Het leven

Vanmorgen scheen de zon, was het heerlijk weer en werd ik uitgerust wakker. Als je wakker wordt en je voelt je fit dan heb je voldoende slaap gehad. Ben je niet fit? Ga dan rustig nog even slapen. Het is een gegeven! Een feit.
Ik voel me fit en doe de dingen die bij mijn leven horen. Ik schreef eerst ‘die bij het leven horen’, maar die vanzelfsprekendheid is niet normaal. Dat is een aanname die we in de rijke Westerse wereld gewoon bezigen. Alsof de hele wereld ’s morgens wakker word en denkt ‘ha, ik ga plassen, wassen, aankleden, ontbijten.’

Op heel veel plekken in de wereld is dat dus gewoon niet zo. Amnesty schreeuwt niet voor niets zo hard dat er op steeds meer plekken op onze aardbol mensenrechten worden geschonden.
Eigenlijk doet Groenlinks dat ook maar wie krijgt er dan een draai om de oren? Juist, het zelfde Groenlinks omdat ze opkomt voor mensen. En ik, ik stap uitgerust uit bed. Misschien is de halve wereld wel jaloers op mijn leven.

Een leven dat bijna een jaar geleden aan een zijden draadje hing. Als ik het verhaal van vorig jaar teruglees, als ik de verhalen bij elkaar optel over de hartoperaties en complicaties dan was het een zijden draadje. Ik had vertrouwen, blind vertrouwen. En ik heb alle geluk, in dit land met deze zorg, in dit land met alle kennis. Ik heb alle geluk van de wereld in mijn huidige leven. Als ze tegen mij zeggen ‘je hebt het verdiend’ dat denk ik ‘ik niet alleen, de hele wereld verdient het’. Dat is wat in de politiek ook speelt. Heel erg speelt. En de mensen die het moeten uitvoeren zijn mensen die gewoon mensen zijn zoals jij en ik. Ja, ze hebben geleerd om iets neer te zetten maar uiteindelijk gaan zij ook slapen omdat het lampje uitgaat en als ze wakker worden en niet uitgerust zijn gaan ze niet nog even rustig slapen maar gaan ze aan het werk. Mensen doen dat!

Vanmorgen schijnt de zon, de duiven zitten in de krentenboom, te glanzen in de zon. Merel, mus, spreeuw, allemaal zitten ze in de krentenboom. Koolmees pa en moe vliegen af en aan om het kroost te voeren. Een tweede legsel moet ervoor zorgen dat er nog wat jongen groot worden. Het is een gekakel in het nest naast het slaapkamerraam. Ik hou van die geluiden, de geluiden van de zomer. De vogels die mij ’s morgens bij het eerste licht toch wel wakker tetteren. ‘Vroege vogel, ik hou ervan maar slaap toch nog even verder.’

Ik heb vanmorgen mijn trouwjurk uit de kast gehaald. Het zal ongeveer deze tijd geweest zijn dat ik in mijn uppie op zoek ging naar de trouwjurk die ik wilde dragen op 8 juli 1977. Die trouwjurk is van alle tijden en ik pas hem nog. Hij ruikt naar 40 jaar kast maar hij past. Als ik sterf wil ik mijn trouwjurk dragen, dat besluit ik nu, dat schrijf ik hier. Dat is wat ik wil. Niet nu sterven maar als het zover is, dan wil ik mijn trouwjurk dragen. De jurk staat symbool voor leven in liefde. En nee, ik ben niet sentimenteel nu, ik ben blij en dankbaar. Want dat past bij mijn leven momenteel.

