Ik hou van mij

‘Hou jij van mij?’
‘Ik hou van mij’
‘Ik hou van jou’
‘Hou jij van mij?’

We zitten aan een tafel waarvan ik denk dat er een bom is ontploft. Een tafel vol levensdingen, lezen, naaien, computeren, naalden, spelden, schaar en lapjes. Een tafel vol. Wij zitten aan die tafel. Zij hangt achterover en vertelt. Ze blaast het op en zwakt het af. Tranen prikken, de lach klinkt luid. Het leven, het vreselijke leven. Nee, het leven is niet vreselijk. Misschien is het soms vreselijk. Het leven is wel ingewikkeld. Ja, dat is het. Gecompliceerd. En wat ook lastig is, al die mensen die iets vinden of zeggen. Vooral als ze iets nooit zelf doen. Dat is ook lastig. Ik vraag naar de voorbeelden. Verrek, ze zijn er, die voorbeelden en ik luister.

Ondertussen zie ik een duif capriolen verzinnen om toch met de dikke kont in het huisje te komen waar misschien nog een graantje te pikken valt. De wind rukt aan de blaadjes van de bomen en in de krentenboom zitten mussen. Ik luister.

Ik luister en ik voel woorden binnenkomen. We hebben een gesprek over energie, over hoe iets werkt en hoe het voelt en waarom wij, zij en ik, moeten leren dat het er niet toe doet. Je bent wie je bent en met alle energie van de wereld ga je dingen die andere mensen wel of niet doen, wel of niet zeggen, niet veranderen. Trouwens, waarom zou je dat willen. Jij hebt een mening, ik heb een mening, zij hebben een mening.

Weet je wat zo fijn is aan die tafel met een bomontploffing, het praat zo lekker weg. Tranen die prikken worden een schaterlach en ach, al die tijdschriften en lapjes stof blijven gelijk. Ze spreken niet tegen, veranderen niet van de plek. Het schept een sfeertje van het mag. Perfect. We hebben het over perfect. Perfect is iets als alles klopt. ‘Maar, zeg ik erbij, het is een schilletje, een laagje. Je prikt er soms zo doorheen en dan is het net zo gewoon als de rest’. Daarbij kan gewoon ook heel bijzonder zijn en dat hoeft weer niet perfect te zijn.
‘Laat los, zeg ik. Laat dat los en wees tevreden met wie je bent en waar je voor staat’.

Het gaat over dood en leven, over ‘wonder woman’ en feminisme, het gaat over welzijn, welbevinden en aarden. Het gaat over 5 jaar, 10 jaar, 15 jaar terug. Het gaat over toekomst, verder vooruit kijken en plannen maken.

Uiteindelijk gaat het over het leven. Mijn leven, jou leven, haar leven, zijn leven. Ons leven. Het leven van al die zandkorrels die familie zijn en die, ook al zijn ze allemaal verschillend, zo ongelofelijk blij zijn met elkaar. Dat je mag zijn wie je bent en dat je niet hoeft te oordelen.

‘Ik hou van jou!’
‘Hou jij van mij?’
‘Ik hou van mij!’
‘Ik hou van jou!’

Het leven

Vanmorgen scheen de zon, was het heerlijk weer en werd ik uitgerust wakker. Als je wakker wordt en je voelt je fit dan heb je voldoende slaap gehad. Ben je niet fit? Ga dan rustig nog even slapen. Het is een gegeven! Een feit.
Ik voel me fit en doe de dingen die bij mijn leven horen. Ik schreef eerst ‘die bij het leven horen’, maar die vanzelfsprekendheid is niet normaal. Dat is een aanname die we in de rijke Westerse wereld gewoon bezigen. Alsof de hele wereld ’s morgens wakker word en denkt ‘ha, ik ga plassen, wassen, aankleden, ontbijten.’

Op heel veel plekken in de wereld is dat dus gewoon niet zo. Amnesty schreeuwt niet voor niets zo hard dat er op steeds meer plekken op onze aardbol mensenrechten worden geschonden.
Eigenlijk doet Groenlinks dat ook maar wie krijgt er dan een draai om de oren? Juist, het zelfde Groenlinks omdat ze opkomt voor mensen. En ik, ik stap uitgerust uit bed. Misschien is de halve wereld wel jaloers op mijn leven.

Een leven dat bijna een jaar geleden aan een zijden draadje hing. Als ik het verhaal van vorig jaar teruglees, als ik de verhalen bij elkaar optel over de hartoperaties en complicaties dan was het een zijden draadje. Ik had vertrouwen, blind vertrouwen. En ik heb alle geluk, in dit land met deze zorg, in dit land met alle kennis. Ik heb alle geluk van de wereld in mijn huidige leven. Als ze tegen mij zeggen ‘je hebt het verdiend’ dat denk ik ‘ik niet alleen, de hele wereld verdient het’. Dat is wat in de politiek ook speelt. Heel erg speelt. En de mensen die het moeten uitvoeren zijn mensen die gewoon mensen zijn zoals jij en ik. Ja, ze hebben geleerd om iets neer te zetten maar uiteindelijk gaan zij ook slapen omdat het lampje uitgaat en als ze wakker worden en niet uitgerust zijn gaan ze niet nog even rustig slapen maar gaan ze aan het werk. Mensen doen dat!

Vanmorgen schijnt de zon, de duiven zitten in de krentenboom, te glanzen in de zon. Merel, mus, spreeuw, allemaal zitten ze in de krentenboom. Koolmees pa en moe vliegen af en aan om het kroost te voeren. Een tweede legsel moet ervoor zorgen dat er nog wat jongen groot worden. Het is een gekakel in het nest naast het slaapkamerraam. Ik hou van die geluiden, de geluiden van de zomer. De vogels die mij ’s morgens bij het eerste licht toch wel wakker tetteren. ‘Vroege vogel, ik hou ervan maar slaap toch nog even verder.’

Ik heb vanmorgen mijn trouwjurk uit de kast gehaald. Het zal ongeveer deze tijd geweest zijn dat ik in mijn uppie op zoek ging naar de trouwjurk die ik wilde dragen op 8 juli 1977. Die trouwjurk is van alle tijden en ik pas hem nog. Hij ruikt naar 40 jaar kast maar hij past. Als ik sterf wil ik mijn trouwjurk dragen, dat besluit ik nu, dat schrijf ik hier. Dat is wat ik wil. Niet nu sterven maar als het zover is, dan wil ik mijn trouwjurk dragen. De jurk staat symbool voor leven in liefde. En nee, ik ben niet sentimenteel nu, ik ben blij en dankbaar. Want dat past bij mijn leven momenteel.

Dankbaar met mijn leven, mijn lief, mijn kinderen en kleinkinderen. Dankbaar dat we 13 jaar hebben kunnen genieten van onze trouwe viervoeter Twist. Iedereen vraagt er naar. ‘Hoe is het’. En ik kan alleen maar zeggen dat het stil is. Gewoon overal. Als er iets op de grond valt, als ik naar de keuken loop stapt Twist niet uit de mand achter mij aan, als ik de kamer in loop dan is daar niet meer de mand waar Twist in ligt te slapen. Iets wat hij de afgelopen maanden heel veel deed. Eindeloos slapen, diepe slaap. Of wakker en drentelen en piepen en drentelen en zijn draai niet kunnen vinden. Van binnen naar buiten en weer terug, liggen en weer drentelen. Piepen zodra er iemand de kamer verliet. Niet wetende dat diegene wel weer terug kwam. Kwispelen. Dat stuk over kwispelen, hij kwispelt. Niet de hele dag maar heel vaak. En dat doet pijn maar tegelijk weet ik dat het goed is. Hij heeft een mooi leven gehad en ik denk aan die mooie momenten die iedereen met hem had. Iedereen was blij met Twist. En iedereen heeft verdriet om Twist…… omdat hij kwispelt.

Het leven……..

“Als ik net in slaap ben gevallen, word ik de hele tijd wakker, en dat is waarom je moet huilen. Kwispel, kwispel, kwispel.

Al die liedjes maken een jaar vol

Het is ieder jaar hetzelfde liedje, september, de R in de maand, de pepeRnoten in de winkel en tot aan 5 december is het dringen geblazen in de schappen. Kerstkoekjes en chocoladeletters naast elkaar. Ik laveer ertussen door en koop dit jaar geen enkele chocoladeletter. Voor het eerst. Niet vergeten maar bewust.

Dan is de Sint het land weer uit, de Pietendiscussie weer geluwd, de ingenomen stellingen weer afgebroken. Trump is gekozen, de politieke wereld schudt op de grondvesten, in Syrië wordt de boel systematisch aan flarden geschoten en als er iemand is die mij uit kan leggen waarom mensen elkaar dit aandoen dan houd ik me aanbevolen. Want ik snap het niet. Zoals ik wel meer niet snap. Dit is dus mijn stukje over ‘ik snap het niet’, merk ik nu. De Piet, Trump en oorlog. Om over de rare kronkels in de koppen van andere wereldleiders of gewoon in ons eigen land maar niet te spreken.

Ineens hangen de ballen in de boom. Alhoewel, bij mij nog steeds niet, ik heb alleen de slingers met lampjes opgehangen. Als je mij gaat vragen ‘waarom’, dan zal ik eerst de schouders ophalen en daarna zuchten en zeggen, ‘Waarom moeten er eigenlijk ballen in’.

Ik verwonder me meer en meer over de commerciële poespas in de maand december. Volgens mij kan iedereen het geld maar één keer uitgeven en niet vaker. Wat willen alle winkels met al die extra openingstijden bereiken? Echt, ik word er dwars van. Dat heb ik ook al jaren. Dwars van al dat decembergedoe. Dit stukje gaat dus over ‘hoe dwars kun je zijn’.

Het is ieder jaar hetzelfde liedje, kerstkaartje hier, kerstkaartje daar. Beste wensen via de post, instagram, facebook, twitter, mail en wat al niet meer. Als de eerste wens binnenkomt denk ik ‘oh ja, kerstkaarten, wat wil ik dit jaar’. Dan vergeet ik het weer want ook in december is er nog genoeg te doen. Puntjes op de i van het jaar 2016. We zien in januari wel verder. En ineens in het de laatste week voor kerst en heb ik al 1 kaart geschreven. Zelfs dat ging mis dit jaar. Mooie tekst, mooie foto en kaart laten maken. Komt de kaart binnen zonder tekst… dan ben ik ook weer klaar met de kerstkaartjes.

Het is niet ieder jaar hetzelfde liedje. Dit jaar was anders dan alle voorgaande. Dit jaar begon met inleveren. Niet bewust, maar onbewust paste ik mijn dagelijkse dingen aan. Niet bewust, maar onbewust deed ik stapjes terug. Alleen de mensen dichtbij maakten die stappen mee. Constateerden en spraken het zelfs uit. ‘Gaat het goed Grietje’. Die vraag is meermalen gesteld. En ja, ik ging goed. Ik ging niet hard, maar ik ging toch. En zo was er de zomer waarin ik niet vooruit te branden was. Alleen mijn hoofd hield niet op. Die zag overal de uitdaging in en zo bleef ik draaien. Tot het hart halt toeriep.

