Het schaap dat niet geschoren wilde worden

Sneeuwwit was het mooiste schaapje van de hele kudde. Zijn witte wol glansde nog helderder dan die van zijn makkertjes. Maar dat was dan ook het enige opvallende aan hem. ’s Morgens ging hij altijd gewillig mee naar de weide en’s avonds keerde hij gehoorzaam terug naar de stal.
Maar toen in de voorzomer de tijd van het schapenscheren aanbrak, was het opeens uit met die gehoorzaamheid. Terwijl alle andere schapen zich zoet lieten scheren, rukte Sneeuwwit zich telkens los als iemand het op zijn vacht had voorzien en rende weg. Nee, het wilde zijn witte wol niet weggeven, onder geen beding. Ten slotte had de herder er geen zin meer in achter dat kleine schaap aan te jagen. Hij besloot het erbij te laten en dacht: Laat Sneeuwwit zijn warme wintervacht maar houden. Dan merkt hij zelf wel hoe heet hij het in de zomer met zijn dikke vacht krijgt.
Nu liepen alle andere schapen kaalgeschoren in de weide rond en hun wol werd in grote bundels gepakt en op de wolmarkt verkocht. Maar Sneeuwwit torste nog steeds zijn warme vacht. Dat viel niet mee toen het zomer werd. Het schaapje kreeg last van de warmte en ging zo vaak mogelijk in de schaduw zitten om verkoeling te zoeken. De herder wilde Sneeuwwit van zijn vachtje afhelpen en de wol alsnog afscheren, maar liet schaap ontvluchtte hem nog steeds als hij met het scheermes in de buurt kwam. Ja, voor wie wilde hij zijn wol eigenlijk bewaren?
Ten slotte werd het winter en de nacht brak aan waarin Maria en Jozef in de schapestal overnachtten. De volgende dag was Sneeuwwit helemaal veranderd. Hij bleef steeds in de buurt van de herder en probeerde hem op alle mogelijke manieren duidelijk te maken dat hij nu geschoren wilde worden.
‘Dat kan toch niet’, zei de herder, ‘je hebt nu in de winter je wol zelf nodig.’ Sneeuwwit bleef aanhouden en toen dat niet hielp werd hij treurig en wilde hij niet meer eten. De herder probeerde het met vriendelijke woorden over te halen om toch iets te eten, maar dat was tevergeefs. ‘Nou, dan moet ik je je zin maar geven’, zuchtte hij ten slotte.
De herder nam het scheermes en begon het schaapje te scheren. Sneeuwwit bleef heel stil staan alsof het nooit van zijn leven had tegengestribbeld, tot zijn laatste pluk was afgeschoren. De herder zocht een oud jak en trok hem dat aan, zodat zijn schaap niet al te zeer van de kou te lijden zou hebben. Hij rolde de wol tot een bundel in elkaar en borg het pak op. Het zou nog bijna een half jaar duren tot de volgende wolmarkt werd gehouden.
Maar toen de tijd van de wolmarkt eindelijk aanbrak, had de herder de wol niet meer. Hij had de vacht zelf als geschenk meegebracht voor het Kerstkind, dat in de stal in Bethlehem was geboren. En eindelijk, eindelijk had hij begrepen voor wie Sneeuwwit zijn witte wol had bewaard.

Uit: Het Licht in de Lantaarn – Georg Dreissig

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *