Is die cola van jou?

Toen ik aan kwam fietsen stond er al een afvalzak vol rotzooi te wachten op het pad naar het Struunhuus. ‘Goedemorgen, ik heb al meer dan 40 peuken opgeraapt’ In een zin zit gezelligheid en frustratie. Gelijk zit ik er middenin. Ik doe de fiets op slot, zet de koffiezetapparaten aan, zie dat de kachel al lekker snort en pak een bezem. Buiten is het echt wel een slagveld. ‘Het ruikt hier helemaal naar bier’.  ‘Ja, dat is daar geknoeid uit een blikje’.

‘Is die cola van jou?’

Er staat een plastic bekertje cola op de stoep en ernaast staat een halve fles cola. ‘Ja’, zegt hij. Waarop ik mijn wenkbrauwen frons. ‘Nee, natuurlijk niet, zegt hij er gelijk achteraan, dat stond er al.  Er hangt een zak aan de klink van de deur, gevuld met zwerfafval. Maar eigenlijk is het geen zwerfafval. Eigenlijk is het jeugdafval. Hangjongerenvuil. Ze nemen het mee het park in en laten het vervolgens achter. ‘Het is helemaal stuk hè’, zeg ik als ik alle stukken ijs overal zie liggen. Hij had even gespeeld met blokken ijs en een mooi stapeltje gemaakt. Dat had ik dan vanmorgen niet meer kunnen zien want toen was het kapot. Gelukkig was ik er gisteravond nog en had ik een foto gemaakt. Zo veel leuker… op de stoep. Beter dan 40 peuken, 10 blikjes, glaasjes cola en lege wietzakjes.

Ik ga naar binnen. Inmiddels ben ik voldoende wakker. Het is nog steeds vroeg voor de zaterdagochtend. Even ben ik druk met de koffie en thee en langzaam druppelen de cursisten binnen. De cursisten van de Natuurgidsenopleiding druppelen langzaam binnen, gesprekken ontstaan, de koffie smaakt en de kachel snort dat het een lieve lust is. We hebben het toch goed met elkaar. We starten met onze opdrachten voor de ochtend en gaan naar buiten. De eerste opdracht voor de cursisten is om in groepjes langs de cursusleiders te gaan en op die manier kennis te maken met verschillende excursie-stijlen. Het is af en toe hilarisch en af toe best lastig. De rol die ik op dat moment heb past niet helemaal bij mij dus ik moet ontzettend schakelen. Toch is het leuk om te doen en alle 5 groepen zijn van een ander kaliber.

Andere mensen, andere energie, andere vragen.


We gaan naar binnen, drinken nog een kopje koffie of thee bij de warme kachel en bespreken wat we hebben meegemaakt. Dan gaan we opsplitsen in 5 groepen en op excursie in het Steenbergerpark. Een groot en ruim opgezet stadspark met een grote verscheidenheid aan bomen, struiken en planten. Een pas ingerichte Idylle, verhalen over de boom met de schoenen, de hondenpoep en hoe daarmee omgegaan wordt, het hangjongerenafval en ach, als we dan toch bezig zijn dan nemen we alle afval die onder de afvalbak ligt in de handen en gooien het alsnog in de afvalbak. Ik loop inmiddels over gras en sneeuw en ijs met mijn schoenen om de hondenpoep van de schoenen te krijgen. Het is verschrikkelijk. We constateren als grote groep aankomende gidsen dat het hondenpoepprobleem echt wel groot te noemen is. Dat mensen die rondom het park wonen hun verantwoordelijkheid niet nemen. Dat het niet te handhaven is. Maar dat het een vorm van fatsoen is om het op te ruimen. We sluiten samen af en kunnen stellen dat het een mooi park is met oog voor natuur waarin nog veel winst te behalen is. Eigenlijk ben ik op de poep en het zwerfvuil na ook echt tevreden.

Het park is de laatste jaren leefbaarder geworden.

Als ik net binnen aan een broodje begin staan de eerste vrijwilligers al in de startblokken voor de middagactiviteit. We gaan aan de slag met de nestkastjes, de pindaslingers, de Held op Stokken. Het lawaai van het timmeren, de kinderen die verwoede pogingen doen om appeltjes en rozijntjes te rijgen. Een voedersilo maken van een melkpak. Alle ingrediënten zijn aanwezig voor een geweldig leuke middag en als ik om kwart over 4 de deur achter me dichtrek ben ik weer heel veel ervaringen rijker, voel ik me tevreden en dankbaar. Zoveel mensen op 1 dag die bezig zijn met en in de natuur. … … dat is iets om heel blij van te worden.

En nu ga ik op de bank. Een bak erwtensoep en een visje verder! Het was een fijne dag.

Een groene toekomst begint altijd klein.

‘Een groene toekomst begint alles klein. Plant mij en ik groei uit tot iets groots’. Er staat een geel zakje voor mijn scherm met die boodschap, een co2 compensatiezakje. Het is klein, het wordt groot als je er goed mee omgaat. Maar is dat niet met alles zo bedenk ik ineens nu de tekst op het zakje binnenkomt. Hiervoor had ik de tekst uit een mailtje doorgestuurd naar iemand anders, de tekst die ging over alarmerend en schrikbarend. Daar is dus niet goed voor gezorgd en dat alarm stuur ik door. Op zo’n moment schiet er echt van alles door mijn hoofd. De onwetendheid over heel veel dingen staat ten grondslag aan het mislukken of het vernietigen van iets wat klein begint.

We gaan het bos in en op zoek naar paddenstoelen. ‘Wat zijn paddenstoelen, hoe groeien ze’. Vingers gaan omhoog en het verhaal met de antwoorden wat volgt laat alleen nog maar meer vragen stromen. Het is goed, maak ze bekend met de materie. Hoe zit het paddenstoelen, waar je moet letten. ‘Mag ik ook een paddenstoel plukken’, natuurlijk komt die vraag en het antwoord is ‘ja, het mag’. Maar natuurlijk niet alle paddenstoelen want er zijn nog meer mensen in het bos die ook van paddenstoelen willen genieten. We gaan op pad.

Het is mijn onwetendheid als gids, ik weet niet wat voor ‘vlees’ ik in de kuip heb en kan het ook niet in 5 minuten voor aanvang bepalen hoe de mensen in de groep zich gaan gedragen. We gaan op pad en ik probeer hier en daar een gesprekje. Ik zie de gids die te vaak alleen loopt, al aan het begin van de excursie. Kinderen dwarrelen om hem heen, komen aan met paddenstoelen en de gids legt uit. Wat het is, waar je dat aan zien kunt, ruiken, proeven, bekijken. Determineren op locatie. Kinderen vinden het prachtig en stoppen de paddenstoel keurig in het eierdoosje wat ze mee hebben genomen. Moeders, oma’s en de oppas op een afstandje. Bij kinderactiviteiten zijn het toch vaak vrouwen die meegaan. Een enkele keer een papa en dit keer ook een opa. Eigenlijk ziet de groep er ontspannen uit en ik loop een beetje uit de richting.

Ineens is er alarm. Er zit een wespennest in de grond en de zoektocht naar paddenstoelen die overal dwars doorheen gaat heeft ervoor gezorgd dat de wespen als dolle stieren door het bos vliegen en iedereen die ze in de vlucht tegenkomen prikken. Maakt niet uit waar. Als dat alarm afgaat dan zie ik de groep nog verder uitwaaieren en omdat mijn aandacht uitgaat naar diegene die gestoken zijn door de wespen ben ik dus niet meer bezig met de groep maar met een huilend kind en een bezorgde oma. Ik geef door aan de mensen die in mijn buurt staan dat ik met hen meega naar de parkeerplaats en daarna terug kom.

Onderweg naar de parkeerplaats probeer ik de paniek enigszins te verminderen. Neemt niet weg dat de oma met haar kleinkind even langs de huisarts gaat. Kleinzoon is zo verdrietig, zo bang geworden. Dat is toch zo jammer, het schiet door mij heen, ‘durft hij straks nog wel naar het bos’.

