijnlijk tot een diefstal hadden moeten leiden)
09:45 Als ik de auto op de oprit zet schijnen de lampen op mijn voorramen. DIT KAN NIET LANGER! Ik pak mezelf aan en ook de trap pak ik erbij. Een emmer sop en hoppa, aan de poets. Het is zwart waar het wit moet zijn, om over de ramen maar te zwijgen.
Het is markt en er komt nogal wat mensvolk langs ‘ha, Grietje!’ ‘He, Grietje’, ‘Hoi, Grietje’. Ik sta mijn tijd weer eindeloos te verpraten en als eindelijk de ramen schoner lijken dan ze waren is het al 11:30
De kachel is uit, ik ga er eens werk van maken.
Een afspraak maken met de ambtenaar over de vernielingen, snel eten en weg maar weer.
13:30 We staan te kijken naar de schade rondom het Struunhuus en er worden aardig wat foto’s gemaakt. Dit gaat helemaal opgeknapt worden van geld wat we samen opbrengen. Gemeenschapsgeld.
14:00 Een praatje bij infobalie van AH en ik krijg een telefoonnummer. Daarmee zoek ik morgen een sponsor!
14:15 De groentetas halen bij de gesloten kinderboerderij. De vogelgriep is nog steeds niet uitgewoed, er worden nog steeds nieuwe gevallen gemeld.
14:30 Snel een boodschap in Zuidwolde en ik word weer gebeld.
‘Ben je bij het Struunhuus? Ben je thuis?’
De volgende afspraak, 14:45 bij het Struunhuus om een kevercollectie in ontvangst te nemen. Ik ben onder de indruk van de collectie en als ik de deuren achter mij dichtdoe… denk ik ‘laat het Struunhuus eens met rust, blijf met je poten van ons mooie onderkomen af, kom eens kevers kijken! Ik rijd bijna naar huis, nog even een groentetas afgeven en als ik thuis ben regent het al keihard, is het donker aan het worden en is de kachel weer uit. Jemig wat een dag. Vandaag… ging het over Belgen, eikels, rupsen, vernielingen en kevers….. ik vond het eigenlijk wel genoeg op 1 dag.
*en als ik de ramen ga wassen regent het binnen 4 uur! Het is weer bewezen
*kom jij ook eens kevertjes kijken?

Heb jij je nagels al gelakt.

‘Als je ergens iets van vindt kun je in de politiek. Want een politicus moet een mening hebben. Die moet ergens iets van vinden. Dat kun je leren door flink te studeren! Doe je best’. Woorden die in mijn hoofd bleven hangen. Als je ergens iets van vindt kun je de politiek in. Iedereen vindt in 2016 wel ergens iets van. Moppervolkje als we zijn, het is toch nooit goed. Valt een besluit linksom of rechtsom, het is niet goed.

In de zorg is het niet goed, mensen werken zich uit de naad, het is nooit goed. Als je met zorg te maken hebt gehad zoals ik het afgelopen jaar dan is het weer anders. Want ze kunnen veel en doen veel maar krijgen ook veel opgelegd. Zoals al die computers die hun intrede gedaan hebben in de ziekenhuis. Ze kijken naar het scherm, niet naar jou. Behalve dan de zusters die weinig met computers hebben. Die schrijven het op een briefje, luisteren, kijken je aan als ze spreken, samen zittend op de rand van het bed, en verwerken later, op de gang, de gegevens in de computer. Ik vind er wel iets van. Ik was er niet blij mee. Die schermen die de hele dag aanstaan en in de nacht zorgen voor teveel licht. Onnodige energieverspillers en tijdrovende dingen die ook zorgen voor verwarring want ook dit blijft mensenwerk en zo kon ik een voorgeschreven recept niet uitgereikt krijgen. ‘Mevrouw geeft borstvoeding’. Nu weet ik zeker dat ik met mijn 61 jaar dit echt niet doe dus waar komt de verwarring vandaan. Mensenwerk, verkeerde ding uitgereikt. Heen en weer, kastje, muur. Bij de medicijnen ging wel meer mis. Bij het communiceren ook. Bij overdrachten en uitleg. Om over het eten maar niet te spreken. Ik vond er wel iets van. Maakte foto’s van wat overbleef na de maaltijd. Een halve container aan afval. Vooral plastics. Ik werd er ongelukkig van. Wat zijn we doorgeslagen met elkaar. Omdat bacteriën resistent zijn geworden voor antibiotica en ze bang zijn voor allerlei nare ziektes in het ziekenhuis. Voorschriften op voorschrift over voorschriften. De zorg is niet meer wat het was, we zijn op drift. Maar ook heel knap dat we inmiddels al zoveel kunnen. Daar werd ik heel blij van. Daarom klopt mijn hart zoals het hoort. Helder en duidelijk en gelijkmatig en niet afgeremd.

Omdat ik bij mijzelf ook wel herken dat ik altijd ergens iets van vind raakte de zin ‘Als je ergens iets van vindt kun je in de politiek’ me nogal en ben ik na gaan denken over het ergens ‘iets’ van vinden. Uniek zijn we allemaal. We denken wat af met elkaar. Schrijven, spreken, luisteren en zwijgen (om het denkhoofd de ruimte te geven om te denken). Al die meningen, al die unieke idealen, ze versnipperen alleen maar meer en nog meer de mensen om ons heen. Wie moet je nog volgen, wat moet je nog geloven, waar kun je op vertrouwen. Het lijkt ook wel dat we met elkaar overal aan wennen, nergens meer van opkijken, niet direct geroerd raken door al die meningen en als volk alleen maar meer en meer versnipperd en van elkaar af komen te staan. Het lijkt alsof al die meningen niet bij elkaar passen. Niet in hetzelfde straatje, niet in hetzelfde liedje. Niet meer samenkomen om samen te zijn, om samen te zingen. Maar allemaal individueel opkomen voor de eigen mening. Zo zijn we met elkaar toch allemaal politiek aan het bedrijven. We vinden ergens iets van. En niet alleen vandaag, maar ook morgen. Het is de tijd van polarisatie en radicalisering. Daarin leven we momenteel.

Ik probeer er onderuit te komen, ik probeer met heel mijn wezen gewoon ‘iets te vinden’ aan deze tijd. Door vrouw te zijn, moeder, schoonmoeder, dochter, zus, vrouw, oma, collega, vriendin, vrijwilliger, schrijfster, ………. Ik probeer met heel mijn hart niet mee te gaan in de tijd van polarisatie en radicalisering. Dat zijn woorden en daden die niet bij mij passen, nooit gaan passen in mijn leven.

Dan lak ik echt liever de nagels

Gelakte kerstdagen toegewenst! Samen

 

Al die liedjes maken een jaar vol

Het is ieder jaar hetzelfde liedje, september, de R in de maand, de pepeRnoten in de winkel en tot aan 5 december is het dringen geblazen in de schappen. Kerstkoekjes en chocoladeletters naast elkaar. Ik laveer ertussen door en koop dit jaar geen enkele chocoladeletter. Voor het eerst. Niet vergeten maar bewust.

Dan is de Sint het land weer uit, de Pietendiscussie weer geluwd, de ingenomen stellingen weer afgebroken. Trump is gekozen, de politieke wereld schudt op de grondvesten, in Syrië wordt de boel systematisch aan flarden geschoten en als er iemand is die mij uit kan leggen waarom mensen elkaar dit aandoen dan houd ik me aanbevolen. Want ik snap het niet. Zoals ik wel meer niet snap. Dit is dus mijn stukje over ‘ik snap het niet’, merk ik nu. De Piet, Trump en oorlog. Om over de rare kronkels in de koppen van andere wereldleiders of gewoon in ons eigen land maar niet te spreken.

Ineens hangen de ballen in de boom. Alhoewel, bij mij nog steeds niet, ik heb alleen de slingers met lampjes opgehangen. Als je mij gaat vragen ‘waarom’, dan zal ik eerst de schouders ophalen en daarna zuchten en zeggen, ‘Waarom moeten er eigenlijk ballen in’.

Ik verwonder me meer en meer over de commerciële poespas in de maand december. Volgens mij kan iedereen het geld maar één keer uitgeven en niet vaker. Wat willen alle winkels met al die extra openingstijden bereiken? Echt, ik word er dwars van. Dat heb ik ook al jaren. Dwars van al dat decembergedoe. Dit stukje gaat dus over ‘hoe dwars kun je zijn’.

