Ja, maar dat is niet van ons

De lastigste dagen, of moet ik zeggen de heerlijkste dagen. Voor beide valt iets te zeggen. Ik was met vakantie de afgelopen weken. Geen gedoe, omlummelen, strandwandelen, de neus achternafietsen. Heerlijk, niks mis mee. Af en toe had ik de handen vol zwerfafval, dat kan ik toch niet laten. Zwerfafval hoort niet in de natuur dus ik ruim het op. Bij een uitkijktoren zat een groep schooljeugd te breien met takjes uit de natuur. Wat de opdracht was en waarom, ik weet het niet. Het zag er leuk uit, tot het sein tot vertrek werd gegeven. Inmiddels stond ik halverwege de uitkijktoren en keek naar beneden naar de groep die vertrok. Op een van de boomstammen, waar ze kort daarvoor hadden zitten breien, lag nog een bol wol met breipennen van takken. Het zag er zo verloren uit. Ik riep ze na, ‘Jullie vergeten iets’. De reactie was, ‘Ja, maar dat is niet van ons’. Dat is een uitspraak die is zo typerend en geeft gelijk zoveel aan. ‘Ja, maar dat is niet van ons’.
Ik riep terug dat het misschien niet ‘van ons’ is maar dat het daar ook niet achter hoort te blijven, dus haal het maar op en geef het aan degene van wie het dan wel is. (dan klink ik streng en overduidelijk) Ze kwamen de bol wol halen en ik liep verder de trap omhoog. Als je uitzicht wilt zal je uitzicht krijgen en daar moet je wat voor doen. Ondertussen bleef ik maar nadenken over die uitspraak. ‘Ja, maar dat is niet van ons’. Een uitspraak die ik ook vaak hoor als ik weer een actie, om zwerfafval op te ruimen, organiseer. Als wij met elkaar nu eens tegen de oppermachtige verpakkingsindustrie zouden zeggen, ‘Ja, maar dat plastic is niet van ons, wij hoeven die dubbele verpakking niet’. Bij de Fair-Trade winkel kan het namelijk wel. Daar zit zo min mogelijk verpakking om de producten, het liefst van papier en anders van materiaal wat de afvalberg niet direct groter maakt. Een stukje raffia met een kaartje waar de prijs op staat. Het is een ‘goeie zaak’. Ik was dus met vakantie. En in de vakantie hoef je niet mee te doen met het 100-100-100 project. Je bent niet thuis toch. Nee, ik was niet thuis. Ik zat in een yurt en ook daar maak ik afval. Niet meer dan thuis, maar anders. Het afval scheiden was iets lastiger of juist iets simpeler. Glas apart, papier apart, restafval apart. Na een weekje zat de afvalzak vol met restafval. Terwijl ik thuis alles zou scheiden zat er nu aardig wat meer in de afvalzak. Ik merk dat het iets met me doet. Ik wil wel anders maar in een vakantie lukt dat dus niet zo goed. Toch, als het plastic eruit gehaald zou worden dan bleef wat rommel over plus de schillen van fruit en groente. Het is weer het plastic wat zorgt voor de berg. Stel dat we met elkaar tegen de verpakkingsindustrie zouden zeggen, ‘Ja, maar dat is niet van ons, wij hoeven al die verpakkingen niet, wij willen verpakkingen die de afvalberg en de plasticsoep niet groter maken!’ Eigenlijk willen we dat nu weleens! Het kan allang, er zijn genoeg alternatieven om de ‘verkeerde’ plastics om te ruilen voor de composteerbare, recyclebare alternatieven.


Een tijdje terug tijdens de een van de workshops het ‘Duurzaam Drenthe event’ heb ik zelf een ‘bioplastic’ gemaakt van aardappelzetmeel, azijn en glycerine. Als de glycerine nu ook nog zonder palmolie gemaakt wordt dan zijn we helemaal goed bezig. Met andere woorden, de kennis is er al, nu moet het dus nog gebeuren. En dan niet in van die kleine stapjes.
De opdracht die er nog stond toen ik vakantie terugkwam ‘Wat geef jij deze week een tweede leven’. Daar kom ik de volgende keer op terug.

Duurzaam consumptiepatroon

Toen ik geboren werd en opgroeide op de boerderij aan de rand van een klein dorpje in Drenthe was er niemand die nadacht over een duurzaam consumptiepatroon. We waren op de boerderij redelijk zelfvoorzienend. Van wat ik mij herinner, de slagroom op het toetje kwam zo af en toe ook van de melk die de koeien produceerden. Dat afgeroomde melk minder geld in het laatje bracht had ik destijds niet door, dat kwam later pas. Vlees van het slachtvee, melk en eieren voor verkoop en eigen consumptie. Ingemaakte groenten voor de winter in de kelder. Brood, het werd wel zelf gebakken maar of dat altijd zo was weet ik weer niet. Als puber ging ik zelf op zoek naar spullen voor bijvoorbeeld persoonlijke verzorging, het pad vanaf de boerderij ging nu eenmaal verder. Alles stond in het teken van ontdekken. Roken was nog heel gewoon en van zwerfafval of plasticsoep lag nog niemand wakker. Alles kwam zoals het kwam en het werd allemaal als positief ontvangen. Ik groeide op en leefde mee in de welvaart van het land. Voor alles was een oplossing en was die er niet dan werd ter plekke eentje bedacht. De wereld verscheen aan mijn voeten en alles werd langzaamaan bereikbaar. Met de komst van de t.v kwam wereldnieuws dichterbij, met de komst van internet waren alle grenzen verdwenen zo leek het. Langzaam kwam het bij mij binnen, zo heel langzaam. ‘Gaat dit wel goed zo? En zo ja, hoe lang dan nog?’ Autoloze zondagen, roken waar een vloek op kwam te rusten, zwerfafval, gif in de lucht, water, bodem. Van die dingen die je niet kunt zien maar er wel zijn. En wil ik dat? Heeft ooit iemand aan mij gevraagd of ik dit wil? Langzaam, heel langzaam kwam het besef en inmiddels, al zoveel jaren verder, kan ik niet meer zeggen dat ik het niet wist. Zoals de president van Amerika momenteel doet. Ja, je kunt het wel ontkennen maar daardoor verdwijnt het niet. De wereld is aan het veranderen en ik verander mee. Bewuster leven, duurzamer. Soms voel ik me ineens schuldig naar de Aarde omdat ik iets koop wat eigenlijk niet meer kan. Omdat ik weet dat het misschien ook wel anders kan. Het is soms ook zo lastig om in dit rijke leven waarin we met sommige dingen zo zijn doorgeslagen weer een weg terug te vinden. Ik hou niet van het rigoreus ontspullen. Of van het minimaliseren. Ja, ik wil het wel, maar ik zie in zoveel dingen nog zoveel kansen en weg is weg. Ik moet daarin een weg vinden. Zoals ik ook probeer bij het boodschappen doen of in het huishouden. Niet denken dat ik alles al uitgevonden heb, ik leer iedere dag. Ik stel mezelf vaak de vraag ‘Hoe leef ik, hoe verantwoord ga ik om met de Aarde, wat geef ik door aan de volgende generatie. Ik kan niet meer doen alsof de consumptie- en wegwerpmaatschappij normaal is. Dat is het namelijk niet.

Gisteren bij de kaasboer had ik een prachtig moment. De kaasboer pakte de kaas die ik wilde in mijn meegebrachte bijenwasdoek en hij betaalde mij de doeken die ik twee weken geleden had gebracht om eens te kijken of het ook iets was om te verkopen aan de kraam. Nu was het van mij een soort van promotie geweest, kijk maar en als het lukt maken we een dealtje. Hij betaalde mij de doeken en vertelde dat ze het wel een heel goed idee vinden maar dat ze niet weten of de consument hierop zit te wachten. ‘Ik luister even mee, zei een mevrouw die stond te wachten, ik wil graag meer weten over de doeken. Waar koop ik die, hoe kom ik eraan.’ Ik leg het allemaal uit. En ik zeg dus tegen de kaasboer, ‘Er is zeker belangstelling voor, het bewijs hoor je hier.’  ‘Ja, het is zeker beter dan al dat plastic’, zei hij. ‘Hoe zijn we hier in vredesnaam toch in beland dat we denken dat alles in plastic moet.’

‘Ja, zegt een man die ook staat te wachten, hoe komen we erbij, hoe komen we aan al die verpakkingen. De verpakkingsindustrie is oppermachtig. We zijn er in gerommeld! We zijn ingepakt’.

Mijn duurzame consumptiepatroon kan nog heel wat beter maar ik doe mijn best!