Als ik terugloop naar de groep probeer ik contact te maken met de eigenaar van het bos, wat gaan we doen aan het wespennest in de grond zodat dit niet nog een keertje gebeurt. Geen gehoor, het is herfstvakantie. Overleg met mijn collega dan maar, we spreken af dat we proberen met een kaart en afzetlint de plek aan te geven en dat er niet nog meer mensen gestoken gaan worden.

In de verte zie ik de groep, totaal uitgewaaierd, totaal geen samenhang meer. Ik zie de gids niet maar ik zie wel andere bezoekers in het bos, die lopen niet mijn richting op maar de andere kant uit. Als ik bij de groep ben zie ik tot mijn grote schrik een enorme tonderzwam in het mandje van de rollator liggen. En ik zeg daar iets van. Want die tonderzwam hoort aan de boom en niet in het mandje. Het is juist die grote tonderzwam waar je iedereen stil mee krijgt. De kinderen en de volwassenen. Maar nu niet meer. In de mand beland bij een mevrouw met een rollator. Hoe is het mogelijk. Als commentaar krijg ik ‘tja, we kunnen hem wel laten liggen maar dan neemt iemand anders hem mee, dus nemen wij hem mee’. ‘Maar je slaat toch geen tonderzwam van een boom’, zeg ik nog.
Helpt ook niks meer, het is gebeurd. Iets wat ik niet snap is gebeurd. En wat ik nog erger vind, het is een opa die dit gedaan heeft. Het is anders dan als een kind het doet. Ook niet goed, nooit goed. Met een stok een grote tonderzwam van de boom af slaan. Er zijn toch mensen die dit hebben gezien? Ik krijg geen gehoor. Er is niet eens gevraagd of het mag, het is gedaan. En gedane zaken nemen geen keer. Ook deze middag niet. De lol is eraf bij mij. Zoiets verzin je niet.
Dan moet ik denken aan het kleine wat groot wordt als je er goed voor zorgt. Ik voel me best verantwoordelijk voor deze excursie maar het kleine wat groot werd daar is nu niet goed voor gezorgd. Ik vind het vreselijk.

De route vervolgd en ondanks dat mijn lol eraf is en ik steeds moet kijken naar de grote zwam in het mandje, blijven de kinderen enthousiast. De moeders ook hoor, zij genieten omdat de kinderen genieten. We lopen terug naar de parkeerplaats en nemen afscheid. Ook van de tonderzwam die in de achterbak van de auto belandt. Ik maak er nog een opmerking over en dan laat ik het los.

Denk ik.

Maar ik laat het niet los, het zit me dwars. Dit had ik kunnen voorkomen als ik iemand anders met de mevrouw het haar huilende kleinkind naar de parkeerplaats had teruggebracht. ‘Ja, en wie dan Grietje’. Weer zoiets. De gids heeft het niet gemerkt en blijkbaar vond de rest van de groep het wel prima. Ik weet het gewoon niet maar het zit me dwars.

Als er dan op de maandag ook nog een mail komt van de eigenaar van het bos over een groep vandalen die het bos leeg aan het roven was en een grote mond had gegeven toen andere bezoekers er iets van zeiden….. toen heb ik de telefoon maar eens gepakt om uit te leggen wat dat voor groep vandalen was.

Een opa met zijn vrouw en 2 kleinkinderen. Wel heb ik ooit…

Het is klein en wordt groot als je er goed mee omgaat. De opa is een groot detail vergeten. Je bent een voorbeeld!

En ik heb een harde les gehad. Want als er iets is wat ik niet wil is dat mensen met zoiets moois zo lelijk omgaan.

Bosanemoon en holwortel

Thijsse’s hof, doe mij een plezier en neem me mee naar deze tuin. Hier waart de geest van Thijsse door het groen. Al heel lang weet ik van J.P.Thijsse en pas vorig jaar ben ik voor het eerst in de tuin geweest van deze man. Inmiddels allang overleden en zijn nalatenschap wordt streng bewaard door de vrienden en donateurs.