Het is ieder jaar hetzelfde liedje, kerstkaartje hier, kerstkaartje daar. Beste wensen via de post, instagram, facebook, twitter, mail en wat al niet meer. Als de eerste wens binnenkomt denk ik ‘oh ja, kerstkaarten, wat wil ik dit jaar’. Dan vergeet ik het weer want ook in december is er nog genoeg te doen. Puntjes op de i van het jaar 2016. We zien in januari wel verder. En ineens in het de laatste week voor kerst en heb ik al 1 kaart geschreven. Zelfs dat ging mis dit jaar. Mooie tekst, mooie foto en kaart laten maken. Komt de kaart binnen zonder tekst… dan ben ik ook weer klaar met de kerstkaartjes.

Het is niet ieder jaar hetzelfde liedje. Dit jaar was anders dan alle voorgaande. Dit jaar begon met inleveren. Niet bewust, maar onbewust paste ik mijn dagelijkse dingen aan. Niet bewust, maar onbewust deed ik stapjes terug. Alleen de mensen dichtbij maakten die stappen mee. Constateerden en spraken het zelfs uit. ‘Gaat het goed Grietje’. Die vraag is meermalen gesteld. En ja, ik ging goed. Ik ging niet hard, maar ik ging toch. En zo was er de zomer waarin ik niet vooruit te branden was. Alleen mijn hoofd hield niet op. Die zag overal de uitdaging in en zo bleef ik draaien. Tot het hart halt toeriep.

Het is echt niet ieder jaar hetzelfde liedje. Het liedje in 2016 ging over het hart. Niet de pijn voor de operatie. Het hoofd wat natuurlijk zei ‘ja, ik heb geen keus’. De hartoperatie was een feit. Geen ontkomen meer aan. Een operatie die uren duurde en daarna veel pijn gaf. Nu vier maand later kan ik zeggen dat het eindelijk wat rustiger wordt in mijn lijf. Ik ben er nog niet, ik ga vooruit en doe heel veel dingen. Ik lever niet meer in, ik pak weer terug wat ik ingeleverd heb. Heel langzaam ga ik naar 2017 toe en ik weet heel zeker, het is niet elk jaar een zelfde liedje.  Van moeder kreeg ik bezoekjes net zolang tot ik zelf weer bezoekjes kon brengen, van broer kreeg ik de chocoladeletter en een bij, van jullie allemaal kaarten, wensen, bloemen, bloemen, bloemen, liefde. Van de thoraxchirurg 5 omleidingen. Van zussen kreeg ik harten en heide en liefde en knuffels. Van onze kinderen de bezorgde blikken, een beker lekkere koffie, honderd en nog meer knuffels, van de kleinkinderen een spandoek bij het ziekenhuis, knuffels om mee te knuffelen, liefs en kusjes. Van lief de meeste zorg, de meeste liefde, de mooiste schouder om op de leunen, om uit te huilen en opnieuw te beginnen. Ik weet zeker dat niet elk jaar hetzelfde liedje wordt gezongen. Ik weet zeker dat er hoop is op beter. Dat de meeste mensen hun verstand niet verloren hebben. Dat er artsen zijn die beter maken. Dat al die sociale media elkaar kan verbinden en zelfs kan versterken. Laten we elkaar niet gek maken, maar liefhebben.

Geniet van december en kijk uit naar 2017

Fijne feestdagen allemaal…. liefde, gezondheid en vrede voor 2017

Mensen om mij heen…….

Lieve mensen…….. bedankt voor alle lieve berichtjes. Ik doe kalm aan, ik luister naar mijn lijf, naar mijn hart. Het was een teleurstelling om drie maand na de hartoperatie toch geconfronteerd te worden met iets waarvan ik dacht dat ik het achter me had gelaten.
Het lijf is nog steeds aan het herstellen en ook al pak ik weer heel veel op, ik laat nog steeds heel veel liggen omdat het nog niet kan/wil. Gelukkig herken ik de dingen aan hun ernst en dat was voor mij de reden om alarm te slaan afgelopen vrijdagnacht. Om half 3 in de nacht lag ik in het ziekenhuis aan de toeters en bellen en om 4 uur zaterdagmiddag was ik weer thuis. Gelukkig hebben de medicijnen hun werk goed gedaan en is het hart weer in het vertrouwde ritme. Het is schrikken, teleurstelling, kop in het zand, jammer dat ik ieders ritme in de war gooi. Alles gaat door me heen op het moment dat ik besluit dat er alarm geslagen moet worden. Het boek met levenslessen wordt steeds dikker.
Ik heb heerlijk geslapen vannacht en wil me niet van de wijs laten brengen door iets waar ze in het ziekenhuis met kundige handen en harten nog heel veel aan kunnen doen. Helaas pindakaas voor mij is het een complicatie die door de operatie vaker op mijn pad kan verschijnen. Daar moet ik mee dealen, ik zal nog vaker schrikken. Maar ik heb ook heel veel zin in het leven en probeer eruit te halen wat er voor mij toe doet. En jullie…. met facebook of zonder facebook doen er toe. De mensen om mij heen.

Vrijdagavond, aan het einde van de avond had ik mijn jongste project af, nou ja, nog niet helemaal want de draadjes moeten nog weggewerkt natuurlijk. Deze foto laat het kleurrijke project zien……
img_6814

Ik blijf een blij ei!

Een groene toekomst begint altijd klein.

‘Een groene toekomst begint alles klein. Plant mij en ik groei uit tot iets groots’. Er staat een geel zakje voor mijn scherm met die boodschap, een co2 compensatiezakje. Het is klein, het wordt groot als je er goed mee omgaat. Maar is dat niet met alles zo bedenk ik ineens nu de tekst op het zakje binnenkomt. Hiervoor had ik de tekst uit een mailtje doorgestuurd naar iemand anders, de tekst die ging over alarmerend en schrikbarend. Daar is dus niet goed voor gezorgd en dat alarm stuur ik door. Op zo’n moment schiet er echt van alles door mijn hoofd. De onwetendheid over heel veel dingen staat ten grondslag aan het mislukken of het vernietigen van iets wat klein begint.

We gaan het bos in en op zoek naar paddenstoelen. ‘Wat zijn paddenstoelen, hoe groeien ze’. Vingers gaan omhoog en het verhaal met de antwoorden wat volgt laat alleen nog maar meer vragen stromen. Het is goed, maak ze bekend met de materie. Hoe zit het paddenstoelen, waar je moet letten. ‘Mag ik ook een paddenstoel plukken’, natuurlijk komt die vraag en het antwoord is ‘ja, het mag’. Maar natuurlijk niet alle paddenstoelen want er zijn nog meer mensen in het bos die ook van paddenstoelen willen genieten. We gaan op pad.

Het is mijn onwetendheid als gids, ik weet niet wat voor ‘vlees’ ik in de kuip heb en kan het ook niet in 5 minuten voor aanvang bepalen hoe de mensen in de groep zich gaan gedragen. We gaan op pad en ik probeer hier en daar een gesprekje. Ik zie de gids die te vaak alleen loopt, al aan het begin van de excursie. Kinderen dwarrelen om hem heen, komen aan met paddenstoelen en de gids legt uit. Wat het is, waar je dat aan zien kunt, ruiken, proeven, bekijken. Determineren op locatie. Kinderen vinden het prachtig en stoppen de paddenstoel keurig in het eierdoosje wat ze mee hebben genomen. Moeders, oma’s en de oppas op een afstandje. Bij kinderactiviteiten zijn het toch vaak vrouwen die meegaan. Een enkele keer een papa en dit keer ook een opa. Eigenlijk ziet de groep er ontspannen uit en ik loop een beetje uit de richting.

Ineens is er alarm. Er zit een wespennest in de grond en de zoektocht naar paddenstoelen die overal dwars doorheen gaat heeft ervoor gezorgd dat de wespen als dolle stieren door het bos vliegen en iedereen die ze in de vlucht tegenkomen prikken. Maakt niet uit waar. Als dat alarm afgaat dan zie ik de groep nog verder uitwaaieren en omdat mijn aandacht uitgaat naar diegene die gestoken zijn door de wespen ben ik dus niet meer bezig met de groep maar met een huilend kind en een bezorgde oma. Ik geef door aan de mensen die in mijn buurt staan dat ik met hen meega naar de parkeerplaats en daarna terug kom.

Onderweg naar de parkeerplaats probeer ik de paniek enigszins te verminderen. Neemt niet weg dat de oma met haar kleinkind even langs de huisarts gaat. Kleinzoon is zo verdrietig, zo bang geworden. Dat is toch zo jammer, het schiet door mij heen, ‘durft hij straks nog wel naar het bos’.

Als ik terugloop naar de groep probeer ik contact te maken met de eigenaar van het bos, wat gaan we doen aan het wespennest in de grond zodat dit niet nog een keertje gebeurt. Geen gehoor, het is herfstvakantie. Overleg met mijn collega dan maar, we spreken af dat we proberen met een kaart en afzetlint de plek aan te geven en dat er niet nog meer mensen gestoken gaan worden.

In de verte zie ik de groep, totaal uitgewaaierd, totaal geen samenhang meer. Ik zie de gids niet maar ik zie wel andere bezoekers in het bos, die lopen niet mijn richting op maar de andere kant uit. Als ik bij de groep ben zie ik tot mijn grote schrik een enorme tonderzwam in het mandje van de rollator liggen. En ik zeg daar iets van. Want die tonderzwam hoort aan de boom en niet in het mandje. Het is juist die grote tonderzwam waar je iedereen stil mee krijgt. De kinderen en de volwassenen. Maar nu niet meer. In de mand beland bij een mevrouw met een rollator. Hoe is het mogelijk. Als commentaar krijg ik ‘tja, we kunnen hem wel laten liggen maar dan neemt iemand anders hem mee, dus nemen wij hem mee’. ‘Maar je slaat toch geen tonderzwam van een boom’, zeg ik nog.
Helpt ook niks meer, het is gebeurd. Iets wat ik niet snap is gebeurd. En wat ik nog erger vind, het is een opa die dit gedaan heeft. Het is anders dan als een kind het doet. Ook niet goed, nooit goed. Met een stok een grote tonderzwam van de boom af slaan. Er zijn toch mensen die dit hebben gezien? Ik krijg geen gehoor. Er is niet eens gevraagd of het mag, het is gedaan. En gedane zaken nemen geen keer. Ook deze middag niet. De lol is eraf bij mij. Zoiets verzin je niet.
Dan moet ik denken aan het kleine wat groot wordt als je er goed voor zorgt. Ik voel me best verantwoordelijk voor deze excursie maar het kleine wat groot werd daar is nu niet goed voor gezorgd. Ik vind het vreselijk.

De route vervolgd en ondanks dat mijn lol eraf is en ik steeds moet kijken naar de grote zwam in het mandje, blijven de kinderen enthousiast. De moeders ook hoor, zij genieten omdat de kinderen genieten. We lopen terug naar de parkeerplaats en nemen afscheid. Ook van de tonderzwam die in de achterbak van de auto belandt. Ik maak er nog een opmerking over en dan laat ik het los.

Denk ik.

Maar ik laat het niet los, het zit me dwars. Dit had ik kunnen voorkomen als ik iemand anders met de mevrouw het haar huilende kleinkind naar de parkeerplaats had teruggebracht. ‘Ja, en wie dan Grietje’. Weer zoiets. De gids heeft het niet gemerkt en blijkbaar vond de rest van de groep het wel prima. Ik weet het gewoon niet maar het zit me dwars.

Als er dan op de maandag ook nog een mail komt van de eigenaar van het bos over een groep vandalen die het bos leeg aan het roven was en een grote mond had gegeven toen andere bezoekers er iets van zeiden….. toen heb ik de telefoon maar eens gepakt om uit te leggen wat dat voor groep vandalen was.

Een opa met zijn vrouw en 2 kleinkinderen. Wel heb ik ooit…

Het is klein en wordt groot als je er goed mee omgaat. De opa is een groot detail vergeten. Je bent een voorbeeld!

En ik heb een harde les gehad. Want als er iets is wat ik niet wil is dat mensen met zoiets moois zo lelijk omgaan.

Lucht……

Het leven, het vliegt voorbij. Als je probeert te bedenken wanneer je voor het laatst uit eten was, of naar de kapper of een ritje naar een vriendin. Als je dat probeert te bedenken schrik je ervan hoe hard de tijd gaat. Dus schrijf ik bijna 2 maand na de operatie en ineens deze week kwam de energie terug. Ik probeerde te bedenken wanneer het allemaal ook alweer begon en schrok dat ik al ruim twee maand verder ben. Ik pak de draadjes weer op, laat mijn gezicht zien. En als ze vragen hoe het gaat zeg ik dat het goed gaat en dat ze niet moeten gaan roepen ‘Doe kalm aan’, want dat bepaal ik zelf.
Dat is niet streng, dat is het beste. En je kunt me best eigenwijs vinden, dat mag. Maar omkleed het dan met goede redenen waarom je dat vindt.
Ik vind het zo vreselijk lief dat iedereen bezorgd is, dat ze liefde delen en vriendschap en eikels, kastanjes en cranberry’s uit de natuur halen om het bij mij te laten bezorgen. Deze week voor het eerst geen boeket meer op de tafel, er staat nog een boeket zonnebloemen buiten op de vaas maar dat is het dan. De mand met kaarten puilt uit, de knuffel van grootzoon is naar mijn bed verhuisd, daar kom ik echt niet onderuit en verder is mijn bureau een slagveld. Er is nog geen doorkomen aan. Maar de tijd zal het leren en de papierbak is geduldig. Overal liggen herinneringen aan de tijd in het ziekenhuis en daarna. Bij de zorgverzekeraar heb ik in één klap het eigenrisico overschreden en is er tot nu toe al 12.000 euro en meer betaald aan ziekenhuis, medicijnen en ambulance vervoer. Ik denk dat de totale rekening nog wel op gaat lopen tot ver in de 20.000 euro. Ben ik blij dat ik het zelf niet hoef te betalen. Het zijn rare tijden geweest, met onwijs veel pijn en ook verdriet. Verdriet van ellende, van moe zijn. Ook dat laat ik achter me. Ik ga met sprongen vooruit in plaats van de kleine stapjes en iedereen die ik waar dan ook tegenkom wil even babbelen. Zeggen dat ze blij zijn dat ze me zien, dat het goed gaat, dat ik weer lekker bezig ben.
Deze week heb ik weer wat verder gefietst dan ik tot nu toe deed en ik moet zeggen.. dat geeft moed! Dat gaat zo goed zoals ik me in geen tijden heb gevoeld. En dan kan ik haast wel zeggen, zoals ik me het hele jaar nog niet heb gevoeld.
Mijn hart, mijn grote hart…. het geeft zoveel ‘lucht’

IMG_6482

Hartendiefje

Klein mannetje grijpt de kastanje die op tafel ligt en zegt, ‘Oma, weet je. Als jij en opa naast elkaar gaan zitten dan leg je deze tussen jullie’.
Hij laat zien hoe het moet. De kastanje met de vorm van een hart zet zijn hartje in beweging. Hij ziet kansen om het hart nog harder te laten kloppen.

img_5224

‘Helpt het?’, wil ik weten.
Iedereen schiet in de lach maar klein mannetje niet. Die blijft in de rol van hartendiefje.
‘Dat weet ik niet, maar het is wel een hart!’

Hij is om op te eten dat kleine mannetje…

Als we voor elkaar willen zorgen

Bezorgdheid is wel het toverwoord in de laatste paar maanden. Vanaf eind juli is er zorg en sinds ik thuis ben uit het ziekenhuis is er nog meer zorg. Dat is niet zo gek, het lijf werkt soms totaal niet mee en dan is zorg nog meer in beeld. Zorgen voor of zorgen om. Het maakt niet uit, iedereen bedoelt het goed. Maar goedbedoelde zorg schiet mij weleens in het verkeerde keelgat en ik wil helemaal niet ondankbaar zijn maar ben het soms gewoon zat. Net als de voortdurende pijn die ergens in het lijf mijn geluk verstoord. Het is mijn zorg om dat allemaal in aangename banen te leiden zodat ik niet steeds in mijn herstel beperkt word.

Het ‘hoe gaat het met je’ beantwoord ik deze weken steevast met ‘Het gaat’, om vervolgens te vertellen hoe het gaat. ‘Doe maar rustig aan’, is het advies. Waarop ik zeg, ‘wat moet ik anders’. Want ik doe rustig aan, wat ik kan doen, doe ik, wat niet gaat, laat ik. Dat schreef ik al eerder. Toch moet ik mijn aanwezigheid verdedigen als ik ergens naar toe ga. Iemand die gezond is wordt nergens op afgerekend. Ik word afgerekend op de operatie en ‘het is je hart, denk erom, het is hart’.

Dat is dus zorg hebben om mij. Ik snap het wel. Maar ik doe geen rare dingen. Ik zorg voor mezelf zoals ik voor iedereen wil zorgen. Goed! Ik doe de dingen goed doordacht. Voor als het niet zou gaan regel ik de achterwacht en iedereen snapt dat.

