130 kilo plastic

Of ik de Planeet wil helpen en dan specifiek de Planeet Luier! Nu is het al heel wat jaartjes geleden dat ik zelf de kinderen in de luiers had. Maar ik had ze wel. Jarenlang, ook de oppaskindjes die bij ons over de vloer kwamen zorgden voor een berg luiers. Moeders weer aan het werk en de kinderen in wegwerpluiers, daar begon het toch ergens. Die Planeet Luier. Een afvalberg die zijn weerga niet kent.

Wist je dat…..?
In Nederland jaarlijks bijna 300 miljoen wegwerpluiers worden gebruikt en weggegooid?
En dat luiers hiermee de nummer 1 zijn van de niet recyclebare producten?
Een wegwerpluier pas na circa 500 jaar helemaal is afgebroken?
Dat een groot deel van de kinderen circa 2,5 jaar lang, 24 /7 luiers draagt die vol zitten met chemicaliën waarvan een deel kankerverwekkend is?

Dat doet zeer als je zo met afval bezig bent zoals ik. Niet recyclebaar, niet recyclebaar. 500 jaar verder en de luier is afgebroken. Dat doet zeer.
Terwijl het ook heel anders kan, daar ben ik inmiddels wel achter. En Planeet Luier vraagt hulp.

Gemiddeld gebruiken Nederlandse kinderen vijf luiers per dag, dit zijn er 5.300 over de gehele luierperiode. De lengte van een weggegooide wegwerpluier is 10 cm. Per jaar wordt wereldwijd dus voor 50,1 miljoen kilometer aan luiers weggegooid.

Dat is het waarom Planeet Luier de hulp inroept. Ze benaderen mij omdat ik met afval bezig ben en daarover schrijf. Gewoon op persoonlijke titel op mijn eigen log. Iets wat ik al jaren doe. Overal over. Nu is afval een hot item. Of, nog beter, de grondstoffen zijn een hot item.

Grondstoffen waar Planeet Luier iets mee wil doen!

Om wegwerpluiers te maken voor een baby wordt per jaar:
220 kg CO2 uitgestoten
Meer dan 136 kg aan hout gekapt
en gebruik gemaakt van:
22 kilo ruwe olie
9 kilo chloride
130 kilo plastic
200 tot 400 kilo houtpulp

Dit doet nog meer pijn. Als je de getallen en grondstoffen hardop voorleest dan wil ik wegkruipen. Ik doe daar toch niet meer aan mee. Ik wil het niet horen. Ja, ja, ik heb er wel aan meegedaan maar dat was voor het gemak.

Voor het wereldwijde jaarverbruik zijn:
3,6 miljoen bomen gekapt
43,4 duizend vaten olie nodig
13,4 miljoen vaten chloride nodig
Het duurt 6 generaties voor 1 luier volledig is afgebroken (circa 500 jaar). Naar verwachting zijn de luiers die je vandaag gebruikt in 2517 afgebroken

Planeet Luier schreeuwt het van de daken.

Jouw baby draagt bijna drie jaar lang 24/7 een luier. De meeste wegwerpluiers zijn chemische producten die vol zitten met onnatuurlijke producten om je baby droog te houden. Giftige materialen die worden gebruikt:
Polypropyleen / Polyethyleen
Dioxines
Chloor
Synthetische lijm
Inkt
Kleurstoffen
Geurstoffen
Ftalaten
Superabsorberend polymeer (SAP)

Potverdikkeme…. daar waar je het beste mee voor hebt, het liefst alle boze dingen ver van houdt, daar wat je kostbaarste bezit is. Daar waar je alle liefde mee wilt delen. Dit zet je in giftige materialen. Want je weet het niet.
Nee, je wist het niet.
Ik wist het niet
Maar nu weet je het wel.
En ik weet het nu ook!

Jouw baby…. op Planeet Luier! Doe er wat mee.

Kijk eens bij de Mazzelkontjes!

Het doet pijn

Mijn ogen worden steeds groter bij het lezen van het verhaal, er ontsnapt een zucht die de energie omzet in boosheid. ‘Is ze nu helemaal gek geworden, wat is dat voor een mens die dit soort dingen doet en het ook nog eens op schrijft en deelt met ons allemaal.’ Dat we het allemaal maar weten. Het doet pijn. Ik lees en zie het gebeuren. Het vragen om naar binnen te mogen, of om iets te mogen eten. Gewoon om naar bed te mogen gaan met een lampje aan en de deur open. Nee, bruter dan bruut. Blijf jij maar buiten, scheer je weg.
Ik krijg er kromme tenen van. Ook van de borden die langs de weg staan. AZC weg ermee..
Ook van de uitspraken die hier en daar gebezigd worden. Ik schaam me ervoor, het is vreselijk. Het gaat over mensen en het is nog of het over … ja waarover eigenlijk.

Lees Sylvia Witte haar roep om straks op 4, 5 en ook niet op 6 mei. Geen één minuut stilte meer, maar twee minuten oorverdovend protestkabaal. Anne Frank kan ook de pot op! Dat is verleden tijd. Het is 2016 en we hebben nu Ayan Kurbani, die al onze tekortkomingen symboliseert.

Omdat het moet… staat er boven. Het doet pijn vind ik. Heel erg pijn.

Omdat het moet

Gewoon, omdat het moet!

de belofte van de herder

Er was eens een herder die zo mooi kon spelen en hij zong zulke prachtige liederen, dat hij in het hele land beroemd was. Eindelijk hoorde ook de koning zulke wonderen vertellen van zijn kunst, dat hij dadelijk een paar boden uitzond. Ze moesten hem vragen of hij mee wilde gaan naar het paleis om voor de koning te zingen en te spelen. De koning wilde hem zó graag horen dat hij aan zijn afgezanten de volgende boodschap meegaf: “Ik zal niet eten en niet slapen voor ik je gezicht heb gezien en de tonen van je gitaar heb gehoord.” Deze woorden moesten ze net zolang voor de koning opzeggen, totdat ze ze wel konden dromen. Toen pas gingen ze op weg.

Ze kwamen voor het huisje van de herder en ze riepen: “Gegroet, o herder. Kom buiten en luister naar ons, want we hebben je iets te vertellen waarmee je heel blij zal zijn!”

Maar toen de herder de boodschap van de koning vernam, werd hij bedroefd. Want hij had een vrouw en een kind en een klein bruin hondje. Hij zag er tegenop hen tegen Kerstmis te verlaten. En zij zagen er tegenop hem te moeten missen. “Blijf toch bij ons,” smeekten ze. Maar de herder zei: “Ik moet gaan. Het zou heel onbeleefd zijn om de koning teleur te stellen. Maar zo zeker als de hulstbessen rood zijn en de dennenbomen groen, even zeker zal ik met Kerstmis thuis zijn om mee te eten van de kerstpudding en kerstliederen te zingen aan mijn eigen haard.”

En nadat hij deze belofte had gedaan, hing hij zijn gitaar op zijn rug en hij volgde de boden van de koning naar het paleis. Hij werd met veel eerbewijzen ontvangen en de koning deed alles om hem een plezier te doen. Hij sliep op een bed van het zachtste dons en at van een gouden bord aan de koninklijke tafel. En als hij zong en speelde, luisterden alle mensen en alle dieren, vanaf de koning tot de muizen in de provisiekamer met ingehouden adem naar zijn muziek. Maar bij alles wat hij deed, feestvieren, rusten, spelen, zingen of luisteren naar de lof die iedereen hem toezwaaide, vergat hij geen ogenblik de belofte die hij had gedaan aan zijn vrouw, zijn kind en zijn kleine bruine hondje.

En toen nu de dag voor Kerstmis was aangebroken, nam hij zijn gitaar in de hand en hij ging naar de koning om afscheid te nemen. Maar de koning wilde hem niet missen. Hij zei: “Ik zal je een paard geven zo wit als melk, zo glanzig als satijn en zo vlug als een hert, als je hier wilt blijven en op kerstdag wilt spelen en zingen aan de voet van mijn troon.”

Maar de herder antwoordde: “Ik kan niet langer blijven, want ik heb een vrouw en een kind en een klein bruin hondje. En ik heb hun beloofd dat ik met Kerstmis thuis zou zijn. Dat ik mee zou eten van de kerstpudding en kerstliederen zingen aan mijn eigen haard.”

Toen zei de koning: “Als je hier blijft en op Kerstmis speelt en zingt aan de voet van mijn troon, zal ik je een wonderboom geven, die zomer noch winter zijn bladeren verliest. En elke keer als je dit boompje schudt, zal er een regen van goud en zilver voor je voeten neervallen.”

Maar de herder antwoordde: “Ik mag niet langer blijven, want mijn vrouw en mijn kind en mijn kleine bruine hondje wachten op me. En ik heb mijn woord gegeven dat ik met Kerstmis thuis zou zijn. Dat ik mee zou eten van de kerstpudding en kerstliederen zingen aan mijn eigen haard.”