Het pad wordt omzoomt door allerlei stinsenplanten, de geur van daslook vult de lucht, een paartje meerkoeten is druk met het nest en elkaar. De zon schijnt over de grote hoeveelheden holwortel en bosanemoon. De natuur ontwaakt, de kikkers zoeken de waterkant en dan komen de wolken binnen drijven en trekt de wind aan.

DSC07588

En in het heideveldje bloeit de stekelbrem..

Tot de volgende keer.

op zekere hoogte…

Ik sta op een wiebeltrappetje en zie op het dak een prachtige korstmos waar mijn ogen niet vanaf kunnen blijven. Je ziet het niet als je op de grond staat, misschien ook wel, maar het was mij niet opgevallen. Nu sta ik er met de neus bovenop en ik probeer met de handschoenen aan in mijn jaszak te grabbelen om op die manier de telefoon te pakken te krijgen. Een foto maken is het enige wat ik kan bedenken. Dit wil ik vangen met de camera. Ondertussen denk ik aan Bernhard de Vries die al die prachtige kleine wondertjes uit de natuur vastlegt met pen en potlood. Bernhard kan helemaal vol vuur vertellen over de kleinste zwammetjes en hij weet meteen ook alle namen feilloos aan ons mee te geven. Zo staande op het wiebelige trappetje denk ik daar aan. Op het moment dat ik de telefoon eindelijk uit mijn jaszak heb gefrunnikt gaat die over. Even weer terug naar de aarde. Alhoewel ook niet helemaal, ik hou me even vast aan de dakrand.

hc april

Dochter belt. ‘Wat ben je aan het doen?’ Niks meer dan een vraag die ze altijd zal stellen. Dan weet ze of ik tijd heb voor een gesprek. Ik vertel haar dat ik op een wiebeltrappetje sta en dat ik net een foto wilde maken van een wondertje uit de natuur. Ze schiet in de lach, ‘ Waarom sta jij op een wiebeltrappetje?’ Dan bedenk ik dat het natuurlijk ook wel raar overkomt. Uitleggen dan maar. Het is vandaag NLdoet bij ons Struunhuus en ik ben bezig de buitenboel op te poetsen. De emmer staat op de grond, de handschoenen zitten aan de handen, de trap moet ik steeds verzetten en je kunt heel goed zien waar ik ben gebleven, het Struunhuus is vies geworden in de winter. Dat ben ik dus aan het doen. Ik kijk eens om me heen als dochter begint te praten. Ik hoor gegiebel van twee lieve meisjes die, met te grote handschoenen aan, proberen met een schep zand in een kar te scheppen. Er valt meer zand naast de kar dan in de kar en dat is op de een of andere manier hilarisch. Als ik me omdraai zie ik een viertal mannen druk met het planten van meidoorn en esdoornhaag. Een samenwerking tussen personeel van Domesta en inwoners van het AZC in Hoogeveen. Samenwerken zoals samenwerken bedoeld is. Aan de taal wordt gewerkt en er wordt vooral veel gesproken over de thuissituatie. Ook het vuil op het houtwerk van het Struunhuus leverde al wat herinneringen op bij deze mannen. Over hun thuis in Allepo, hoe het daar vuil werd van alle auto’s die er rijden, of misschien moet ik wel schrijven ‘reden’ want dat het land in oorlog nog die welvaart geeft is maar de vraag. Het land is kapot, de mensen vluchten niet voor niets. Auto’s zijn ‘very cheap’ en ‘fuel’ ook. Het is anders dan in Nederland. Ze vertellen over hun gezinnen, hun hoop op een toekomst. Ze hebben lol aan het werken in de natuur. Dochter vertelt en vraagt en ik geef de antwoorden. Kijkend naar de mooie kleuren op het dak en luisterend naar alles om mij heen. De zanglijster die de hele middag aan het fluiten is, de koolmeesjes die de nestkastjes inspecteren.
‘Is het tijd voor koffie’, hoor ik ineens.
De emmer sop blijft even staan, de trap gaat aan de kant, handschoenen uit en lekker koffie drinken.
Samenwerken, wie heeft dat woord bedacht?
Het werkt namelijk heel goed!