Dankbaar met mijn leven, mijn lief, mijn kinderen en kleinkinderen. Dankbaar dat we 13 jaar hebben kunnen genieten van onze trouwe viervoeter Twist. Iedereen vraagt er naar. ‘Hoe is het’. En ik kan alleen maar zeggen dat het stil is. Gewoon overal. Als er iets op de grond valt, als ik naar de keuken loop stapt Twist niet uit de mand achter mij aan, als ik de kamer in loop dan is daar niet meer de mand waar Twist in ligt te slapen. Iets wat hij de afgelopen maanden heel veel deed. Eindeloos slapen, diepe slaap. Of wakker en drentelen en piepen en drentelen en zijn draai niet kunnen vinden. Van binnen naar buiten en weer terug, liggen en weer drentelen. Piepen zodra er iemand de kamer verliet. Niet wetende dat diegene wel weer terug kwam. Kwispelen. Dat stuk over kwispelen, hij kwispelt. Niet de hele dag maar heel vaak. En dat doet pijn maar tegelijk weet ik dat het goed is. Hij heeft een mooi leven gehad en ik denk aan die mooie momenten die iedereen met hem had. Iedereen was blij met Twist. En iedereen heeft verdriet om Twist…… omdat hij kwispelt.

Het leven……..

“Als ik net in slaap ben gevallen, word ik de hele tijd wakker, en dat is waarom je moet huilen. Kwispel, kwispel, kwispel.

Ja, maar dat is niet van ons

De lastigste dagen, of moet ik zeggen de heerlijkste dagen. Voor beide valt iets te zeggen. Ik was met vakantie de afgelopen weken. Geen gedoe, omlummelen, strandwandelen, de neus achternafietsen. Heerlijk, niks mis mee. Af en toe had ik de handen vol zwerfafval, dat kan ik toch niet laten. Zwerfafval hoort niet in de natuur dus ik ruim het op. Bij een uitkijktoren zat een groep schooljeugd te breien met takjes uit de natuur. Wat de opdracht was en waarom, ik weet het niet. Het zag er leuk uit, tot het sein tot vertrek werd gegeven. Inmiddels stond ik halverwege de uitkijktoren en keek naar beneden naar de groep die vertrok. Op een van de boomstammen, waar ze kort daarvoor hadden zitten breien, lag nog een bol wol met breipennen van takken. Het zag er zo verloren uit. Ik riep ze na, ‘Jullie vergeten iets’. De reactie was, ‘Ja, maar dat is niet van ons’. Dat is een uitspraak die is zo typerend en geeft gelijk zoveel aan. ‘Ja, maar dat is niet van ons’.
Ik riep terug dat het misschien niet ‘van ons’ is maar dat het daar ook niet achter hoort te blijven, dus haal het maar op en geef het aan degene van wie het dan wel is. (dan klink ik streng en overduidelijk) Ze kwamen de bol wol halen en ik liep verder de trap omhoog. Als je uitzicht wilt zal je uitzicht krijgen en daar moet je wat voor doen. Ondertussen bleef ik maar nadenken over die uitspraak. ‘Ja, maar dat is niet van ons’. Een uitspraak die ik ook vaak hoor als ik weer een actie, om zwerfafval op te ruimen, organiseer. Als wij met elkaar nu eens tegen de oppermachtige verpakkingsindustrie zouden zeggen, ‘Ja, maar dat plastic is niet van ons, wij hoeven die dubbele verpakking niet’. Bij de Fair-Trade winkel kan het namelijk wel. Daar zit zo min mogelijk verpakking om de producten, het liefst van papier en anders van materiaal wat de afvalberg niet direct groter maakt. Een stukje raffia met een kaartje waar de prijs op staat. Het is een ‘goeie zaak’. Ik was dus met vakantie. En in de vakantie hoef je niet mee te doen met het 100-100-100 project. Je bent niet thuis toch. Nee, ik was niet thuis. Ik zat in een yurt en ook daar maak ik afval. Niet meer dan thuis, maar anders. Het afval scheiden was iets lastiger of juist iets simpeler. Glas apart, papier apart, restafval apart. Na een weekje zat de afvalzak vol met restafval. Terwijl ik thuis alles zou scheiden zat er nu aardig wat meer in de afvalzak. Ik merk dat het iets met me doet. Ik wil wel anders maar in een vakantie lukt dat dus niet zo goed. Toch, als het plastic eruit gehaald zou worden dan bleef wat rommel over plus de schillen van fruit en groente. Het is weer het plastic wat zorgt voor de berg. Stel dat we met elkaar tegen de verpakkingsindustrie zouden zeggen, ‘Ja, maar dat is niet van ons, wij hoeven al die verpakkingen niet, wij willen verpakkingen die de afvalberg en de plasticsoep niet groter maken!’ Eigenlijk willen we dat nu weleens! Het kan allang, er zijn genoeg alternatieven om de ‘verkeerde’ plastics om te ruilen voor de composteerbare, recyclebare alternatieven.


Een tijdje terug tijdens de een van de workshops het ‘Duurzaam Drenthe event’ heb ik zelf een ‘bioplastic’ gemaakt van aardappelzetmeel, azijn en glycerine. Als de glycerine nu ook nog zonder palmolie gemaakt wordt dan zijn we helemaal goed bezig. Met andere woorden, de kennis is er al, nu moet het dus nog gebeuren. En dan niet in van die kleine stapjes.
De opdracht die er nog stond toen ik vakantie terugkwam ‘Wat geef jij deze week een tweede leven’. Daar kom ik de volgende keer op terug.

Kijken hoe jij winkelt

Kan jij 100% afvalvrij leven? In Hoogeveen gaan 100 gezinnen in 100 dagen die uitdaging aan. Wij volgen Grietje Loof, één van de deelnemers van de 100-100-100 actie. In haar column deelt zij met ons de tussenstand.

Vorige week had ik een verslaggever van RTV Drenthe aan de telefoon. Het programma Roeg! over de natuur, wil meer aandacht geven aan duurzaamheid in de uitzendingen. “Nu zijn jullie in Hoogeveen begonnen aan het 100-100-100 project en ik wil vragen of we eens met je mee mogen als jij winkelt.” Ik schiet in de lach. “Lieve help,” zeg ik, “met me mee om te winkelen?”

Biologische groentetas
We maken een afspraak voor de donderdag. Dat komt goed uit want die dag haal ik ook mijn wekelijkse ‘biologische groentetas’ op. Een tas die vaak bepaalt of ik ook nog wat in de winkel moet halen. Deze week smulden we van verse spinazie en moest ik voor het recept: broodbloemen met spinazie en feta, alleen de feta nog halen.

Ik heb een week de tijd om te bedenken wat ik wil vertellen en wat ik wil laten zien natuurlijk. Sinds ik weet dat ons gezin mee gaat doen aan het project is er al heel veel over gesproken. Mijn man is er net zo druk mee als ik en vraagt zich ook bij alles af ‘waar hoort dit bij?’ Ik merk dat onze kinderen er niet direct in meegaan. We hebben onze jongste zoon nog thuis (hij is bezig met eigen huis en haard) en zijn vriendin komt regelmatig over de vloer, evenals de rest van de kinderen en kleinkinderen.

Ik heb er al eens over geschreven: vrouwen gaan er eerder in mee dan mannen. Het is bewezen. Mijn dochter en schoondochter willen wel meegaan op de reis naar minder afval. Mijn zonen zeuren. Ik kan er niets anders van maken. Misschien menen ze het niet zo. Daar kom ik nog wel achter.

Zelfgemaakte broodzakken
“Toch geeft dat nog te veel afval en besloot ik lapjes stof te halen om zelf broodzakken van te maken”
Maar dan, hoe winkel ik? Al een aardig tijdje haal ik ongesneden brood in papieren zakken. Toch geeft dat nog te veel afval en besloot ik lapjes stof te halen om zelf broodzakken van te maken. Al jaren doe ik groente en fruit in zelf meegenomen zakken, maar het kan dus nog beter. Het moet. Nu doorpakken en doen! Minder afval produceren hoeft niet moeilijk te zijn. Je moet nadenken en goed voorbereid gaan winkelen.

De opdracht van deze week was: ‘Maak een foto van jouw afval als je een warme maaltijd hebt gemaakt’. En voor de komende week zoeken we de tips om afval te voorkomen. Dat past heel goed bij mijn manier van winkelen. Op http://www.hoogeveen.100-100-100.nl/ is te volgen wat deelnemers allemaal tegenkomen op hun pad naar minder afval.

Inmiddels is de aflevering van Roeg! op tv geweest en is te zien hoe ik in huis zorg voor een kleinere afvalstroom. Kijk hier de aflevering terug.

