Ik hou van mij

‘Hou jij van mij?’
‘Ik hou van mij’
‘Ik hou van jou’
‘Hou jij van mij?’

We zitten aan een tafel waarvan ik denk dat er een bom is ontploft. Een tafel vol levensdingen, lezen, naaien, computeren, naalden, spelden, schaar en lapjes. Een tafel vol. Wij zitten aan die tafel. Zij hangt achterover en vertelt. Ze blaast het op en zwakt het af. Tranen prikken, de lach klinkt luid. Het leven, het vreselijke leven. Nee, het leven is niet vreselijk. Misschien is het soms vreselijk. Het leven is wel ingewikkeld. Ja, dat is het. Gecompliceerd. En wat ook lastig is, al die mensen die iets vinden of zeggen. Vooral als ze iets nooit zelf doen. Dat is ook lastig. Ik vraag naar de voorbeelden. Verrek, ze zijn er, die voorbeelden en ik luister.

Ondertussen zie ik een duif capriolen verzinnen om toch met de dikke kont in het huisje te komen waar misschien nog een graantje te pikken valt. De wind rukt aan de blaadjes van de bomen en in de krentenboom zitten mussen. Ik luister.

Ik luister en ik voel woorden binnenkomen. We hebben een gesprek over energie, over hoe iets werkt en hoe het voelt en waarom wij, zij en ik, moeten leren dat het er niet toe doet. Je bent wie je bent en met alle energie van de wereld ga je dingen die andere mensen wel of niet doen, wel of niet zeggen, niet veranderen. Trouwens, waarom zou je dat willen. Jij hebt een mening, ik heb een mening, zij hebben een mening.

Weet je wat zo fijn is aan die tafel met een bomontploffing, het praat zo lekker weg. Tranen die prikken worden een schaterlach en ach, al die tijdschriften en lapjes stof blijven gelijk. Ze spreken niet tegen, veranderen niet van de plek. Het schept een sfeertje van het mag. Perfect. We hebben het over perfect. Perfect is iets als alles klopt. ‘Maar, zeg ik erbij, het is een schilletje, een laagje. Je prikt er soms zo doorheen en dan is het net zo gewoon als de rest’. Daarbij kan gewoon ook heel bijzonder zijn en dat hoeft weer niet perfect te zijn.
‘Laat los, zeg ik. Laat dat los en wees tevreden met wie je bent en waar je voor staat’.

Het gaat over dood en leven, over ‘wonder woman’ en feminisme, het gaat over welzijn, welbevinden en aarden. Het gaat over 5 jaar, 10 jaar, 15 jaar terug. Het gaat over toekomst, verder vooruit kijken en plannen maken.

Uiteindelijk gaat het over het leven. Mijn leven, jou leven, haar leven, zijn leven. Ons leven. Het leven van al die zandkorrels die familie zijn en die, ook al zijn ze allemaal verschillend, zo ongelofelijk blij zijn met elkaar. Dat je mag zijn wie je bent en dat je niet hoeft te oordelen.

‘Ik hou van jou!’
‘Hou jij van mij?’
‘Ik hou van mij!’
‘Ik hou van jou!’

Het leven

Vanmorgen scheen de zon, was het heerlijk weer en werd ik uitgerust wakker. Als je wakker wordt en je voelt je fit dan heb je voldoende slaap gehad. Ben je niet fit? Ga dan rustig nog even slapen. Het is een gegeven! Een feit.
Ik voel me fit en doe de dingen die bij mijn leven horen. Ik schreef eerst ‘die bij het leven horen’, maar die vanzelfsprekendheid is niet normaal. Dat is een aanname die we in de rijke Westerse wereld gewoon bezigen. Alsof de hele wereld ’s morgens wakker word en denkt ‘ha, ik ga plassen, wassen, aankleden, ontbijten.’

Op heel veel plekken in de wereld is dat dus gewoon niet zo. Amnesty schreeuwt niet voor niets zo hard dat er op steeds meer plekken op onze aardbol mensenrechten worden geschonden.
Eigenlijk doet Groenlinks dat ook maar wie krijgt er dan een draai om de oren? Juist, het zelfde Groenlinks omdat ze opkomt voor mensen. En ik, ik stap uitgerust uit bed. Misschien is de halve wereld wel jaloers op mijn leven.

Een leven dat bijna een jaar geleden aan een zijden draadje hing. Als ik het verhaal van vorig jaar teruglees, als ik de verhalen bij elkaar optel over de hartoperaties en complicaties dan was het een zijden draadje. Ik had vertrouwen, blind vertrouwen. En ik heb alle geluk, in dit land met deze zorg, in dit land met alle kennis. Ik heb alle geluk van de wereld in mijn huidige leven. Als ze tegen mij zeggen ‘je hebt het verdiend’ dat denk ik ‘ik niet alleen, de hele wereld verdient het’. Dat is wat in de politiek ook speelt. Heel erg speelt. En de mensen die het moeten uitvoeren zijn mensen die gewoon mensen zijn zoals jij en ik. Ja, ze hebben geleerd om iets neer te zetten maar uiteindelijk gaan zij ook slapen omdat het lampje uitgaat en als ze wakker worden en niet uitgerust zijn gaan ze niet nog even rustig slapen maar gaan ze aan het werk. Mensen doen dat!

Vanmorgen schijnt de zon, de duiven zitten in de krentenboom, te glanzen in de zon. Merel, mus, spreeuw, allemaal zitten ze in de krentenboom. Koolmees pa en moe vliegen af en aan om het kroost te voeren. Een tweede legsel moet ervoor zorgen dat er nog wat jongen groot worden. Het is een gekakel in het nest naast het slaapkamerraam. Ik hou van die geluiden, de geluiden van de zomer. De vogels die mij ’s morgens bij het eerste licht toch wel wakker tetteren. ‘Vroege vogel, ik hou ervan maar slaap toch nog even verder.’

Ik heb vanmorgen mijn trouwjurk uit de kast gehaald. Het zal ongeveer deze tijd geweest zijn dat ik in mijn uppie op zoek ging naar de trouwjurk die ik wilde dragen op 8 juli 1977. Die trouwjurk is van alle tijden en ik pas hem nog. Hij ruikt naar 40 jaar kast maar hij past. Als ik sterf wil ik mijn trouwjurk dragen, dat besluit ik nu, dat schrijf ik hier. Dat is wat ik wil. Niet nu sterven maar als het zover is, dan wil ik mijn trouwjurk dragen. De jurk staat symbool voor leven in liefde. En nee, ik ben niet sentimenteel nu, ik ben blij en dankbaar. Want dat past bij mijn leven momenteel.

Dankbaar met mijn leven, mijn lief, mijn kinderen en kleinkinderen. Dankbaar dat we 13 jaar hebben kunnen genieten van onze trouwe viervoeter Twist. Iedereen vraagt er naar. ‘Hoe is het’. En ik kan alleen maar zeggen dat het stil is. Gewoon overal. Als er iets op de grond valt, als ik naar de keuken loop stapt Twist niet uit de mand achter mij aan, als ik de kamer in loop dan is daar niet meer de mand waar Twist in ligt te slapen. Iets wat hij de afgelopen maanden heel veel deed. Eindeloos slapen, diepe slaap. Of wakker en drentelen en piepen en drentelen en zijn draai niet kunnen vinden. Van binnen naar buiten en weer terug, liggen en weer drentelen. Piepen zodra er iemand de kamer verliet. Niet wetende dat diegene wel weer terug kwam. Kwispelen. Dat stuk over kwispelen, hij kwispelt. Niet de hele dag maar heel vaak. En dat doet pijn maar tegelijk weet ik dat het goed is. Hij heeft een mooi leven gehad en ik denk aan die mooie momenten die iedereen met hem had. Iedereen was blij met Twist. En iedereen heeft verdriet om Twist…… omdat hij kwispelt.

Het leven……..

“Als ik net in slaap ben gevallen, word ik de hele tijd wakker, en dat is waarom je moet huilen. Kwispel, kwispel, kwispel.

Waaknaald…

Ze staat ineens naast me, de zuster van de zaal. Wat spulletjes in de hand. ‘Ik kom het naaldje verwijderen’. Ik schrik er niet van, ik blijf voorzichtig denken dat het misschien toch gaat lukken dit keer. ‘U mag dinsdag naar huis als alles goed blijft gaan’.

Ik kijk naar mijn arm, weg waaknaaldje. Weer een stapje dichterbij het avontuur dat thuis verder zal gaan. Van de relatief veilige omgeving met alle hulp voor handen naar een eigen omgeving waar ik me veilig voel, maar waar de zorg op ons zelf terecht komt.

‘Komt goed’, zeg ik tegen mezelf. ‘Komt goed, schatje’, zeg ik tegen Gert. Ik denk te kunnen verzinnen wat hij ervan denkt. En later lees ik het ook wel want hij brengt al mijn vrienden via de digitale weg op de hoogte van het aanstaande ontslag in het ziekenhuis. Zijn zorg is mijn zorg en andersom maar ik weet heel zeker dat ze me niet laten gaan als het niet kan.

We liggen al een hele week met vier personen op zaal, twee jonge kerels, een wat oudere dame en ik. Allemaal op de zelfde dag geopereerd en samen aan het herstel begonnen met alle tranen en verhalen erbij. We willen elkaar nooit meer tegenkomen in het ziekenhuis en ook nooit vergeten. We maken een tijd mee die zo op de huid zit, die impact heeft voor langere tijd. We hebben het goed. Maken grapjes, zijn stil, vertellen onze gevoelens aan elkaar. Waarom we heerlijk de kop in het zand kunnen steken en waar we onzelf tegenkomen. We noemen elkaar bij naam terwijl we geen van allen aan elkaar zijn voorgesteld. Hennie mag ook naar huis. Ook vandaag.

Gisteravond had hij het gevoel dat hij de avond voor het schoolreisje stond. Dat zijn vrouw een bakje komkommer zou meenemen als de volgende dag aan zou breken. ‘Ik ben onrustig’. ‘Doe het niet, zei ik, straks ga je niet naar huis omdat het te onrustig is in je lijf.’ Zijn temperatuur ging omhoog.

Vanmorgen was het zover, ik tel de uren af. Vanaf vier uur ben ik wakker. Pijn in het lijf, geen wondpijn maar spierpijn. In de nek, de schouder, de arm. Ik lig niet lekker. Slaap niet lekker in het ziekenhuis. Maar ik ga naar huis, de waaknaald is weg, het enige wat er nog zit zijn hechtingen en blauwe plekken, overal.

Ik ga naar huis.

Ineens voel ik dat mijn hartslag weer onregelmatig wordt. ‘Dat gaat niet goed, waarom.’ Ik geef het door. Luisteren naar de hartslag, het bed wiebelt. Een hartfilmpje wordt gemaakt. Ik krijg pillen, eet het ontbijt, drink een kopje thee. Dan krijg ik weer een ‘waakkastje’ om. Plakkers met draden op mijn lijf. Alles willen ze registreren. ‘We gaan nog een echo maken van het hart om te kijken hoe het eruit ziet.’

‘Houdt er rekening mee dat je niet naar huis gaat’. Ik kreeg het te horen maar had me er al bij neergelegd. Misschien morgen…

Morgen, morgen gaan ze bespreken wat ze gaan doen. Ingrijpen of inregelen. Medicijnen of opereren. Morgen. Morgen is mijn thoraxchirurg degene die de doorslag gaat geven. Alle waarden zijn goed. Ik herstel. Ik ga naar huis, zonder waaknaaldje maar mischien krijg ik er eerst nog eentje terug. In het ziekenhuis in Zwolle.

Ze houden nu de wacht, zonder waaknaald.

Onze dochters

Een kwart eeuw geleden stond ons leven volledig op de kop. Vol verwachting was het hele gezin, 2 zonen, 1 dochter, vader en zwangere moeder. Ik dus. Zwanger van ons vierde kind. En die zwangerschap ging op het einde mis. Helemaal mis. De verwachting was 15 mei, het werd 5 april. Gaby werd dood geboren en daar stonden we dan. Een kwart eeuw geleden. ‘Of ik er nog wel aan denk’, vroeg lief gisteravond. ‘Als het voorjaar wordt, altijd. Als de narcissen bloeien, altijd, als ik ….  ‘

IMG_7081

De tijd dat het pijn deed, die is allang voorbij. De tijd dat ik overal rekening mee hield en toch iedere keer weer zo geraakt werd door het onverwachte. Een geluidje, een geur, een zwangere buik, een trotse moeder met haar baby, die tijd moest ik door en alles moest een plek krijgen hoe lelijk het ook was. De kamer die met liefde was ingericht zou leeg blijven. En wat te denken van alles wat je als ouders meemaakt met de rest van het gezin. Iedereen verwerkt het toch op eigen wijze. Verdriet kun je zien of niet zien. Verdriet kun je uitspreken of wegstoppen. Verdriet kun je niet vangen in een vangnet dat leven heet. Het is vooral gaan….

Onze dochters, ze zijn er wel. Twee dochters. De een voor altijd in ons hart, de ander aan de telefoon, in de post, de appjes, de logjes, de samen vakanties, de dagjes uit, de gesprekken, de tranen, de lach. Beide dochters worden genoemd alleen het uitleggen geeft altijd een schok voor degene die het uitgelegd krijgt. Dat hoeft niet maar het zou mij net zo vergaan. Dat zijn dingen die je niet wilt horen, niet verwacht.

Dochter, lieve dochter, het zijn niet de gemakkelijkste jaren geweest voor jou. Een zusje was voor jou meer dan welkom. Maar nu, 25 jaar later, denken we aan haar en weten we dat het zusje voor altijd een zusje zal blijven en nooit een andere plek zal krijgen in ons gezin. Ze is onlosmakelijk verbonden met ons gezin en voor eeuwig in ons geheugen gegrift. Zelfs bij de jongste die na deze ervaring zijn opwachting maakte. De wens, een kinderwens laat zich niet zomaar aan de kant drukken.

Het was alleen niet dat zusje. Die wens. Dat is voor jou het moeilijkste geweest, dochter. Op jonge leeftijd accepteren dat het in het leven niet altijd gaat zoals je wenst is best ingewikkeld en kan een stempel drukken op de ontwikkeling die je doormaakt. Ik ben heel trots op jou, meer dan trots omdat je het hele leven regelmatig op de kop hebt staan, omdat leven soms zo vreselijk ingewikkeld is en je altijd zegt ‘het komt goed hoor, uiteindelijk komt het goed.’

Dat is de spirit die onze dochter heeft! Uit het mooiste hout gesneden.

En daarom denken we vandaag 25 jaar terug…. omdat de narcissen bloeien……  .

Afsluiter van januari

Op de valreep ging ik nog even snel naar de winkel en de markt. Bah, bah, bah, mijn lijf wil niet vandaag en het snot komt me de oren uit. Die snotneus die ik al weken heb, want al weken lang loop ik, zo lijkt het wel, met een druppel aan het puntje van mijn neus. Niet verkouden maar gewoon van het winterweer een snotneus. En dat is niet erg, dat snuit ik een keer en weg is het weer. Maar nu niet. Dan is het linkerneusgat verstopt, dat het rechter, dan een kuchje, dan een pijntje links, dan een pijntje rechts. Ik kan er niks mee en voel die kop vol watten nu ook niet echt als een aanmoedigingsprijs aan. Zo van, je kunt vandaag wel dit en je kunt wel dat. Uiteindelijk doe ik wat huishoudelijk werk en sleep de stofzuiger achter me aan door het huis en werk wat stofjes en vieze vingers weg. En verder hou ik mij gedeisd en constateer dat het de laatste dag van januari is. De maand met toch wel aardig wat winterse streken, een aanslag op de vrijheid van meningsuiting, een ledenvergadering, een hoogtepunt want grootzoon is 9 jaar geworden maar ook veel dieptepunten. Dat is de eerste maand van het jaar, die lange, soms koude, vaak grijze maand is voorbij.

31 - 31 jan

Dan begin ik morgen met een opgewekt hoofd… als het enigszins kan zonder al te veel snot, aan een nieuwe maand. Ook een bijzondere maand. Maar daar moet ik nog een nachtje over slapen. De dagen lusten geen uitstel, gedachten wel. Die vallen in dat nachtje slapen vaak prima op de plek. Het moet zo zijn denk ik dan. Dus kom maar op februari.

“Afsluiter van januari” verder lezen

zo vredig

Het is rustig in huis. Heel rustig. De geluiden van buiten waar mannen met oranje jassen kabels door de grond heen schieten zijn wel te horen, af en toe zelfs meer dan me lief is maar het moet dus ik neem het maar voor lief. Op de achtergrond heb ik de radio aan en ik zit aan tafel tussen de papieren. Opruimen, opruimen en nog eens opruimen. Ruimte maken voor nieuwe papieren. Het wordt langzaam warm in de kamer, de zon komt voorzichtig de kamer binnen piepen. Heerlijk weer is het vanmorgen. Ik kijk naar Twist. Zal ik nog een rondje doen door het bos?
En daar blijft het bij.
De zon maakt het nog warmer en de kachel gaat bijna uit. Wat is dat toch fijn, het voelt als voorjaar. Dan komt er via de radio een bericht. Ze spreken elkaar tegen, 2 doden, 10 doden, 11 doden. Twaalf doden. In het centrum van Parijs. Wat is dat dichtbij denk ik als ik zo in de zon aan tafel zit. De eerste beelden zie ik pas later als ik achter de computer kruip. Een politieagent die echt gaan kant meer op kan wordt in koelen bloede doodgeschoten. Bam.. dat komt binnen en ik kijk en kijk en hoor het schreeuwen van mensen en denk. Mijn maag komt omhoog bij het zien van de beelden, ze rijden het beeld uit en er is volgens mij totale verbijstering bij iedereen in de buurt die dit heeft overleefd. Dat kan niet anders. In welke beschaving leven we nog? Of met welke barbaren krijgen wij de komende jaren te maken. Dat is niet begonnen op 11 september 2001 in NewYork. Dat stopt niet op 7 januari 2015 in Parijs. Dat gaat maar door en wordt steeds erger. Gericht op personen. Als je de taal niet spreekt dan moet je dood zo lijkt het wel. Als ik niet om jou kan lachen dan moet je dood. Als ik vind dat jij dat niet mag tekenen dan moet je dood. Als jij politie bent en jij moet mensen beschermen dan moet je dood want je loopt in de weg.