Digitaal voedsel

Rode roosjes, korenbloemen en margrieten…

We zijn weer thuis, de wasmachine draait. Bijna 10 volle zonovergoten dagen weggeweest en nu weer thuis. Eerst met het hele gezin bij elkaar en daarna, toen iedereen weer aan het werk was of naar school ging was de tijd voor onszelf. Allereerst de stilte die haast pijn deed aan de oren. Ineens was er niets anders te horen dan de vogels. Niet eens het ruizen van de wind in de bomen, die wind was er nauwelijks. Op zo’n moment mis ik alle kinderen en realiseer ik me de enorme rijkdom die we hebben. Ik ben dankbaar voor alles.

‘Wat gaan we morgen doen’, is standaard de vraag die wel elkaar stellen aan het einde van de dag. En dan maken we een plan om er aan de einde van de volgende dag achter te komen dat het niet werkt. We maken van iedere planning om ergens naar toe te gaan helemaal niks. Willen we naar Ecomare, stranden we op een heel mooi duinpad en dwalen zo weer een paar uur rond. Willen we naar de markt in Den Burg… is die al op maandag geweest. Willen we naar de Slufter, stranden we bij de vrijwillige vogelwachters in de Geul om even later met de voeten door het water van de zee op het verste puntje van de Hors te lopen. We zien vlak voor onze neus een bruine kiekendief een fazantengezinnetje belagen. Alarm, maar prachtig om te zien. Of we staan ineens tussen de orchideeën, middenin het duingebied of zomaar mooie fietspaadjes. We slingeren door het landschap en ik zal maar niet vertellen hoe vaak ik heb geroepen dat ik verliefd ben op de bermen. Veel te vaak waarschijnlijk. De bedwelmende geur van duizenden duinroosjes, het prachtige geel van de moerasandijvie, klaprozen, korenbloemen, margrieten…

’40 Jaar geleden had ik die in mijn haar’, zei ik tegen mijn lief. ‘Weet je het nog?’

 

 

Lekker bezig!

‘Druk, ja druk. Jij hebt het druk, toch?’
‘Zullen we afspreken dat ik lekker bezig ben’

Vooral dat, ik ben lekker bezig. Met 100 en nog meer dingen. Het ene is nog niet af of het andere is al begonnen.
Zo was ik pas ‘iets’ aan het maken voor een tweeling. Otto en Gijs. Twee boefies eerst klas die een cadeautje krijgen. En ik mocht het maken. Dat ik dat mocht maken komt niet uit de lucht vallen natuurlijk. Met mijn ‘grote mond’ zeg ik ‘oh, leuk, dat wil ik wel maken’.
Waarvan akte!!

Ik krijg een tekening en kleurenschema en ga aan het prutsen. Ik kan het ook echt niet anders noemen want er staat niets vast. Dus ik kan toepassen wat ik wil. Het moet wel ‘Gijs en Otto proof’ worden, die twee zijn nogal van de ‘kan het kapot, dan gaat het kapot!’

Een oude spijkerbroek wordt opgeofferd, en Gijs wordt onder mijn handen gevormd. Daarna Otto en dan Mik. Mik is onderdeel uit het leven van de tweeling. Mik wordt geboren. Eindelijk is er eentje af. Maar….. het is een tweeling.

Ik begin aan de tweede. Meestal krijg ik dan het gevoel dat het lopende band werk is, dus ik doe het anders. Ik doe het andersom. Dan is het geen lopende band werk en ik houd er zin in. Mik ernaast, naam erbij. Rits erin. Op de post! Klaar.

Ondertussen, tussen Gijs en Otto door kwamen Nick en Noël regelmatig over de vloer. ‘Wat wordt dat oma?’

‘Een etui’.
‘Ik wil ook wel een etui’.
‘Ik ook’, zei de ander.
‘Maak maar een tekening’, zei ik. ‘Een tekening die jij op je etui wilt hebben’.
Dus maakten ze een tekening. En kreeg ik er een kleurenschema bij.

Zaterdag 6 mei kwam grootzoon eens even informeren, ‘hoe is het met mijn etui, is die al af?’

‘Heeft iemand een idee waar je toverballen kunt kopen?

Waar in huis ontstaat jouw afval?

De vierde week staat in het teken van ‘waar in huis ontstaat jouw afval?’ Dat is heel simpel: in de keuken. Daar komt alles samen en wordt het gelijk doorgesluisd naar de plekken waar het in opslag gaat. Oud papier in de bijkeuken, plastic direct in de container buiten, glas en spul voor de milieustraat in de schuur, groenafval in de compostbak en het restafval in de afvalbak.

En die afvalbak, die is veel te groot voor de driehonderd gram restafval die de afgelopen twee weken is verzameld. In de container buiten ligt ook een bodempje afval van het opruimen en klussen in huis. Beetje schilderen en schoonmaken en hier en daar wat vervangen. Dat geeft dus net iets meer afval. En nog altijd houden wij ons bezig met de vraag: waar hoort dit bij?

Afval verminderen tijdens de boodschappen
Wanneer ik bij de bakker sta, ontstaan er een mooie disucussies over de broodzakken die ik zelf meeneem. En bij de kaasboer kijken ze niet meer vreemd op van de bijenwasdoek die ik aanbied om de kaas in te verpakken, of van de bakjes (die lekker stapelen in de kast) die uit mijn tas komen voor noten en andere etenswaren. Het werkt goed.

“Hoe gaat het, lukt het een beetje?” Ik word aangesproken als ik op de fiets wil stappen na de boodschappen. “Ik zag je op tv en ben wel benieuwd hoe het nu gaat.” Een gesprek is zo gemaakt en helemaal als er nog iemand aankomt lopen die ook van het project weet. Dat het niet best is met afval, daar zijn we het over eens.

Gewoontes veranderen
Niet alleen tijdens het boodschappen heb ik de nodige aanpassingen gedaan, ook in huis moest ik mijn gewoontes veranderen. In de keuken gebruikte ik lange tijd plastic- en aluminiumfolie om dingen in te verpakken of mee af te dekken. Ook daar moest ik over nadenken. Afval minderen dat is kritisch zijn en goed nadenken. Hoe het anders kan? Er zijn siliconendeksels in alles kleuren en maten. Ze sluiten luchtdicht af, kunnen in de oven en zijn superhandig. Dit alles scheelt ook weer in de afvalstroom.

Zoals we nu bezig zijn, zo willen we leven. Bijna zonder afval, het voelt heel goed. We hebben nu drie afvalbakken in huis. Ik weet nu al dat wanneer de afvalbak in de keuken kapot gaat, hij niet meer vervangen wordt.

De volgende opdracht
Ik blijf erbij: wat je niet mee naar huis neemt, hoef je ook niet weg te gooien. De klant kiest, de ondernemer gaat mee in die keuze. Ik kijk dan ook uit naar de volgende opdracht: Welke winkelier werkt al goed mee om afval te voorkomen.

Planeet…. bij ons ben je veilig

Vandaag in de Hoogeveense Courant: Ten noorden van het natuurgebied de Oude Kene zijn grasland en maïsstoppelland doodgespoten’, lees ik. Ik herinner mij de noodkreet uit de krant van 28 maart. ‘Alarm over water: ‘Maak Drentse landbouw duurzaam’. Landbouw in Drenthe is hekkensluiter in Nederland als het over verduurzaming gaat. Het oppervlaktewater bevat 74 verschillende bestrijdingsmiddelen en de helft ervan is zeer gevaarlijk. Smilde, Oosterhesselen, Erica, Bargercompascum, Hoogeveen en Klazienaveen staan bovenaan in de lijst als het gaat over het belasten van het oppervlaktewater. Ik las dat stuk met afgrijzen, ik zie de akkers en weilanden van groen ineens naar geel en oranje veranderen. Op Facebook komen nog meer alarmerende berichten voorbij en ik zie de foto’s.
Als boerendochter komen bij mij toch heel wat andere dingen omhoog als ik het over ‘het land bewerken heb’. Als klein meidje slingerde ik mijn eigen paadjes door het hoge gras, nooit een teek opgelopen, maar wel duizenden paardenbloemen, pinksterbloemen en boterbloemen geplukt. Blikken vol bloemen in mijn eigen bloemenwinkeltje uit het weiland voor het huis. Bermen vol fluitenkruid en madeliefjes. In die tijd was het gras groen en pas geel als het hooi gedroogd was. Ten noorden van het natuurgebied de Oude Kene zijn grasland en maïsstoppelland doodgespoten. Er is dus geen kans voor weidevogels om te overleven maar ook niet voor andere vogels en zelfs zoogdieren die afhankelijk zijn van bodemleven. Ik herinner mij de noodkreet uit de krant van 20 maart ‘Natuurmonumenten slaat alarm over weidevogel’. Alarm, alweer alarm. En weer gaat het over verduurzamen van de akkerbouw en de groene weides. Samen met een vriendin rijd ik door ons mooie landje, we stoppen de auto als we ineens een kievit ontwaren. Het geluid van de kievit, de grutto, de veldleeuwerik, het geel van de paardenbloem, het Brusselse kant van het fluitenkruid, het liefelijke speenkruid. Als een kind zo blij worden we beiden van dit moois in de natuur en we praten erover. Wij willen er samen een beschermende deken overheen leggen. ‘Bij ons ben je veilig’. Maar niets is minder waar.
De das, otter, bever, vleermuis, grutto, kievit, bij, vlinder, ree en vos. Niet te noemen zoveel dieren en diertjes, vogels en insecten die het zwaar hebben in onze prachtige groene provincie. Daar waar de mens wil wandelen en recreëren organiseren we een vervuilde bodem, vervuilen we het oppervlaktewater en graven we ons eigen graf. Wie wil hier straks nog wonen? De kievit en grutto in ieder geval niet!
Het zal zo’n vaart niet lopen denk je misschien. Als je winkelt koop je niet de rotte appel maar het schone fruit. Waarom willen we dan wel drinken en eten van vervuilde bodem en verontreinigd water. Het kost ons als consument nu al veel geld, het wordt alleen maar duurder en de natuur verkeert in de alarmfase. Zover hebben we het laten komen. Tekst: Grietje Loof.