Al die liedjes maken een jaar vol

Het is ieder jaar hetzelfde liedje, september, de R in de maand, de pepeRnoten in de winkel en tot aan 5 december is het dringen geblazen in de schappen. Kerstkoekjes en chocoladeletters naast elkaar. Ik laveer ertussen door en koop dit jaar geen enkele chocoladeletter. Voor het eerst. Niet vergeten maar bewust.

Dan is de Sint het land weer uit, de Pietendiscussie weer geluwd, de ingenomen stellingen weer afgebroken. Trump is gekozen, de politieke wereld schudt op de grondvesten, in Syrië wordt de boel systematisch aan flarden geschoten en als er iemand is die mij uit kan leggen waarom mensen elkaar dit aandoen dan houd ik me aanbevolen. Want ik snap het niet. Zoals ik wel meer niet snap. Dit is dus mijn stukje over ‘ik snap het niet’, merk ik nu. De Piet, Trump en oorlog. Om over de rare kronkels in de koppen van andere wereldleiders of gewoon in ons eigen land maar niet te spreken.

Ineens hangen de ballen in de boom. Alhoewel, bij mij nog steeds niet, ik heb alleen de slingers met lampjes opgehangen. Als je mij gaat vragen ‘waarom’, dan zal ik eerst de schouders ophalen en daarna zuchten en zeggen, ‘Waarom moeten er eigenlijk ballen in’.

Ik verwonder me meer en meer over de commerciële poespas in de maand december. Volgens mij kan iedereen het geld maar één keer uitgeven en niet vaker. Wat willen alle winkels met al die extra openingstijden bereiken? Echt, ik word er dwars van. Dat heb ik ook al jaren. Dwars van al dat decembergedoe. Dit stukje gaat dus over ‘hoe dwars kun je zijn’.

Het is ieder jaar hetzelfde liedje, kerstkaartje hier, kerstkaartje daar. Beste wensen via de post, instagram, facebook, twitter, mail en wat al niet meer. Als de eerste wens binnenkomt denk ik ‘oh ja, kerstkaarten, wat wil ik dit jaar’. Dan vergeet ik het weer want ook in december is er nog genoeg te doen. Puntjes op de i van het jaar 2016. We zien in januari wel verder. En ineens in het de laatste week voor kerst en heb ik al 1 kaart geschreven. Zelfs dat ging mis dit jaar. Mooie tekst, mooie foto en kaart laten maken. Komt de kaart binnen zonder tekst… dan ben ik ook weer klaar met de kerstkaartjes.

Het is niet ieder jaar hetzelfde liedje. Dit jaar was anders dan alle voorgaande. Dit jaar begon met inleveren. Niet bewust, maar onbewust paste ik mijn dagelijkse dingen aan. Niet bewust, maar onbewust deed ik stapjes terug. Alleen de mensen dichtbij maakten die stappen mee. Constateerden en spraken het zelfs uit. ‘Gaat het goed Grietje’. Die vraag is meermalen gesteld. En ja, ik ging goed. Ik ging niet hard, maar ik ging toch. En zo was er de zomer waarin ik niet vooruit te branden was. Alleen mijn hoofd hield niet op. Die zag overal de uitdaging in en zo bleef ik draaien. Tot het hart halt toeriep.