Op 1 januari had ik te maken met vandalisme, dat is erg, heel vervelend, dat is jammer. Maar het doet geen zeer. Ik word er niet eens boos meer van, ik ga de energie wel in opbouwen steken en me niet laten afleiden door vandalisme. Maar dit, moorden, dit is erg. Het gaat hier om een grondrecht.

“Artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens regelt het recht op vrijheid van meningsuiting en persvrijheid. Dit recht is onderworpen aan beperkingen die “bij wet zijn voorzien” en “in een democratische samenleving noodzakelijk”. Het recht omvat ook de vrijheid om er meningen op na te houden, en om inlichtingen en denkbeelden te ontvangen en te verstrekken.”

Het gaat hier om democratie, om vrijheid van meningsuiting.

Zonnestralen komen in lange slierten de kamer binnen en verwarmt alles wat in de lijn ligt.

Het is rustig in huis. Heel rustig. De geluiden van buiten komen gestaag binnen en de radio staat zachtjes aan. Heel de verdere dag heb ik moeite mijn tranen te bedwingen. Wat is er aan de hand in de hoofden van mensen die moorden omdat ze niet kunnen lachen. Omdat ze de kern van de satire niet snappen. Omdat iemands huidskleur niet aanstaat, omdat iemands geloof anders is, omdat het een vrouw is, of een man. Omdat iemand een mening heeft en daarvoor uitkomt.

7 - 7 jan

Twist heeft nergens last van, die geniet van de zonnestralen en hoort niet over geweren en doden en vrijheid van meningsuiting. Hij geniet.

“zo vredig” verder lezen

Mijn draad naar jullie

Draadjes, uiterst broos, of juist het tegenovergestelde van broos. Onzichtbare draadjes tussen mensen, een band hoe kwetsbaar ook. Verbonden voelen door onzichtbare draadjes. Zoals ouders met kinderen hebben. Als de kinderen klein zijn dan zijn de draadjes zichtbaar aanwezig. Kinderen, kleine kwetsbare kinderen houd je vast met zichtbare draadjes, liefde, voedsel, rust. Al die draadjes maken een kind groter en zo worden draadjes minder zichtbaar tot ze uiteindelijk onzichtbaar zijn. Ouders en kinderen, ze laten elkaar los en toch zijn er de banden. Kinderen horen hun eigen weg te gaan, te groeien in hun eigen leven zonder ouders. Maar toch niet zonder ouders. Die draadjes zijn sterk, ze zijn er niet voor niets. Je kunt elkaar kwijt raken, vertwijfeld zijn, veranderen, zoek raken in de grote wereld, de draadjes blijven bestaan. Er zijn in mensenlevens zoveel momenten waarop je die draadje koestert, dat je blij bent dat ze bestaan. Dat je met een klein rukje aan het draadje weer op het pad staat wat goed voor je is. Of dat je je laat leiden door de draad en pas veel later eraan toe komt om je eigen draad te gaan vormen. Zelfs een vlecht bestaat uit draadjes, gevlochten of gedraaid is een draad sterker. Als een kind beschadigd raakt door het leven dan is er misschien een knoop in de draad maar het kan verder. Ouders proberen die knopen soms te ontwarren met goede raad of alleen een luisterend oor. Dat is belangrijk. Draadjes zijn belangrijk, ze houden bij elkaar wat bij elkaar hoort of ze gaan er juist voor zorgen dat iets losser wordt. Relaties, draadjes en relaties is net zoiets. Ruimte maken voor de ander, de draadjes, de banden losser maken, ruimte geven door draadjes naar andere mensen, naar ouders, broer of zus, vriend of vriendin. Een rukje aan het draadje geven als je dreigt te verdrinken in onderliggend verdriet. Of juist loslaten….
Tijdens mijn wandelingen op het strand zie ik verschillende draadjes, in verschillende kleuren, van verschillende materialen, ooit gemaakt om iets vast te houden. Ooit gemaakt om vast te houden wat niet kwijt moet raken.
Ik houd van wandelingen op het strand, ik houd van draadjes en ik kan er lekker over nadenken en over schrijven. Veel meer schrijven dan dat ik hier neer zet. Mijn draad naar jullie….. daar moet je het maar mee doen