Foto: Hero Moorlag

Kijken hoe jij winkelt

Kan jij 100% afvalvrij leven? In Hoogeveen gaan 100 gezinnen in 100 dagen die uitdaging aan. Wij volgen Grietje Loof, één van de deelnemers van de 100-100-100 actie. In haar column deelt zij met ons de tussenstand.

Vorige week had ik een verslaggever van RTV Drenthe aan de telefoon. Het programma Roeg! over de natuur, wil meer aandacht geven aan duurzaamheid in de uitzendingen. “Nu zijn jullie in Hoogeveen begonnen aan het 100-100-100 project en ik wil vragen of we eens met je mee mogen als jij winkelt.” Ik schiet in de lach. “Lieve help,” zeg ik, “met me mee om te winkelen?”

Biologische groentetas
We maken een afspraak voor de donderdag. Dat komt goed uit want die dag haal ik ook mijn wekelijkse ‘biologische groentetas’ op. Een tas die vaak bepaalt of ik ook nog wat in de winkel moet halen. Deze week smulden we van verse spinazie en moest ik voor het recept: broodbloemen met spinazie en feta, alleen de feta nog halen.

Ik heb een week de tijd om te bedenken wat ik wil vertellen en wat ik wil laten zien natuurlijk. Sinds ik weet dat ons gezin mee gaat doen aan het project is er al heel veel over gesproken. Mijn man is er net zo druk mee als ik en vraagt zich ook bij alles af ‘waar hoort dit bij?’ Ik merk dat onze kinderen er niet direct in meegaan. We hebben onze jongste zoon nog thuis (hij is bezig met eigen huis en haard) en zijn vriendin komt regelmatig over de vloer, evenals de rest van de kinderen en kleinkinderen.

Ik heb er al eens over geschreven: vrouwen gaan er eerder in mee dan mannen. Het is bewezen. Mijn dochter en schoondochter willen wel meegaan op de reis naar minder afval. Mijn zonen zeuren. Ik kan er niets anders van maken. Misschien menen ze het niet zo. Daar kom ik nog wel achter.

Zelfgemaakte broodzakken
“Toch geeft dat nog te veel afval en besloot ik lapjes stof te halen om zelf broodzakken van te maken”
Maar dan, hoe winkel ik? Al een aardig tijdje haal ik ongesneden brood in papieren zakken. Toch geeft dat nog te veel afval en besloot ik lapjes stof te halen om zelf broodzakken van te maken. Al jaren doe ik groente en fruit in zelf meegenomen zakken, maar het kan dus nog beter. Het moet. Nu doorpakken en doen! Minder afval produceren hoeft niet moeilijk te zijn. Je moet nadenken en goed voorbereid gaan winkelen.

De opdracht van deze week was: ‘Maak een foto van jouw afval als je een warme maaltijd hebt gemaakt’. En voor de komende week zoeken we de tips om afval te voorkomen. Dat past heel goed bij mijn manier van winkelen. Op http://www.hoogeveen.100-100-100.nl/ is te volgen wat deelnemers allemaal tegenkomen op hun pad naar minder afval.

Inmiddels is de aflevering van Roeg! op tv geweest en is te zien hoe ik in huis zorg voor een kleinere afvalstroom. Kijk hier de aflevering terug.

130 kilo plastic

Of ik de Planeet wil helpen en dan specifiek de Planeet Luier! Nu is het al heel wat jaartjes geleden dat ik zelf de kinderen in de luiers had. Maar ik had ze wel. Jarenlang, ook de oppaskindjes die bij ons over de vloer kwamen zorgden voor een berg luiers. Moeders weer aan het werk en de kinderen in wegwerpluiers, daar begon het toch ergens. Die Planeet Luier. Een afvalberg die zijn weerga niet kent.

Wist je dat…..?
In Nederland jaarlijks bijna 300 miljoen wegwerpluiers worden gebruikt en weggegooid?
En dat luiers hiermee de nummer 1 zijn van de niet recyclebare producten?
Een wegwerpluier pas na circa 500 jaar helemaal is afgebroken?
Dat een groot deel van de kinderen circa 2,5 jaar lang, 24 /7 luiers draagt die vol zitten met chemicaliën waarvan een deel kankerverwekkend is?

Dat doet zeer als je zo met afval bezig bent zoals ik. Niet recyclebaar, niet recyclebaar. 500 jaar verder en de luier is afgebroken. Dat doet zeer.
Terwijl het ook heel anders kan, daar ben ik inmiddels wel achter. En Planeet Luier vraagt hulp.

Gemiddeld gebruiken Nederlandse kinderen vijf luiers per dag, dit zijn er 5.300 over de gehele luierperiode. De lengte van een weggegooide wegwerpluier is 10 cm. Per jaar wordt wereldwijd dus voor 50,1 miljoen kilometer aan luiers weggegooid.

Dat is het waarom Planeet Luier de hulp inroept. Ze benaderen mij omdat ik met afval bezig ben en daarover schrijf. Gewoon op persoonlijke titel op mijn eigen log. Iets wat ik al jaren doe. Overal over. Nu is afval een hot item. Of, nog beter, de grondstoffen zijn een hot item.

Grondstoffen waar Planeet Luier iets mee wil doen!

Om wegwerpluiers te maken voor een baby wordt per jaar:
220 kg CO2 uitgestoten
Meer dan 136 kg aan hout gekapt
en gebruik gemaakt van:
22 kilo ruwe olie
9 kilo chloride
130 kilo plastic
200 tot 400 kilo houtpulp

Dit doet nog meer pijn. Als je de getallen en grondstoffen hardop voorleest dan wil ik wegkruipen. Ik doe daar toch niet meer aan mee. Ik wil het niet horen. Ja, ja, ik heb er wel aan meegedaan maar dat was voor het gemak.

Voor het wereldwijde jaarverbruik zijn:
3,6 miljoen bomen gekapt
43,4 duizend vaten olie nodig
13,4 miljoen vaten chloride nodig
Het duurt 6 generaties voor 1 luier volledig is afgebroken (circa 500 jaar). Naar verwachting zijn de luiers die je vandaag gebruikt in 2517 afgebroken

Planeet Luier schreeuwt het van de daken.

Jouw baby draagt bijna drie jaar lang 24/7 een luier. De meeste wegwerpluiers zijn chemische producten die vol zitten met onnatuurlijke producten om je baby droog te houden. Giftige materialen die worden gebruikt:
Polypropyleen / Polyethyleen
Dioxines
Chloor
Synthetische lijm
Inkt
Kleurstoffen
Geurstoffen
Ftalaten
Superabsorberend polymeer (SAP)

Potverdikkeme…. daar waar je het beste mee voor hebt, het liefst alle boze dingen ver van houdt, daar wat je kostbaarste bezit is. Daar waar je alle liefde mee wilt delen. Dit zet je in giftige materialen. Want je weet het niet.
Nee, je wist het niet.
Ik wist het niet
Maar nu weet je het wel.
En ik weet het nu ook!

Jouw baby…. op Planeet Luier! Doe er wat mee.

Kijk eens bij de Mazzelkontjes!