Het is echt niet ieder jaar hetzelfde liedje. Het liedje in 2016 ging over het hart. Niet de pijn voor de operatie. Het hoofd wat natuurlijk zei ‘ja, ik heb geen keus’. De hartoperatie was een feit. Geen ontkomen meer aan. Een operatie die uren duurde en daarna veel pijn gaf. Nu vier maand later kan ik zeggen dat het eindelijk wat rustiger wordt in mijn lijf. Ik ben er nog niet, ik ga vooruit en doe heel veel dingen. Ik lever niet meer in, ik pak weer terug wat ik ingeleverd heb. Heel langzaam ga ik naar 2017 toe en ik weet heel zeker, het is niet elk jaar een zelfde liedje.  Van moeder kreeg ik bezoekjes net zolang tot ik zelf weer bezoekjes kon brengen, van broer kreeg ik de chocoladeletter en een bij, van jullie allemaal kaarten, wensen, bloemen, bloemen, bloemen, liefde. Van de thoraxchirurg 5 omleidingen. Van zussen kreeg ik harten en heide en liefde en knuffels. Van onze kinderen de bezorgde blikken, een beker lekkere koffie, honderd en nog meer knuffels, van de kleinkinderen een spandoek bij het ziekenhuis, knuffels om mee te knuffelen, liefs en kusjes. Van lief de meeste zorg, de meeste liefde, de mooiste schouder om op de leunen, om uit te huilen en opnieuw te beginnen. Ik weet zeker dat niet elk jaar hetzelfde liedje wordt gezongen. Ik weet zeker dat er hoop is op beter. Dat de meeste mensen hun verstand niet verloren hebben. Dat er artsen zijn die beter maken. Dat al die sociale media elkaar kan verbinden en zelfs kan versterken. Laten we elkaar niet gek maken, maar liefhebben.

Geniet van december en kijk uit naar 2017

Fijne feestdagen allemaal…. liefde, gezondheid en vrede voor 2017

Hartendiefje

Klein mannetje grijpt de kastanje die op tafel ligt en zegt, ‘Oma, weet je. Als jij en opa naast elkaar gaan zitten dan leg je deze tussen jullie’.
Hij laat zien hoe het moet. De kastanje met de vorm van een hart zet zijn hartje in beweging. Hij ziet kansen om het hart nog harder te laten kloppen.

img_5224

‘Helpt het?’, wil ik weten.
Iedereen schiet in de lach maar klein mannetje niet. Die blijft in de rol van hartendiefje.
‘Dat weet ik niet, maar het is wel een hart!’

Hij is om op te eten dat kleine mannetje…

Waaknaald…

Ze staat ineens naast me, de zuster van de zaal. Wat spulletjes in de hand. ‘Ik kom het naaldje verwijderen’. Ik schrik er niet van, ik blijf voorzichtig denken dat het misschien toch gaat lukken dit keer. ‘U mag dinsdag naar huis als alles goed blijft gaan’.

Ik kijk naar mijn arm, weg waaknaaldje. Weer een stapje dichterbij het avontuur dat thuis verder zal gaan. Van de relatief veilige omgeving met alle hulp voor handen naar een eigen omgeving waar ik me veilig voel, maar waar de zorg op ons zelf terecht komt.

‘Komt goed’, zeg ik tegen mezelf. ‘Komt goed, schatje’, zeg ik tegen Gert. Ik denk te kunnen verzinnen wat hij ervan denkt. En later lees ik het ook wel want hij brengt al mijn vrienden via de digitale weg op de hoogte van het aanstaande ontslag in het ziekenhuis. Zijn zorg is mijn zorg en andersom maar ik weet heel zeker dat ze me niet laten gaan als het niet kan.

We liggen al een hele week met vier personen op zaal, twee jonge kerels, een wat oudere dame en ik. Allemaal op de zelfde dag geopereerd en samen aan het herstel begonnen met alle tranen en verhalen erbij. We willen elkaar nooit meer tegenkomen in het ziekenhuis en ook nooit vergeten. We maken een tijd mee die zo op de huid zit, die impact heeft voor langere tijd. We hebben het goed. Maken grapjes, zijn stil, vertellen onze gevoelens aan elkaar. Waarom we heerlijk de kop in het zand kunnen steken en waar we onzelf tegenkomen. We noemen elkaar bij naam terwijl we geen van allen aan elkaar zijn voorgesteld. Hennie mag ook naar huis. Ook vandaag.

Gisteravond had hij het gevoel dat hij de avond voor het schoolreisje stond. Dat zijn vrouw een bakje komkommer zou meenemen als de volgende dag aan zou breken. ‘Ik ben onrustig’. ‘Doe het niet, zei ik, straks ga je niet naar huis omdat het te onrustig is in je lijf.’ Zijn temperatuur ging omhoog.

Vanmorgen was het zover, ik tel de uren af. Vanaf vier uur ben ik wakker. Pijn in het lijf, geen wondpijn maar spierpijn. In de nek, de schouder, de arm. Ik lig niet lekker. Slaap niet lekker in het ziekenhuis. Maar ik ga naar huis, de waaknaald is weg, het enige wat er nog zit zijn hechtingen en blauwe plekken, overal.

Ik ga naar huis.

Ineens voel ik dat mijn hartslag weer onregelmatig wordt. ‘Dat gaat niet goed, waarom.’ Ik geef het door. Luisteren naar de hartslag, het bed wiebelt. Een hartfilmpje wordt gemaakt. Ik krijg pillen, eet het ontbijt, drink een kopje thee. Dan krijg ik weer een ‘waakkastje’ om. Plakkers met draden op mijn lijf. Alles willen ze registreren. ‘We gaan nog een echo maken van het hart om te kijken hoe het eruit ziet.’

‘Houdt er rekening mee dat je niet naar huis gaat’. Ik kreeg het te horen maar had me er al bij neergelegd. Misschien morgen…

Morgen, morgen gaan ze bespreken wat ze gaan doen. Ingrijpen of inregelen. Medicijnen of opereren. Morgen. Morgen is mijn thoraxchirurg degene die de doorslag gaat geven. Alle waarden zijn goed. Ik herstel. Ik ga naar huis, zonder waaknaaldje maar mischien krijg ik er eerst nog eentje terug. In het ziekenhuis in Zwolle.

Ze houden nu de wacht, zonder waaknaald.

Misschien..

‘Als alles zo blijft gaan dan zorgen we ervoor dat je vrijdag met de ambulance terug gaat naar uw eigen ziekenhuis’.

Ik denk er niet eens over na, waarom zou het niet goed gaan. Het is donderdag, de tweede dag na de operatie en op alle lichamelijke ongemakken na, spierpijn, dove linkerhand, dik en opgezet en donkerblauw linkerbeen, darmen die compleet van de leg zijn, een borstwond waar je u tegen zegt en ach zo kan ik nog wel even doorgaan. Aansterken, herstellen kan ik ook wel in Hoogeveen. Waarom zou het niet goed gaan. Ik voelde me sterk voor de operatie. Gezond ook, op dat grote hart na. Dat voelde zich ziek, zwak.

Nu, na de operatie moet dat echt wel beter gaan met het hart. Vijf omleidingen. De bypass-operatie zoals het heet, is gelukt en nu moet het beter gaan met het hart. Meer zuurstof, letterlijk meer lucht. Ik merk het nog niet zo, ik heb nog teveel last van allerlei lichamelijke ongemakken.

Eigenlijk kan ik het niet zo goed omschrijven, maar in de loop van de middag raak ik helemaal vol, het is net of het lijf zegt ‘zoek het maar uit, ik kap ermee’. Ik word moe….

De vrijdag maakt duidelijk dat misschien echt misschien is. IK ben te ziek om vervoerd te worden naar Hoogeveen. Ik ben te ziek.

Misschien kan ik volgende week naar Hoogeveen terug. Misschien.

Ik kan niet kiezen.

‘Mag ik me even voorstellen, ik ben Hans’. De sfeer zit er direct goed in. Hij heet Hans, ik heet Grietje en zo begint de reis naar Zwolle als in een sprookje. Het is echt geen sprookje. Helemaal niet zelfs. Liggend op de brancard in de ambulance zie ik Hoogeveen verdwijnen. ‘Tot straks’, denk ik, ‘of misschien ook niet’, denk ik erachteraan. Het kan alle kanten uit, alleen niet naar huis. Daarvoor is het te ernstig. Ik heb me er bij neergelegd. Wat moet dat moet en als het moet dan wil ik moed houden en niet constant denken ‘Was ik maar thuis’. Dan, ja dan word ik verdrietig. Ik mis mijn thuis, mijn dagelijkse dingen, mijn loopje in de tuin, mijn alles.