Maar de koning gaf het niet op. “Als je op de kerstdag één wijsje voor me speelt en één lied voor me zingt, zal ik je een fluwelen kleed geven en je mag naast me zitten op de troon met een ring aan je vinger en een kroon op je hoofd.”

Maar de herder antwoordde: “Ik wil niet langer blijven, want mijn vrouw en mijn kind en mijn bruine hondje kijken al naar me uit. En ik heb vast beloofd dat ik met Kerstmis thuis zou zijn. Dat ik mee zou eten van de kerstpudding en kerstliederen zingen aan mijn eigen haard.”

En hij wikkelde zich in zijn oude mantel, hing zijn harp op de rug en verliet het paleis zonder verder een woord te spreken.

Hij had nog niet ver gelopen toen veel kleine witte sneeuwvlokken uit de lucht naar beneden kwamen dwarrelen.
’t Was of ze fluisterden: “Bedenk wat je doet, Bedenk je eens goed, Je gaat een moeilijke reis tegemoet.”
Maar de herder zei: “Ja, ja, ik zie wel dat de lucht donker is en er zal zeker veel sneeuw vallen. Maar ik heb een vrouw en een kind en een klein bruin hondje. En ik heb vast beloofd dat ik met Kerstmis thuis zou zijn. Dat ik mee zou eten van de kerstpudding en kerstliederen zingen aan mijn eigen haard.”

Maar het begon al harder en harder te sneeuwen en weldra waren alle heuvels en dalen, heggen en greppels bedekt met een dik wit tapijt. Van alle paden en wegen was niets meer te zien. En de wind joeg de sneeuw op tot hoge wallen midden over de grote weg. De herder struikelde. De herder viel, maar hij dacht er niet aan om terug te keren. Terwijl hij verder reisde, ontmoette hij de wind. En de wind zei:
“Herder, herder, wees toch wijs, Keer terug naar het paleis.”
Maar de herder luisterde niet naar die raad. “De sneeuw moge vallen en de stormwind loeien,” zei hij, “ik moet doorlopen. Want ik heb een vrouw en een kind en een klein bruin hondje. En ik heb vast beloofd dat ik met Kerstmis thuis zou zijn. Dat ik mee zou eten van de kerstpudding en kerstliederen zingen aan mijn eigen haard.”

Toen begon de wind ijzig koud te blazen. De sneeuw bevroor op de grond, het water bevroor in de rivieren, de adem van de herder bevroor in de lucht. En aan de rotsen langs de weg hingen ijskegels zo lang als het zwaard van de koning. De bomen van het woud kraakten en kreunden in de felle wind en het was of ze hem allemaal toeriepen:
“Het woud is duister, de nacht breekt aan, Waag het niet daardoor te gaan.”
Maar de herder liet zich door niets weerhouden. “De sneeuw moge vallen, de stormwind loeien en de nacht moge mij overvallen in het donkere woud,” zei hij, “maar ik heb beloofd dat ik met Kerstmis thuis zou zijn. Dat ik mee zou eten van de Kerstpudding en kerstliederen zingen aan mijn eigen haard. En ik moet mijn woord houden.”

En voort zwoegde hij totdat het laatste glimpje daglicht verdween en de duisternis zwaar tussen de bomen hing. Maar de herder was niet bang in het donker. “Al kan ik ook niet zien,” zei hij, “ik kan tenminste nog zingen.” En jubelend klonk er een kerstlied door het bos. Een lied van Jezus’ geboorte, van de engelen die zongen en van de ster die straalde boven de stal van Bethlehem.

Toen hield het op met sneeuwen, de wind ging liggen, de bomen van het woud bogen hun takken om te luisteren. En, o wonder… terwijl hij zong, veranderde de duisternis rondom hem in stralend licht. En toen het lied uit was en de herder opkeek, stond hij vlak voor de open deur van zijn huisje. Zijn vrouw en zijn kind en zijn kleine bruine hondje hadden al naar hem uit staan kijken en ze liepen de herder jubelend tegemoet.

herder

De hulstbessen blonken helderrood in de kerstkransen, de kerstboom was een frisgroene jonge den, de kerstpudding zag zwart van de pruimen. En de herder voelde zich gelukkiger dan een koning toen hij aan zijn eigen haard de oude kerstliederen zong voor zijn vrouw en zijn kind en zijn kleine bruine hondje.

Bron
“Het groot vertelselboek” verzameld door Nienke van Hichtum. Van Holkema & Warendorf, Bussum, 1973. ISBN: 90-269-0927-6

Toekomst….

12373442_921934897862437_8156679576002204671_n

Op de fiets langs de winkel en vervolgens de groentetas halen bij de kinderboerderij. Mijn biologische groenten, eitjes en fruit. Elke week een verrassing wat er nu weer voor lekkers in zit. En ik kan met een gerust hart een lekker maaltje op de tafel zetten, een appeltje voor de dorst meegeven of zelfs een schaaltje appelmoes maken. Ik draai er mijn hand niet voor om en ben echt reuze blij met de groente en fruittas. Op de fiets, langs tuinen en huizen en bermen tel ik blikjes. Vandaag 1 petfles van de grond geraapt en 27 blikjes geteld. Het topje van de blikberg!

Het schaap dat niet geschoren wilde worden

Sneeuwwit was het mooiste schaapje van de hele kudde. Zijn witte wol glansde nog helderder dan die van zijn makkertjes. Maar dat was dan ook het enige opvallende aan hem. ’s Morgens ging hij altijd gewillig mee naar de weide en’s avonds keerde hij gehoorzaam terug naar de stal.
Maar toen in de voorzomer de tijd van het schapenscheren aanbrak, was het opeens uit met die gehoorzaamheid. Terwijl alle andere schapen zich zoet lieten scheren, rukte Sneeuwwit zich telkens los als iemand het op zijn vacht had voorzien en rende weg. Nee, het wilde zijn witte wol niet weggeven, onder geen beding. Ten slotte had de herder er geen zin meer in achter dat kleine schaap aan te jagen. Hij besloot het erbij te laten en dacht: Laat Sneeuwwit zijn warme wintervacht maar houden. Dan merkt hij zelf wel hoe heet hij het in de zomer met zijn dikke vacht krijgt.
Nu liepen alle andere schapen kaalgeschoren in de weide rond en hun wol werd in grote bundels gepakt en op de wolmarkt verkocht. Maar Sneeuwwit torste nog steeds zijn warme vacht. Dat viel niet mee toen het zomer werd. Het schaapje kreeg last van de warmte en ging zo vaak mogelijk in de schaduw zitten om verkoeling te zoeken. De herder wilde Sneeuwwit van zijn vachtje afhelpen en de wol alsnog afscheren, maar liet schaap ontvluchtte hem nog steeds als hij met het scheermes in de buurt kwam. Ja, voor wie wilde hij zijn wol eigenlijk bewaren?
Ten slotte werd het winter en de nacht brak aan waarin Maria en Jozef in de schapestal overnachtten. De volgende dag was Sneeuwwit helemaal veranderd. Hij bleef steeds in de buurt van de herder en probeerde hem op alle mogelijke manieren duidelijk te maken dat hij nu geschoren wilde worden.
‘Dat kan toch niet’, zei de herder, ‘je hebt nu in de winter je wol zelf nodig.’ Sneeuwwit bleef aanhouden en toen dat niet hielp werd hij treurig en wilde hij niet meer eten. De herder probeerde het met vriendelijke woorden over te halen om toch iets te eten, maar dat was tevergeefs. ‘Nou, dan moet ik je je zin maar geven’, zuchtte hij ten slotte.
De herder nam het scheermes en begon het schaapje te scheren. Sneeuwwit bleef heel stil staan alsof het nooit van zijn leven had tegengestribbeld, tot zijn laatste pluk was afgeschoren. De herder zocht een oud jak en trok hem dat aan, zodat zijn schaap niet al te zeer van de kou te lijden zou hebben. Hij rolde de wol tot een bundel in elkaar en borg het pak op. Het zou nog bijna een half jaar duren tot de volgende wolmarkt werd gehouden.
Maar toen de tijd van de wolmarkt eindelijk aanbrak, had de herder de wol niet meer. Hij had de vacht zelf als geschenk meegebracht voor het Kerstkind, dat in de stal in Bethlehem was geboren. En eindelijk, eindelijk had hij begrepen voor wie Sneeuwwit zijn witte wol had bewaard.

Uit: Het Licht in de Lantaarn – Georg Dreissig

Het zal geen verrassing zijn….

De fotolijn op mijn telefoon wordt echt niet alleen gevuld door foto’s die ik zelf maak, soms komt er van alles voorbij. De kleinkinderen, puppy en grote hond, ree, pad, bakje met kikkervisjes, broek, jurk, sjaal, kleurtjes, tekening…
Maar eergisteren was het helemaal grappig. De een fietste door de duinen en moest in de remmen voor een hert.. de ander lag in het struikgewas te wachten tot de jonge dassen zich zouden laten zien… en vangt een reebokje wat lekker ligt te knabbelen in het gras…

IMG_9666

Ik moet wel lachen om die vage foto’s… het brengt mijn fantasie wel op hol.