Het is echt niet ieder jaar hetzelfde liedje. Het liedje in 2016 ging over het hart. Niet de pijn voor de operatie. Het hoofd wat natuurlijk zei ‘ja, ik heb geen keus’. De hartoperatie was een feit. Geen ontkomen meer aan. Een operatie die uren duurde en daarna veel pijn gaf. Nu vier maand later kan ik zeggen dat het eindelijk wat rustiger wordt in mijn lijf. Ik ben er nog niet, ik ga vooruit en doe heel veel dingen. Ik lever niet meer in, ik pak weer terug wat ik ingeleverd heb. Heel langzaam ga ik naar 2017 toe en ik weet heel zeker, het is niet elk jaar een zelfde liedje.  Van moeder kreeg ik bezoekjes net zolang tot ik zelf weer bezoekjes kon brengen, van broer kreeg ik de chocoladeletter en een bij, van jullie allemaal kaarten, wensen, bloemen, bloemen, bloemen, liefde. Van de thoraxchirurg 5 omleidingen. Van zussen kreeg ik harten en heide en liefde en knuffels. Van onze kinderen de bezorgde blikken, een beker lekkere koffie, honderd en nog meer knuffels, van de kleinkinderen een spandoek bij het ziekenhuis, knuffels om mee te knuffelen, liefs en kusjes. Van lief de meeste zorg, de meeste liefde, de mooiste schouder om op de leunen, om uit te huilen en opnieuw te beginnen. Ik weet zeker dat niet elk jaar hetzelfde liedje wordt gezongen. Ik weet zeker dat er hoop is op beter. Dat de meeste mensen hun verstand niet verloren hebben. Dat er artsen zijn die beter maken. Dat al die sociale media elkaar kan verbinden en zelfs kan versterken. Laten we elkaar niet gek maken, maar liefhebben.

Geniet van december en kijk uit naar 2017

Fijne feestdagen allemaal…. liefde, gezondheid en vrede voor 2017

Hartendiefje

Klein mannetje grijpt de kastanje die op tafel ligt en zegt, ‘Oma, weet je. Als jij en opa naast elkaar gaan zitten dan leg je deze tussen jullie’.
Hij laat zien hoe het moet. De kastanje met de vorm van een hart zet zijn hartje in beweging. Hij ziet kansen om het hart nog harder te laten kloppen.

img_5224

‘Helpt het?’, wil ik weten.
Iedereen schiet in de lach maar klein mannetje niet. Die blijft in de rol van hartendiefje.
‘Dat weet ik niet, maar het is wel een hart!’

Hij is om op te eten dat kleine mannetje…

Zoals het hoort maar niet is

Veertien jaar was ik, nou ja, bijna vijftien jaar. En in die bijna vijftien jaar had ik misschien wel de kans gehad om mijn vader te leren kennen. Wat hem bewoog, waar hij van hield, wat zijn passie was. Maar ik was daar totaal niet bezig. Vaders en moeders in de zestiger jaren waren vader en moeder. Zij wisten het, zij bepaalden de regels. En zo ging het. Op de boerderij waar ik opgroeide was er nog een andere regel. Die van de natuur. Want op een boerderij opgroeien was iets anders dan in een rijtjeshuis wonen. Het leven op een boerderij in de zestiger jaren was leven met de natuur. Als de zon schijnt en het blijft langer droog kun je zaaien, maaien, oogsten. Als het onweert sta je met de slaap in de ogen en de kleren aan te wachten tot het voorbij is. Als er kalfjes werden geboren, een kip werd geslacht, als er nieuwe kuikens kwamen, als de bonen rijp waren of de koeien moesten gemolken, het land bewerkt, het hooi gedroogd en in pakjes werd opgestapeld. Het leven op een boerderij gaf ruimte en als kind….. groeide ik daar op.