Ik zit bij Hans in de ambulance en Paul zit achter het stuur. Ik laat me rijden. Hans leest de papieren en stelt ondertussen de vragen. Wat willen ze toch onwijs veel van me weten. Elke dag opnieuw. Ik maak een foto als we om de hoek rijden. Mijn voeten worden heel warm onder de dubbele deken en ik wurm ze daaronder vandaan. De zon schijnt niet, het waait heel hard en Hans geeft antwoorden op mijn vragen. Hij heeft veel ervaring en geeft uitleg. Over het hart, reanimeren, protocollen en levenservaring. Hij geeft me meer informatie dan een cardioloog in de afgelopen jaren heeft gedaan. Die ziet alleen een hart. Hans ziet een Grietje, een vrouw, moeder, dochter, zus, vriendin van velen. Een blij en opgewekt mens met een probleem in de motor. Hij is dat halve uur mijn Hans. We nemen afscheid naast mijn nieuwe bed,

ik ga zitten, wacht af. Krijg weer vragen, een nieuw infuus waar ze 6 keer voor moeten prikken. De O.K. kleding ligt klaar. Ik ben een uur te vroeg in Zwolle dus ik wacht een uur langer. Ondertussen knoop ik wat gesprekken aan. Gaat er eentje compleet over de rooie. *stress. Er wordt iemand opgehaald voor de operatie. De koffie en thee gaat aan mijn neus voorbij en zo verstrijkt de tijd. Ineens is het 13:00 uur en komt de zuster aangerend. Ze hadden niet gebeld en ik ben direct aan de beurt. Snel uit de kleren en in de rare soepjurk met een sluiting in de nek die een striem in de hals trekt. We gaan de lange gangen door. Dan trekken ze een jas aan en iedereen draagt een netje op het hoofd. Ik ook. Hoera, ik word steeds mooier en samen lachen we erom. Dan schrikt er iemand wakker. ‘Oh, de oorbellen heeft u nog in’. ‘Waar zal ik die laten’, zeg ik. ‘Trek de muts maar wat verder over de oren’. En zo sjezen ze verder de gangen door. De bocht om en daar zetten ze me in een klein halletje. De overdracht is een feit.

‘Mag ik me even voorstellen, mijn naam is Hans’. ‘Grietje’, zeg ik.

En weer is het een Hans die vragen stelt, me op mijn gemak stelt. Uitlegt wat ze gaan doen en hoe. Dan wil hij weten wat ik doe. ‘Hij voelt een leuk personeelsuitje aankomen. Nee, liever geen blotevoetenpad, maar eten uit de natuur…’. Dat heeft wel zijn voorkeur. Ik krijg uitleg. Hans is aardig en stelt me helemaal op mijn gemak. De Italiaanse cardioloog komt binnen en stelt zich voor. Ik vraag het nog een keertje en geloof het dan wel. Hij zit verstopt achter jas, muts, mondkapje en ik versta hem nu al niet. Hij gaat zijn werk doen, katheteriseren maar met nog een extra onderzoek erbij. Ik droom weg, loop over de heide, de zon gaat onder, de heide kleurt. Dan loop ik in het bos, takken versperren mijn weg…

‘Mevrouw…, nu komt de vloeistof, luistert u mee naar de aanwijzingen, ik heb het uitgelegd, u kunt benauwd worden maar dat zakt ook snel weg’.

Ik krijg het op z’n zachts gezegd ‘Spaans benauwd’. Zo is het. Die mooie dagdroom in het bos werd ruw verstoord door het onderzoek. Hans meldt dat ik nog een zelfde onderzoek krijg, waarop de arts zegt dat het niet meer hoeft. Hij heeft voldoende informatie. Ineens is het voorbij. Alle toeters en bellen weer weg, drukverband om de arm, overstappen op mijn bed en terug naar de afdeling. Hans houdt niet langer de wacht. Tot hij aan mijn bed verschijnt en vertelt wat het onderzoek heeft uitgewezen. ‘Het is echt nodig dat er iets gaat gebeuren. En dan komt het verhaal. Een bypass-operatie voor Grietje.