Ontmaskeren

Vakantie en dagje thuis omdat de kleinkinderen gewoon lekker vrij zijn en een dagje naar Oma wel zien zitten. Dus ‘boe’ komen ze binnen en de stemming zit er gelijk goed in. Grootzoon heeft gelijk de Donald Duck te pakken en is voorlopig even zoet. Kleinzoon duikt op de bank met zijn knuffels en een spelletje op de iPad. Lekker rustig zo, ik maak eerst af waar ik mee bezig was. Dan is het al snel tijd voor koffie en de koek. Altijd het zelfde liedje, altijd goed. Ze vragen niet eens of ik iets anders in de trommel heb. Dus is het goed.
‘Wat gaan we doen vandaag?’
‘Wat wil jij doen’, is gelijk het antwoord met een vraag terug.
‘Dat wordt een makkie!’, denk ik opgewekt.
De kids losscheuren van hun bezigheid en doen waar oma zin in heeft.
Het is tenslotte lente in de tuin en bij de voordeur. De zon schijnt uitbundig, de lucht is uitermate blauw, de lente lacht ons toe.
‘We gaan strunen’, zeg ik.

Vervolgens duurt het nog wel even voor alle acties zijn uitgevoerd. Laarzen aan, laarzen mee, schoenen aan, schoenen…. ‘nou ja, ik neem de laarzen wel mee, doe de schoenen eerst maar aan.’ Dat is er gaande.

In de auto ben ik de chauffeur en gelijk de jury want ze gaan rappen.
De liefste liedjes komen voorbij. De vieste liedjes ook trouwens. Ik ben de jury. Best lastig wel, ik kan de koppies niet zien en ik hoor soms dingen waar ik een koppie bij wil zien.

We strunen langs paden, over gras, door modder. Koekeloeren in het water of er al beestjes wakker zijn en vinden een vervelling van de ringslang. Zij spelen een uur een spel waar ik niets van snap maar waar ze heel veel plezier mee hebben. Ik zit in de zon, op een stronk en zie de bijtjes om me heen zoemen. Zo in het het zonnetje wordt alles wakker en krijg ik slaap. De omgekeerde wereld maar wel lekker zo met de neus in de zon.

Dan komen ze bij mij zitten. Grootzoon heeft zijn capuchon ver over de oren en ik vraag heb waarom hij die nog steeds op heeft terwijl het van dat heerlijke weer is. ‘Dan zien ze mijn haar, dan gaan ze mij ontmaskeren’, lacht hij mij toe.
‘Vind je mij ook gek oma?’
‘Nee, jij bent grootzoon en jij doet het graag anders dan de rest’.

‘Hou vast, denk ik….. hou dat vast en laat je niet ontmaskeren. Leef je eigen leven en bedenk de dingen die leuk voor je zijn. Aanpassen kan altijd nog, laat je niet ontmaskeren.’

IMG_7403

Vervolgens vergeet hij zijn capuchon weer op te zetten, daar komt hij aan het einde van de dag wel achter!

File op 7 januari

De woorden en beelden tuimelen over elkaar heen. IJzelvrij en Straatschaatsen, beelden van glimmende wegen, auto’s op de kant in de berm, oudere mensen die binnen moeten blijven, melk dat in de mestput terecht komt omdat de tank niet geleegd kan worden. De greep van Koning Winter is compleet. Koning Winter is even helemaal de baas. En dat alleen in het Noorden en Noord-Oosten van het land, of iets meer naar het midden. Wat wij hier mee maken is best bizar. De verschillen zijn groot. Het is bijna net zoiets als een grote hoeveelheid regen die wegen onbegaanbaar maakt en kelders vol laat lopen. Het is een zootje. Alleen heb ik het idee dat bij het weer waar Koning Winter ons mee bezig houdt net iets minder impact heeft als een ondergelopen huis. Want dat is pas echt niet grappig. Vallen is ook niet grappig, helemaal niet als de ondergrond zo hard is. Lopen als een pinguïn is het advies en werkelijk dat is nog iets om eerst thuis te oefenen. Nee, dat straatschaatsen is in, overal duiken filmpjes op van mensen, kinderen die aan het schaatsen zijn op straat.
Kleinzoon ook. Ik krijg een foto van een lachende kleinzoon en eentje van een lachende gevallen kleinzoon.

IMG_5848

Dat gaat goed, die souplesse van het vallen die ben ik kwijt denk ik gelijk, vorig jaar is dat er niet beter op geworden en met gladheid was ik al geen held. Ik laat me niet zien buiten! Ik kom tot het matje bij de voordeur, zie de postbode langzaam de stoep afglijden als hij het pakje heeft bezorgd. ‘Held’, zeg ik. ‘Ze sturen ons gewoon op pad’, zegt hij.

De souplesse in het lijf zal ik dan kwijt zijn ik kan toch wel genieten van het winterse weer. Maar dan van achter een raam!   Ineens regent het haast warm water en is alle overlast gelijk verleden tijd. Ik doe de boodschappen en kom in de file te staan bij de kassa zoals je die alleen kent voor Kerst!

Weet je hoe het klinkt?

Als het nog licht is vertrek ik met een groep enthousiaste kinderen en volwassenen. Nee, ik vertrek niet direct. De meeste mensen zijn voor het eerst bij het bezoekerscentrum en dan is zo leuk om bij de maquette te starten. Daar kan ik direct uitleggen waar we staan, waar we gaan lopen en hoe groot de heide is. Op de maquette kan ik de schaapskooien aanwijzen en de radiotelescoop aan de andere kant van het Dwingelderveld. Zo gaat het plaatje straks leven als we in het veld zijn. Maar goed, we gaan een wildwandeling doen. Dus wil ik altijd eerst weten wat kinderen weten van de omgeving. Wat voor dieren leven hier, wat voor dieren kunnen we gaan zien. Normaal zoek ik wat materiaal bij elkaar om het verhaal ook te versterken met iets in de hand. Het is toch prachtig om een gewei van een hert in de hand te hebben en daarnaast een gewei van een ree. Dat verschil zien is al geweldig. Helaas is vorige week alles al ingepakt voor de op handen zijnde verbouwing van het bezoekerscentrum. Ik neem ze mee naar buiten, vertel over de wilde bijen, krijg bijval door een jongetje die meer weet dan de gemiddelde jongen die mee op stap is. ‘Ik hou van de natuur’ en hij raakt niet uitgepraat. We lopen onze wandeling, zoeken sporen, vinden stenen, een mini rugstreeppad, sporen van de das, schaap en ganzen. Of ‘wat zijn dat voor sporen, die staan niet op de kaart’. Poepjes, van welk dier is dat dan? We zien en horen honderden ganzen en als ik vraag waar de ganzen naar toe gaan dan gaan ze naar het zuiden. Dan wordt het helemaal gezellig want waar is het zuiden? (de ganzen vliegen naar het oosten namelijk) Uiteindelijk roept iedereen maar wat. Tot ‘waar gaat de zon onder’. Dat kunnen we zien, de lucht kleurt prachtig bij de ondergaande zon. Het Westen. De ganzen vliegen naar het oosten, gaan lekker slapen op een van de vele vennetjes, dicht bij elkaar. En morgenochtend vliegen ze weer naar het westen, want in de omliggende weilanden is nog genoeg te eten. ‘Dus het verhaal dat bij koud weer de ganzen naar het westen vliegen gaat niet op?’ Tja, en zo leg ik nog wel veel meer uit. Hoe zit dat, waarom zo. Er zijn de hele tijd door veel vragen en de groep blijft bij elkaar. We leren van elkaar. Neefjes, nichtjes, alle leeftijden, een fijne sfeer en wat zien we veel. ‘Hoe gaan we wild zien’, wil ik halverwege weleens weten. Uiteindelijk bedenken ze wel dat we stil moeten zijn. En zelfs dat lukt. Tot we paddenstoelen ontdekken en een mestkever vinden. Dan lopen we terug, langs de kale plekken waar de bijenkasten hebben gestaan, de vliegenzwam die de hele week al gezocht werd is nu ook ontdekt en zo blijft de natuur ons verbazen. Een klein handje kruipt in mijn hand en als ik voorstel dat we ons even gaan verstoppen zijn ze gelijk voor. De rest komt een beetje achteraan en die zullen wij wel even laten schrikken! ‘Waar zijn ze nu’. ‘Boe’, ik speel een spelletje mee. Dan is de groep weer compleet en lopen we met elkaar terug naar de parkeerplaats.
Als gids bedank ik de groep. ‘Weet je wat, zei ik, ik vind jullie een fantastische groep, ik heb genoten.’ ‘Weet je wat, zei er iemand, ik vind je een geweldige gids, je hebt het zo leuk gedaan.’ En dan klinkt er een hard applaus…. dat heb ik nog nooit meegemaakt….