Als ik eraan terug denk dan ben ik in een mooie omgeving opgegroeid. Op een plek met ruimte om te spelen, te dromen en te werken. Want meewerken deed ik ook. Mee naar het land om de koeien te melken, de beesten voeren, de eieren rapen. De boerderij kan ik in gedachten zo neerzetten. De poppetjes erin passen. Mijn moeder die altijd bezig was. Mijn vader die altijd bezig was. ……
Tot ik veertien jaar was, bijna vijftien. Toen liep het leven anders.
De jaren daarna, zonder vader, zonder boerderij maar in een rijtjeshuis, zonder de vertrouwde natuur, zonder dat het leven bepaald werd door de dieren op de boerderij. We moesten allemaal wennen aan de nieuwe situatie. Een leven zonder vader. Die eerste jaren was ik bezig met overleven. Op een totaal andere manier dan mijn moeder deed. Waar een man gemist wordt als echtgenoot, als maatje voor het leven, als liefste van de wereld, is totaal anders als waar een vader gemist wordt, als steun en toeverlaat, als vertrouwde schouder. En als meisje in de puberteit was dit echt niet de gemakkelijkste periode. Verdriet in de jaren zestig is anders dan het verdriet in de tijd waarin we nu leven. Het is ook deels een mentaliteit. Niet piepen maar doorgaan, verdrietig zijn doe je maar als je alleen bent. En als er één verdrietig is in die zelfde omgeving wordt het toch snel weggewuifd. Het hoort er niet bij. Nu, achteraf heb ik regelmatig het gevoel dat er onvoldoende gerouwd is door ons. Als kind. Als meisje in de puberteit. Altijd maar gaan en niet luisteren naar dat gevoel maakt toch wel dat ik anders ben geworden. Dat ik een ander meisje werd nadat mijn vader overleed. Zorgzaam, ja, dat ook. Gevoelig voor stemmingen, ja, dat ook. mondiger, ja, dat ook. Overleven doe je op heel veel manieren. Gevoelig voor de zorgen van mijn moeder en ook bezig om het zo aangenaam mogelijk te maken. Het maakte wie ik nu ben. Al moest ik heel wat jaartjes door de diepste gevoelens heen.
En ieder jaar daarna is er een vaderdag. Soort van immuun ben ik er voor. Met de komst van onze kinderen kwam vaderdag weer binnen en nu ze groter zijn is het weer anders. Natuurlijk moet het 365 dagen per jaar alles zijn. Vader, moeder, kind, broer, zus… al die bijzondere dagen waarbij je heel even stil staat. Omdat het toch bijzonder is dat ze er zijn. Moeder, vader, broer, zus…
Pas als je iemand mist wordt het schrijnend duidelijk. Want het gevoel, het laat je nooit in de steek. En immuniteit is ook maar een masker. Een muur van zelfbehoud. Als je veertien bent, bijna vijftien, dan is het verliezen van een vader iets wat door de loop van de jaren een plek krijgt en wat zo af en toe eens binnenkomt. Op een moment waarop je denkt ‘daar kan ik nu wel mee omgaan’. Maar dat is niet zo.

Vandaag werd ik geraakt……..

1955

Onze dochters

Een kwart eeuw geleden stond ons leven volledig op de kop. Vol verwachting was het hele gezin, 2 zonen, 1 dochter, vader en zwangere moeder. Ik dus. Zwanger van ons vierde kind. En die zwangerschap ging op het einde mis. Helemaal mis. De verwachting was 15 mei, het werd 5 april. Gaby werd dood geboren en daar stonden we dan. Een kwart eeuw geleden. ‘Of ik er nog wel aan denk’, vroeg lief gisteravond. ‘Als het voorjaar wordt, altijd. Als de narcissen bloeien, altijd, als ik ….  ‘

IMG_7081

De tijd dat het pijn deed, die is allang voorbij. De tijd dat ik overal rekening mee hield en toch iedere keer weer zo geraakt werd door het onverwachte. Een geluidje, een geur, een zwangere buik, een trotse moeder met haar baby, die tijd moest ik door en alles moest een plek krijgen hoe lelijk het ook was. De kamer die met liefde was ingericht zou leeg blijven. En wat te denken van alles wat je als ouders meemaakt met de rest van het gezin. Iedereen verwerkt het toch op eigen wijze. Verdriet kun je zien of niet zien. Verdriet kun je uitspreken of wegstoppen. Verdriet kun je niet vangen in een vangnet dat leven heet. Het is vooral gaan….

Onze dochters, ze zijn er wel. Twee dochters. De een voor altijd in ons hart, de ander aan de telefoon, in de post, de appjes, de logjes, de samen vakanties, de dagjes uit, de gesprekken, de tranen, de lach. Beide dochters worden genoemd alleen het uitleggen geeft altijd een schok voor degene die het uitgelegd krijgt. Dat hoeft niet maar het zou mij net zo vergaan. Dat zijn dingen die je niet wilt horen, niet verwacht.

Dochter, lieve dochter, het zijn niet de gemakkelijkste jaren geweest voor jou. Een zusje was voor jou meer dan welkom. Maar nu, 25 jaar later, denken we aan haar en weten we dat het zusje voor altijd een zusje zal blijven en nooit een andere plek zal krijgen in ons gezin. Ze is onlosmakelijk verbonden met ons gezin en voor eeuwig in ons geheugen gegrift. Zelfs bij de jongste die na deze ervaring zijn opwachting maakte. De wens, een kinderwens laat zich niet zomaar aan de kant drukken.

Het was alleen niet dat zusje. Die wens. Dat is voor jou het moeilijkste geweest, dochter. Op jonge leeftijd accepteren dat het in het leven niet altijd gaat zoals je wenst is best ingewikkeld en kan een stempel drukken op de ontwikkeling die je doormaakt. Ik ben heel trots op jou, meer dan trots omdat je het hele leven regelmatig op de kop hebt staan, omdat leven soms zo vreselijk ingewikkeld is en je altijd zegt ‘het komt goed hoor, uiteindelijk komt het goed.’

Dat is de spirit die onze dochter heeft! Uit het mooiste hout gesneden.

En daarom denken we vandaag 25 jaar terug…. omdat de narcissen bloeien……  .

Ontmaskeren

Vakantie en dagje thuis omdat de kleinkinderen gewoon lekker vrij zijn en een dagje naar Oma wel zien zitten. Dus ‘boe’ komen ze binnen en de stemming zit er gelijk goed in. Grootzoon heeft gelijk de Donald Duck te pakken en is voorlopig even zoet. Kleinzoon duikt op de bank met zijn knuffels en een spelletje op de iPad. Lekker rustig zo, ik maak eerst af waar ik mee bezig was. Dan is het al snel tijd voor koffie en de koek. Altijd het zelfde liedje, altijd goed. Ze vragen niet eens of ik iets anders in de trommel heb. Dus is het goed.
‘Wat gaan we doen vandaag?’
‘Wat wil jij doen’, is gelijk het antwoord met een vraag terug.
‘Dat wordt een makkie!’, denk ik opgewekt.
De kids losscheuren van hun bezigheid en doen waar oma zin in heeft.
Het is tenslotte lente in de tuin en bij de voordeur. De zon schijnt uitbundig, de lucht is uitermate blauw, de lente lacht ons toe.
‘We gaan strunen’, zeg ik.

Vervolgens duurt het nog wel even voor alle acties zijn uitgevoerd. Laarzen aan, laarzen mee, schoenen aan, schoenen…. ‘nou ja, ik neem de laarzen wel mee, doe de schoenen eerst maar aan.’ Dat is er gaande.

In de auto ben ik de chauffeur en gelijk de jury want ze gaan rappen.
De liefste liedjes komen voorbij. De vieste liedjes ook trouwens. Ik ben de jury. Best lastig wel, ik kan de koppies niet zien en ik hoor soms dingen waar ik een koppie bij wil zien.

We strunen langs paden, over gras, door modder. Koekeloeren in het water of er al beestjes wakker zijn en vinden een vervelling van de ringslang. Zij spelen een uur een spel waar ik niets van snap maar waar ze heel veel plezier mee hebben. Ik zit in de zon, op een stronk en zie de bijtjes om me heen zoemen. Zo in het het zonnetje wordt alles wakker en krijg ik slaap. De omgekeerde wereld maar wel lekker zo met de neus in de zon.

Dan komen ze bij mij zitten. Grootzoon heeft zijn capuchon ver over de oren en ik vraag heb waarom hij die nog steeds op heeft terwijl het van dat heerlijke weer is. ‘Dan zien ze mijn haar, dan gaan ze mij ontmaskeren’, lacht hij mij toe.
‘Vind je mij ook gek oma?’
‘Nee, jij bent grootzoon en jij doet het graag anders dan de rest’.

‘Hou vast, denk ik….. hou dat vast en laat je niet ontmaskeren. Leef je eigen leven en bedenk de dingen die leuk voor je zijn. Aanpassen kan altijd nog, laat je niet ontmaskeren.’

IMG_7403

Vervolgens vergeet hij zijn capuchon weer op te zetten, daar komt hij aan het einde van de dag wel achter!

Als de ….. van huis is

Dan eten we pannenkoeken! Of eerst stampot andijvie. Kleine opschepper werd grote opschepper met stampot andijvie.
En de dag erna eten we pannenkoeken.
IMG_7266Ik ben wel benieuwd wat we vanavond gaan eten. Ik heb nog geen idee. Maar dat je ervan gaat groeien, dat staat vast.
Lief zit in Madrid voor zijn werk en heeft naast het werk nog voldoende tijd en ruimte over om zich daar te vermaken. Hij woont op de 11de verdieping van de slaapfabriek zoals hij het hotel noemt. De slaapfabriek. IMG_7223 Ik houd het vooral laag bij de grond en hoef maar 1 trap op voor de slaapkamer. Dat is echt wel iets anders dan 11 hoog in de slaapfabriek. Hij heeft het naar zijn zin. Ik ook wel. Er zijn niet alleen de eetmomenten samen met zoon maar ook allerlei andere dingen die op mijn pad komen. Weer moet ik nadenken over iets waar ik nog nooit over nagedacht heb. Grootzoon komt uit school en heeft een groot probleem. Hij heeft geen gat in zijn sok maar een gat in zijn favoriete gymtas. De schoenen steken eruit.
‘Oma dat kan jij wel maken!’ Oma heeft er een hard hoofd in. ‘Dit is echt geen sinecure grootzoon’, zeg ik. ‘Maar jij doet het wel hè oma!’, komt er min of meer dwingend uit zijn mond. Eenmaal thuis ga ik de schade eens bekijken en het eind van het liedje, na heel veel gepraat heen en weer is dat hij een nieuwe tas krijgt. Dit is echt geen sinecure. Deksel open, tas erin, deksel dicht. Oma kan het. IMG_7237 Ondertussen heb ik hondebeest al een aantal keer uitgelaten en ik verbaas me over de straatbloempjes in de onze straat. Ze zijn best grappig, de kleine bolletje graven zich in tussen de stoepranden en stenen. Verbazend knap als je bedenkt dat het niet alleen een worteltje is wat ontwikkeld maar ook een bolletje. Die moet haast vierkant worden in plaats van rond zijn. IMG_7247 (1) Ja, knap zo’n plantje. Trouwens wat ook knap is, helemaal in de zon is de oranje trilzwam. De knaloranje kleur springt er natuurlijk uit in een perkje met wat gesnoeide struiken en een paar bomen. Loofbomen wel te verstaan. Oranje trilzwam komt het hele jaar rond voor op loofbomen en daar word ik helemaal blij van. Zowel van oranje als loof.IMG_7245 Ik sta dus toch even in het perkje, ‘beware for de drol van de hond’! Ik heb al wat blik en zelfs een condoom opgeruimd in het park, ik hoef er niet nog een laagje poep overheen. Wat me wel weer bij het volgende brengt. In Hoogeveen is het nat. Overal waar je kijkt is water en modder. ‘Waar zijn mijn droge sokken’, denk ik als ik toch echt dwars door de plas naar de deur moeten lopen. IMG_7231 Dit is toch vreselijk, zo kun je de koning toch niet ontvangen. Nee, dan dochter, die stuurt mij een whatsapp vol hartjes. Ze loopt ze overal op. In het bos, in de stad, op de stoep, aan een boom, tussen de kiezels. You name it en het ligt er. IMG_7263 De dagen rijgen zich aaneen, wandelen met de hond, blubbertrappen in het bos, blikjes opruimen. ‘Ben je weer aan het opruimen’, zei de mevrouw die net van de tennisbaan afwandelt. ‘Ja, altijd’, zeg ik. ‘Ik weet het zegt ze.’ Gelukkig weet zij het. Ik heb tijdens de wandeling eens zitten filosoferen met mezelf. Hoe kan het toch dat je een blikje wel meeneemt naar het bos, daar leegdrinkt en vervolgens in het bos achterlaat. Is de jaszak of tas dichtgegroeid tijdens het drinken van het bocht uit het blikje? Ik heb geen idee. Kitkat… ook van die leuke verpakkingen. Ze lossen niet op, nooit een keer.

Bomen zagen

Het zijn rare tijden geweest de afgelopen twee maand. Zo ben je gezond, zo doe je mee aan een bevolkingsonderzoek naar darmkanker en zo ben je patiënt. En dan heb ik het niet over mezelf maar over lief. Nietsvermoedend kom je van de een op de andere dag in aanraking met dingen waar je niets van weet. Als ik terug kijk op deze tijd dan zie ik alleen maar de stroomversnelling waarin dingen plaatsvinden. Zowel in het hoofd van mijn lief als in de ziekenhuisbezoeken, de afspraken en het heen en weer denken. Heen en weer denken is zoiets als ‘het kan goed zijn, het kan fout zijn.’ Als het fout is wat kan er dan nog wel en als het goed is… nou ja, dan is het goed. Het denkhoofd gaat dus alle kanten uit en ik zie het van dichtbij gebeuren. Natuurlijk raakt het mij, maar op een andere manier dan het lief raakt. Het overkomt hem en hij had er geen moment over nagedacht dat er iets mis zou kunnen zijn. Zijn denken gaat een hele andere kant uit dan mijn denken. Is het man en vrouw denken? of is het denken als slachtoffer en toeschouwer. Ik zal het niet weten. Afgelopen week was helemaal een bizarre week. Ik zet nogal eens iets op touw en deze week viel alles samen. Op dinsdag breng ik lief naar het ziekenhuis, op woensdag bijt ik de nagels van de vingers omdat het zo verschrikkelijk lang duurt voor ik gebeld wordt. De chirurg heeft dus wel gebeld maar mijn telefoon die ik de hele tijd bij me droeg en op het luidste volume had staan springt juist dan op de voicemail en de vaste telefoon heeft juist dan een storing. Om gek van te worden. Ineens is er bericht, lief ligt weer op z’n plekje. De operatie is goed verlopen en nu maar herstellen. De woensdag gaat voorbij zonder dat er iets zinnigs uit mijn handen komt. Echt vreselijk, die spanning. Ik fiets naar het ziekenhuis en kijk lief diep in de ogen. Dit komt goed. Na 10 minuten sta ik weer buiten en geniet van het mooie weer, loop met de hond en als het weer bezoektijd is ben ik van de partij. Rust, er is even rust aan het bed.

Ik slaap die nacht niet al te lang en doordat de computer het weer eens nodig vindt om mij vooral de stuipen op het lijf te jagen door weer al mijn mailtjes te verwijderen heb ik geen goede ochtend. Wat kan er nog meer gebeuren?
Rondje met de hond, naar het ziekenhuis en constateren dat het lekker gaat daar. Wanneer komt de dip? Zo wordt het vrijdag….

Veel te kort geslapen, boodschappen doen voor NLDoet. Dat is het volgende wat op het programma staat. Vrijdagmiddag komt de eerst groep en zaterdag hebben we de hele dag mensen over de ‘vloer’ bij IVN. Het is een drukte van jewelste, mooi weer en uiteindelijk, als ik ’s avonds om 8 uur op de bank neerstrijk kan ik geen pap meer zeggen. Nog 2 keer word ik van de bank geroepen, een houtje in de kachel en een telefoontje. Ik sleep mezelf uiteindelijk naar bed en slaap tot 7 uur vanmorgen.
De zon schijnt, de kleinkinderen komen en om kwart voor 1 rijden we met elkaar naar het ziekenhuis om onze schat op te halen….

Die een half uur later op de bank een boom doorzaagt…… ‘Het is hier warmer dan in het ziekenhuis’, zegt hij.

Het zonnetje schijnt….

Over een dikke week de uitslag na de operatie….

Dan wordt het tijd om weer eens diep adem te halen. Misschien een weekje Ameland te plannen, vooruit te kijken. En lief te hebben. Vooral dat!