Ik kijk Hans aan en zeg ‘Wat moet, dat moet’. Ze zijn beide aardig, Hans. Ze geven me moed. Het lijkt een sprookje, maar het is het niet. En als ik zou moeten kiezen, dan kies ik toch voor Gert. Maar vandaag had ik twee keer een Hans aan mijn bed. De tekenen zijn gunstig.

De boodschap kunnen ze niet leuker maken. Ik ook niet, ik wil nog graag een aantal feestjes vieren, genieten van het leven, de leukste dingen doen.

Volgende week, als alles goed gaat word ik volgende week dinsdag geopereerd. En ik voel al jullie steun om mij heen… Want daar kan ik niet zonder.

Even op de bank…

‘ik ga nog even op de bank’, zeg ik tegen lief. ‘Ik ga nog een poosje tv kijken. Soort van doelloos zonder missie strijk ik op de bank neer. De kleinkinderen liggen net in bed. Jongste heeft oma voorgelezen. In plaats van dat ik hem heb voorgelezen. Grootzoon wil nog eventje in de donald duck lezen als ik naar beneden ga. Ik kom mezelf tegen in de spiegel die in de gang hangt. Ik zie er moe uit. Eigenlijk ben ik niet moe, het oogt zo. Dan zeg ik dus dat ik nog even ga bankhangen. Het is onze laatste vakantiedag. Vier weken zijn weggevlogen en van alle dingen die we wilden doen hebben we maar een fractie gedaan. Ik kon steeds maar niet verzinnen wat we zouden doen en uiteindelijk deden we niets. Omlummelen zijn wij ook heel goed in.

De tv staat aan en ik zie niets. Ik voel de pijn opkomen zetten. Pijn op de borst, tussen de schouderbladen en in de kaken. Ik voel mijn armen. ‘Wil jij de dokterspost bellen, vraag ik aan lief, ik voel me niet in orde’.

Wat volgt is de film die ik nu al een paar keer heb meegemaakt en uiteindelijk word ik met de ambulance meegenomen naar het ziekenhuis en daar wordt duidelijk dat ik moet blijven. Ze gaan met medicatie proberen de boel tot rust te manen. Ik reageer er redelijk op en als de pijn toch nog terug komt word ik naar de medium care afdeling gebracht en de hele nacht is voorbij als in een film. Ik heb geen oog dichtgedaan en vraag me constant af wat ze nu voor mij kunnen betekenen. In 2009 en 2011 heb ik een zelfde soort traject gehad en konden ze me met dotteren en stents weer in de benen krijgen. Maar wat nu? Ze kunnen niet blijven dotteren. Ik krijg hoofdpijn, niet van het denken maar van de medicijnen die er voor moeten zorgen dat het hart rustig blijft en voldoende zuurstof krijgt.

Als ik het in 1 woord zou zeggen

Daar moest ik vanmorgen toen ik wakker werd aan denken. Lief pakte mijn hand en fluisterde ‘gefeliciteerd’. Over hoe het te zeggen in 1 woord. Gefeliciteerd slaat op 39 jaar getrouwd, dit jaar elkaar 41 jaar kennen en luisteren naar mensen die zeggen ‘de meeste halen het niet’.

Wat is het woord dat past bij een leven wat je zolang samen deelt zonder dat het pijn doet, zonder dat het knelt, dat je elkaar in de waarde laat, dat er ruimte is voor eigen ontwikkeling, ruimte voor een carrière. Dat je samen de schouders onder het gezin zet en samen de keuzes maakt. Maar ook alleen de keuzes kunt maken en je dan toch gesteund voelt.

Wat is het woord als ik het zou weten, wat is dat ene woord dat past bij 39 jaar getrouwd. Als je het uitrekent ben je langer samen dan alleen en langer samen dan ooit met je ouders. Wij hebben dat beide zo beleefd en nog. Soms zegt lief ‘je verdient een lintje dat je het volhoudt’. Maar wat is het dan.  Waarom wordt ‘de meeste halen het niet’ al snel geroepen als je zegt dat je de trouwdag viert. Dat je 39 jaar samen oploopt.

Dat moet wel liefde zijn.

#liefde: betekent diepe acceptatie van en genegenheid voor, welgezindheid tot of toewijding voor een ander of jezelf