IMG_3487

Weet je hoe een applaus klinkt in het donker op het Dwingelderveld… ik hoor het namelijk nog.

‘Dag oma van Noël’, zegt er een mooi mannetje (die dus bij mijn kleinzoon in de klas zit). Ik kijk verrast. Hij en zijn zus en mama hadden de hele tijd al verzonnen dat ze dit aan het einde van de wandeling zouden zeggen. ‘Wij hebben genoten!’

En daar doe ik het voor. Want dan geniet ik ook!

Dag 7 Synchroonkijken .. from were I stand

Die opdracht. Waar ik sta. Vanuit waar ik sta.. of gewoon mijn omgeving vanuit waar ik sta. Gisteren had ik al mijn rode crocs meegenomen met de rode opdracht. Vandaag maar niet meer de voeten, schoenen, grond. Vandaag hield ik af en toe de adem in. 4 Jonge merels in de tuin waarvan 2 als echte waaghalzen over de schutting fladderden en 2 anderen nog schichtig rondkeken vanonder het dakje van het insectenhotel. Ook een vogelhotel inmiddels.
Als ze me zouden kunnen verstaan dan hadden ze wel gesnapt dat ze maar beter in dat nestje kunnen blijven zitten…. wel zo veilig.

IMG_6238

Ze luisteren niet, ze volgen hun instinct en dat is ‘erop uit!’

Dat deed ik vanmiddag ook, als gids voor een vriendengroep uit Leiden. Een mooie verdeling in leeftijd, kinderen en volwassenen en niet bekend met het gebied. Heerlijk om dan te gidsen, er is immers zoveel te vertellen en te laten zien. Het was een feestje in het ven… en in het veld.

IMG_0025

Een geniet dag!

yeah sneeuw

Ik kan best chagrijnig worden van weer. Van dat donkere sombere weer, regen die eindeloos tegen de ramen klettert of mist. Ik wil het weer niet de baas laten zijn over mijn gemoed maar soms is het zo. Dan vraag ik me ineens af of mijn bril misschien een maatje zwaarder moet want ik kan de letters niet meer lezen. Dan doe ik lampen aan die anders overdag niet branden, dan ben ik uit mijn ‘hum’. Ik lach het ook zo weer weg, stom weer. Je kunt er toch niks aan doen dus vooruit met de geit, de lamp aan, muziekje erbij en als het nodig is poets ik de bril ook nog even op.

Dan zit ik op twitter een foto voorbij komen.
Sneeuw.
Dan kijk ik naar buiten en denk ‘laat dat dan daar maar blijven, ik wil dit niet’.
Tot het zo donker in huis wordt dat ik de lampen allemaal aan doe en vecht tegen het ‘ik heb er zo geen zin in’ gevoel.
Tot het gaat sneeuwen.
Tot het blijft liggen.
Tot het weer lichter wordt.
Tot het smelt.

Ik kan best chagrijnig worden van weer.

14 - 14jan

Tot de zon weer gaat schijnen!

“yeah sneeuw” verder lezen