En nu, ruim 7 weken na de operatie, pak ik de draad op waar ik die in juli losliet. En ik heb mezelf beloofd goed voor mezelf te zorgen, daar hoeft niemand zich zorgen over te maken. Zorgen maken om, is trouwens heel iets anders dan zorgen voor!

 

Symbolisch

Gisteren, ja, alweer een dag voorbij, was het 6 weken geleden dat ik rond half 11 richting operatiekamer ging. Niet dat ik er iets van gemerkt heb, ik lag te slapen. Mijn handen en die van mijn lief waren toch wel het laatste wat ik heb meegekregen.

Nu, 6 weken later heb ik een schaar gezet in de ballonnen. Die al weken staan te wiebelen aan een touwtje. Ze begroetten mij in het ziekenhuis, ze begroetten mij toen ik thuis kwam uit het ziekenhuis en nu na 6 weken verdwijnen ze in de afvalbak. Ik kan het weer zonder wiebelende ballonnen.

img_4818

Dat gaat maanden duren…

Of zal ik in weken tellen? Het is aanstaande dinsdag 6 weken geleden dat ik in het ziekenhuis in Zwolle een hartoperatie onderging. Anderhalve week daarvoor was ik opgenomen met hartklachten en ik schreef in die dagen ‘ik bied mijn hart aan ter reparatie’. Wat het ook zou zijn, mijn hart moest beter worden.

‘We beginnen te tellen vanaf de dag na de operatie, de operatie is dag 0.’ Zo doen ze dat in het ziekenhuis. Dus de derde dag na de operatie mocht ik met de ambulance naar het ziekenhuis in Hoogeveen. Dit ging niet door, ik begon aan een marathon en kwam doodziek in het bed terecht. Die marathon werd veroorzaakt door het boezemfibrilleren en dat werd weer veroorzaakt door teveel vocht in het hartzakje. Ik leerde in korte tijd een heleboel nieuwe dingen en werd niet beter. Ook niet van al die nieuwe dingen. De medicijnkist ging iets verder open, er kwam meer uit en ik nam meer op. Het hielp niet. Dag 11 na de operatie kwam er een tweede operatie. Niet zo’n grote ingreep als de eerste maar wel weer narcose en alle andere shit die je kunt verzinnen.

Ik knapte af. Ik knapte niet op. Na nog wat nachtbraken en boezemfibrilleren was ik er klaar mee. Ik wilde naar huis. Naar mijn eigen lief, soep, thee, bed, huis, tuin. Gewoon naar huis, daar ontspannen, slapen en lekker eten en drinken.

Maar slapen ging net zo beroerd.  De thee smaakte toch niet als gedacht, de tuin was in verval en lief deed meer dan zijn best en nog meer om het voor mij zo aangenaam mogelijk te maken. Huishouden, koken, werken, boodschappen, verzorgen, vertroetelen. En ja, ook nachtbraken want dat deed ik ook.

Een verschoven wervel, een aderontsteking en eindeloos veel spierpijn maakten dat het soms net iets meer hel was. Die hel ging weer over en dan was er weer iets anders waar ik last van had. ‘Van had’, want ook dat ging weer over. De huisarts was bijna kind aan huis, dat kan zeker niet goed zijn. Ook dat ging voorbij. Sommige dagen ging het. Dan was het buiten lekker warm en lag ik met mijn dikke vest aan in de luie stoel en de hittepit op de buik. Warm worden was een kunst, warm blijven helemaal. Iedereen om mij heen liep verhit rond. Ik vroeg om een hittepit. Bij de volgende hitte ging het al iets beter en bleef het vest uit en de afgelopen week met de temperaturen boven de 30 graden heb ik de kast op de kop gezet om mijn korte broek op te zoeken. Ja, langzaam, heel langzaam kan ik dan toch zeggen dat er iets verandert. De cardioloog wil me over 3 maand pas weer zien. En tot die tijd doe ik wat ik kan. En wat niet kan, dat laat ik.

Vandaag, na alle hitte van de afgelopen dagen, en een slechte zaterdag, was ik voor het eerst weer in het bos. Wandelen.. uitrusten, wandelen, uitrusten. Mijn gezondheid gaat elke dag een stukje beter, van mijn conditie is werkelijk niets meer over. Na alle pijn en ellende moet ik daar wel heel hard aan gaan werken. En dan praat ik niet over dagen, dan praat ik over maanden….

img_4785