Een groene toekomst begint altijd klein.

‘Een groene toekomst begint alles klein. Plant mij en ik groei uit tot iets groots’. Er staat een geel zakje voor mijn scherm met die boodschap, een co2 compensatiezakje. Het is klein, het wordt groot als je er goed mee omgaat. Maar is dat niet met alles zo bedenk ik ineens nu de tekst op het zakje binnenkomt. Hiervoor had ik de tekst uit een mailtje doorgestuurd naar iemand anders, de tekst die ging over alarmerend en schrikbarend. Daar is dus niet goed voor gezorgd en dat alarm stuur ik door. Op zo’n moment schiet er echt van alles door mijn hoofd. De onwetendheid over heel veel dingen staat ten grondslag aan het mislukken of het vernietigen van iets wat klein begint.

We gaan het bos in en op zoek naar paddenstoelen. ‘Wat zijn paddenstoelen, hoe groeien ze’. Vingers gaan omhoog en het verhaal met de antwoorden wat volgt laat alleen nog maar meer vragen stromen. Het is goed, maak ze bekend met de materie. Hoe zit het paddenstoelen, waar je moet letten. ‘Mag ik ook een paddenstoel plukken’, natuurlijk komt die vraag en het antwoord is ‘ja, het mag’. Maar natuurlijk niet alle paddenstoelen want er zijn nog meer mensen in het bos die ook van paddenstoelen willen genieten. We gaan op pad.

Het is mijn onwetendheid als gids, ik weet niet wat voor ‘vlees’ ik in de kuip heb en kan het ook niet in 5 minuten voor aanvang bepalen hoe de mensen in de groep zich gaan gedragen. We gaan op pad en ik probeer hier en daar een gesprekje. Ik zie de gids die te vaak alleen loopt, al aan het begin van de excursie. Kinderen dwarrelen om hem heen, komen aan met paddenstoelen en de gids legt uit. Wat het is, waar je dat aan zien kunt, ruiken, proeven, bekijken. Determineren op locatie. Kinderen vinden het prachtig en stoppen de paddenstoel keurig in het eierdoosje wat ze mee hebben genomen. Moeders, oma’s en de oppas op een afstandje. Bij kinderactiviteiten zijn het toch vaak vrouwen die meegaan. Een enkele keer een papa en dit keer ook een opa. Eigenlijk ziet de groep er ontspannen uit en ik loop een beetje uit de richting.

Ineens is er alarm. Er zit een wespennest in de grond en de zoektocht naar paddenstoelen die overal dwars doorheen gaat heeft ervoor gezorgd dat de wespen als dolle stieren door het bos vliegen en iedereen die ze in de vlucht tegenkomen prikken. Maakt niet uit waar. Als dat alarm afgaat dan zie ik de groep nog verder uitwaaieren en omdat mijn aandacht uitgaat naar diegene die gestoken zijn door de wespen ben ik dus niet meer bezig met de groep maar met een huilend kind en een bezorgde oma. Ik geef door aan de mensen die in mijn buurt staan dat ik met hen meega naar de parkeerplaats en daarna terug kom.

Onderweg naar de parkeerplaats probeer ik de paniek enigszins te verminderen. Neemt niet weg dat de oma met haar kleinkind even langs de huisarts gaat. Kleinzoon is zo verdrietig, zo bang geworden. Dat is toch zo jammer, het schiet door mij heen, ‘durft hij straks nog wel naar het bos’.

Als ik terugloop naar de groep probeer ik contact te maken met de eigenaar van het bos, wat gaan we doen aan het wespennest in de grond zodat dit niet nog een keertje gebeurt. Geen gehoor, het is herfstvakantie. Overleg met mijn collega dan maar, we spreken af dat we proberen met een kaart en afzetlint de plek aan te geven en dat er niet nog meer mensen gestoken gaan worden.

In de verte zie ik de groep, totaal uitgewaaierd, totaal geen samenhang meer. Ik zie de gids niet maar ik zie wel andere bezoekers in het bos, die lopen niet mijn richting op maar de andere kant uit. Als ik bij de groep ben zie ik tot mijn grote schrik een enorme tonderzwam in het mandje van de rollator liggen. En ik zeg daar iets van. Want die tonderzwam hoort aan de boom en niet in het mandje. Het is juist die grote tonderzwam waar je iedereen stil mee krijgt. De kinderen en de volwassenen. Maar nu niet meer. In de mand beland bij een mevrouw met een rollator. Hoe is het mogelijk. Als commentaar krijg ik ‘tja, we kunnen hem wel laten liggen maar dan neemt iemand anders hem mee, dus nemen wij hem mee’. ‘Maar je slaat toch geen tonderzwam van een boom’, zeg ik nog.
Helpt ook niks meer, het is gebeurd. Iets wat ik niet snap is gebeurd. En wat ik nog erger vind, het is een opa die dit gedaan heeft. Het is anders dan als een kind het doet. Ook niet goed, nooit goed. Met een stok een grote tonderzwam van de boom af slaan. Er zijn toch mensen die dit hebben gezien? Ik krijg geen gehoor. Er is niet eens gevraagd of het mag, het is gedaan. En gedane zaken nemen geen keer. Ook deze middag niet. De lol is eraf bij mij. Zoiets verzin je niet.
Dan moet ik denken aan het kleine wat groot wordt als je er goed voor zorgt. Ik voel me best verantwoordelijk voor deze excursie maar het kleine wat groot werd daar is nu niet goed voor gezorgd. Ik vind het vreselijk.

De route vervolgd en ondanks dat mijn lol eraf is en ik steeds moet kijken naar de grote zwam in het mandje, blijven de kinderen enthousiast. De moeders ook hoor, zij genieten omdat de kinderen genieten. We lopen terug naar de parkeerplaats en nemen afscheid. Ook van de tonderzwam die in de achterbak van de auto belandt. Ik maak er nog een opmerking over en dan laat ik het los.

Denk ik.

Maar ik laat het niet los, het zit me dwars. Dit had ik kunnen voorkomen als ik iemand anders met de mevrouw het haar huilende kleinkind naar de parkeerplaats had teruggebracht. ‘Ja, en wie dan Grietje’. Weer zoiets. De gids heeft het niet gemerkt en blijkbaar vond de rest van de groep het wel prima. Ik weet het gewoon niet maar het zit me dwars.

Als er dan op de maandag ook nog een mail komt van de eigenaar van het bos over een groep vandalen die het bos leeg aan het roven was en een grote mond had gegeven toen andere bezoekers er iets van zeiden….. toen heb ik de telefoon maar eens gepakt om uit te leggen wat dat voor groep vandalen was.

Een opa met zijn vrouw en 2 kleinkinderen. Wel heb ik ooit…

Het is klein en wordt groot als je er goed mee omgaat. De opa is een groot detail vergeten. Je bent een voorbeeld!

En ik heb een harde les gehad. Want als er iets is wat ik niet wil is dat mensen met zoiets moois zo lelijk omgaan.

Eén gedachte over “Een groene toekomst begint altijd klein.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *