Lekker bezig!

‘Druk, ja druk. Jij hebt het druk, toch?’
‘Zullen we afspreken dat ik lekker bezig ben’

Vooral dat, ik ben lekker bezig. Met 100 en nog meer dingen. Het ene is nog niet af of het andere is al begonnen.
Zo was ik pas ‘iets’ aan het maken voor een tweeling. Otto en Gijs. Twee boefies eerst klas die een cadeautje krijgen. En ik mocht het maken. Dat ik dat mocht maken komt niet uit de lucht vallen natuurlijk. Met mijn ‘grote mond’ zeg ik ‘oh, leuk, dat wil ik wel maken’.
Waarvan akte!!

Ik krijg een tekening en kleurenschema en ga aan het prutsen. Ik kan het ook echt niet anders noemen want er staat niets vast. Dus ik kan toepassen wat ik wil. Het moet wel ‘Gijs en Otto proof’ worden, die twee zijn nogal van de ‘kan het kapot, dan gaat het kapot!’

Een oude spijkerbroek wordt opgeofferd, en Gijs wordt onder mijn handen gevormd. Daarna Otto en dan Mik. Mik is onderdeel uit het leven van de tweeling. Mik wordt geboren. Eindelijk is er eentje af. Maar….. het is een tweeling.

Ik begin aan de tweede. Meestal krijg ik dan het gevoel dat het lopende band werk is, dus ik doe het anders. Ik doe het andersom. Dan is het geen lopende band werk en ik houd er zin in. Mik ernaast, naam erbij. Rits erin. Op de post! Klaar.

Ondertussen, tussen Gijs en Otto door kwamen Nick en Noël regelmatig over de vloer. ‘Wat wordt dat oma?’

‘Een etui’.
‘Ik wil ook wel een etui’.
‘Ik ook’, zei de ander.
‘Maak maar een tekening’, zei ik. ‘Een tekening die jij op je etui wilt hebben’.
Dus maakten ze een tekening. En kreeg ik er een kleurenschema bij.

Zaterdag 6 mei kwam grootzoon eens even informeren, ‘hoe is het met mijn etui, is die al af?’

‘Heeft iemand een idee waar je toverballen kunt kopen?

Waar in huis ontstaat jouw afval?

De vierde week staat in het teken van ‘waar in huis ontstaat jouw afval?’ Dat is heel simpel: in de keuken. Daar komt alles samen en wordt het gelijk doorgesluisd naar de plekken waar het in opslag gaat. Oud papier in de bijkeuken, plastic direct in de container buiten, glas en spul voor de milieustraat in de schuur, groenafval in de compostbak en het restafval in de afvalbak.

En die afvalbak, die is veel te groot voor de driehonderd gram restafval die de afgelopen twee weken is verzameld. In de container buiten ligt ook een bodempje afval van het opruimen en klussen in huis. Beetje schilderen en schoonmaken en hier en daar wat vervangen. Dat geeft dus net iets meer afval. En nog altijd houden wij ons bezig met de vraag: waar hoort dit bij?

Afval verminderen tijdens de boodschappen
Wanneer ik bij de bakker sta, ontstaan er een mooie disucussies over de broodzakken die ik zelf meeneem. En bij de kaasboer kijken ze niet meer vreemd op van de bijenwasdoek die ik aanbied om de kaas in te verpakken, of van de bakjes (die lekker stapelen in de kast) die uit mijn tas komen voor noten en andere etenswaren. Het werkt goed.

“Hoe gaat het, lukt het een beetje?” Ik word aangesproken als ik op de fiets wil stappen na de boodschappen. “Ik zag je op tv en ben wel benieuwd hoe het nu gaat.” Een gesprek is zo gemaakt en helemaal als er nog iemand aankomt lopen die ook van het project weet. Dat het niet best is met afval, daar zijn we het over eens.

Gewoontes veranderen
Niet alleen tijdens het boodschappen heb ik de nodige aanpassingen gedaan, ook in huis moest ik mijn gewoontes veranderen. In de keuken gebruikte ik lange tijd plastic- en aluminiumfolie om dingen in te verpakken of mee af te dekken. Ook daar moest ik over nadenken. Afval minderen dat is kritisch zijn en goed nadenken. Hoe het anders kan? Er zijn siliconendeksels in alles kleuren en maten. Ze sluiten luchtdicht af, kunnen in de oven en zijn superhandig. Dit alles scheelt ook weer in de afvalstroom.

Zoals we nu bezig zijn, zo willen we leven. Bijna zonder afval, het voelt heel goed. We hebben nu drie afvalbakken in huis. Ik weet nu al dat wanneer de afvalbak in de keuken kapot gaat, hij niet meer vervangen wordt.

De volgende opdracht
Ik blijf erbij: wat je niet mee naar huis neemt, hoef je ook niet weg te gooien. De klant kiest, de ondernemer gaat mee in die keuze. Ik kijk dan ook uit naar de volgende opdracht: Welke winkelier werkt al goed mee om afval te voorkomen.

Planeet…. bij ons ben je veilig

Vandaag in de Hoogeveense Courant: Ten noorden van het natuurgebied de Oude Kene zijn grasland en maïsstoppelland doodgespoten’, lees ik. Ik herinner mij de noodkreet uit de krant van 28 maart. ‘Alarm over water: ‘Maak Drentse landbouw duurzaam’. Landbouw in Drenthe is hekkensluiter in Nederland als het over verduurzaming gaat. Het oppervlaktewater bevat 74 verschillende bestrijdingsmiddelen en de helft ervan is zeer gevaarlijk. Smilde, Oosterhesselen, Erica, Bargercompascum, Hoogeveen en Klazienaveen staan bovenaan in de lijst als het gaat over het belasten van het oppervlaktewater. Ik las dat stuk met afgrijzen, ik zie de akkers en weilanden van groen ineens naar geel en oranje veranderen. Op Facebook komen nog meer alarmerende berichten voorbij en ik zie de foto’s.
Als boerendochter komen bij mij toch heel wat andere dingen omhoog als ik het over ‘het land bewerken heb’. Als klein meidje slingerde ik mijn eigen paadjes door het hoge gras, nooit een teek opgelopen, maar wel duizenden paardenbloemen, pinksterbloemen en boterbloemen geplukt. Blikken vol bloemen in mijn eigen bloemenwinkeltje uit het weiland voor het huis. Bermen vol fluitenkruid en madeliefjes. In die tijd was het gras groen en pas geel als het hooi gedroogd was. Ten noorden van het natuurgebied de Oude Kene zijn grasland en maïsstoppelland doodgespoten. Er is dus geen kans voor weidevogels om te overleven maar ook niet voor andere vogels en zelfs zoogdieren die afhankelijk zijn van bodemleven. Ik herinner mij de noodkreet uit de krant van 20 maart ‘Natuurmonumenten slaat alarm over weidevogel’. Alarm, alweer alarm. En weer gaat het over verduurzamen van de akkerbouw en de groene weides. Samen met een vriendin rijd ik door ons mooie landje, we stoppen de auto als we ineens een kievit ontwaren. Het geluid van de kievit, de grutto, de veldleeuwerik, het geel van de paardenbloem, het Brusselse kant van het fluitenkruid, het liefelijke speenkruid. Als een kind zo blij worden we beiden van dit moois in de natuur en we praten erover. Wij willen er samen een beschermende deken overheen leggen. ‘Bij ons ben je veilig’. Maar niets is minder waar.
De das, otter, bever, vleermuis, grutto, kievit, bij, vlinder, ree en vos. Niet te noemen zoveel dieren en diertjes, vogels en insecten die het zwaar hebben in onze prachtige groene provincie. Daar waar de mens wil wandelen en recreëren organiseren we een vervuilde bodem, vervuilen we het oppervlaktewater en graven we ons eigen graf. Wie wil hier straks nog wonen? De kievit en grutto in ieder geval niet!
Het zal zo’n vaart niet lopen denk je misschien. Als je winkelt koop je niet de rotte appel maar het schone fruit. Waarom willen we dan wel drinken en eten van vervuilde bodem en verontreinigd water. Het kost ons als consument nu al veel geld, het wordt alleen maar duurder en de natuur verkeert in de alarmfase. Zover hebben we het laten komen. Tekst: Grietje Loof.

Foto: Hero Moorlag

Kijken hoe jij winkelt

Kan jij 100% afvalvrij leven? In Hoogeveen gaan 100 gezinnen in 100 dagen die uitdaging aan. Wij volgen Grietje Loof, één van de deelnemers van de 100-100-100 actie. In haar column deelt zij met ons de tussenstand.

Vorige week had ik een verslaggever van RTV Drenthe aan de telefoon. Het programma Roeg! over de natuur, wil meer aandacht geven aan duurzaamheid in de uitzendingen. “Nu zijn jullie in Hoogeveen begonnen aan het 100-100-100 project en ik wil vragen of we eens met je mee mogen als jij winkelt.” Ik schiet in de lach. “Lieve help,” zeg ik, “met me mee om te winkelen?”

Biologische groentetas
We maken een afspraak voor de donderdag. Dat komt goed uit want die dag haal ik ook mijn wekelijkse ‘biologische groentetas’ op. Een tas die vaak bepaalt of ik ook nog wat in de winkel moet halen. Deze week smulden we van verse spinazie en moest ik voor het recept: broodbloemen met spinazie en feta, alleen de feta nog halen.

Ik heb een week de tijd om te bedenken wat ik wil vertellen en wat ik wil laten zien natuurlijk. Sinds ik weet dat ons gezin mee gaat doen aan het project is er al heel veel over gesproken. Mijn man is er net zo druk mee als ik en vraagt zich ook bij alles af ‘waar hoort dit bij?’ Ik merk dat onze kinderen er niet direct in meegaan. We hebben onze jongste zoon nog thuis (hij is bezig met eigen huis en haard) en zijn vriendin komt regelmatig over de vloer, evenals de rest van de kinderen en kleinkinderen.

Ik heb er al eens over geschreven: vrouwen gaan er eerder in mee dan mannen. Het is bewezen. Mijn dochter en schoondochter willen wel meegaan op de reis naar minder afval. Mijn zonen zeuren. Ik kan er niets anders van maken. Misschien menen ze het niet zo. Daar kom ik nog wel achter.

Zelfgemaakte broodzakken
“Toch geeft dat nog te veel afval en besloot ik lapjes stof te halen om zelf broodzakken van te maken”
Maar dan, hoe winkel ik? Al een aardig tijdje haal ik ongesneden brood in papieren zakken. Toch geeft dat nog te veel afval en besloot ik lapjes stof te halen om zelf broodzakken van te maken. Al jaren doe ik groente en fruit in zelf meegenomen zakken, maar het kan dus nog beter. Het moet. Nu doorpakken en doen! Minder afval produceren hoeft niet moeilijk te zijn. Je moet nadenken en goed voorbereid gaan winkelen.

De opdracht van deze week was: ‘Maak een foto van jouw afval als je een warme maaltijd hebt gemaakt’. En voor de komende week zoeken we de tips om afval te voorkomen. Dat past heel goed bij mijn manier van winkelen. Op http://www.hoogeveen.100-100-100.nl/ is te volgen wat deelnemers allemaal tegenkomen op hun pad naar minder afval.

Inmiddels is de aflevering van Roeg! op tv geweest en is te zien hoe ik in huis zorg voor een kleinere afvalstroom. Kijk hier de aflevering terug.

100-100-100 project

De afgelopen 2 weken stonden hier in huis in het teken van ‘minder afval’. Al weken daarvoor stond het in het teken van afval maar dan nog zonder opdrachten en zonder ‘verplichtingen’. Maar sinds 3 april is het menens en ik schrijf in die week een eerste stukje voor Drenthe in Transitie en dat zal ik de komende weken blijven doen. In de eerste week werd er gebeld door rtvDrenthe met de vraag of ze me mogen volgen als ik winkel. Ik schrik niet snel van vragen, nu ook niet, ik vind het wel een uitdaging. Want hoe winkel ik eigenlijk. Ik denk er niet echt over na. Wekelijks doe ik boodschappen, grootgrutter zaken bij de AH, de biologische groente en fruittas wordt op de donderdag bezorgd bij de kinderboerderij 4 kilometer verderop, de markt is er op donderdag en zaterdag en de hoofdstraat om de hoek met verschillende bakkers. Hoe winkel ik. Ik haal bij de AH dus van alles wat het leven aangenaam maakt en let heel erg op de verpakking. Mijn eigen zakjes voor losse broodjes en de netjes voor fruit. Als ik het daar al haal tenminste. In de afgelopen weken zie ik dat ik minder spullen haal bij de AH en meer op de markt. Dat zijn van die dingen die in het systeem zaten en door allerlei bezigheden op de zaterdag of donderdag weer uit het systeem zijn verdwenen. Dan is het gemakkelijk om alles op 1 plek te halen en niet meer tijd kwijt te zijn aan winkelen. Systemen waar ik dus in werk. Drukke tijden, tijden van ziek zijn en herstellen. Het bepaalt wel hoe ik winkel. Maar nu komen ze dus filmen en praten en ik ga er weer van leren. Want die uitdaging is het wel. Wat is mijn verhaal, wat wil vertellen en hoe winkel ik.
Dus met de broodzak naar de winkel, de lege bakjes voor nootjes in de tas, de bijenwasdoek om de kaas in te pakken. De biologische groentetas op de donderdag. Wat ontbreekt er nog aan mijn geluk tijdens deze tocht naar producten waar ik mijn eigen verpakking voor gebruik. Ik haal flessen voor melk. Ik ga op zoek naar de boer waar ik melk kan tappen en ineens, via Twitter, heb ik een adresje. Nu nog een afspraak maken en dan krijg ik een rondleiding in het bedrijf en wat nog leuker is, ik haal de melk vers van de boer. Dat gaat heel wat pakken schelen want sinds begin dit jaar heb ik mijn ‘eigen’ kefir handeltje in de keuken. Elke dag verse kefirdrank of zoals ik het zelf het lekkerste vind hangop van kefir, dan gaat er heel wat melk doorheen.
Maar hoe winkel ik nu:
Brood in eigengemaakte broodzakken. Blijft tot 2 weken goed in de vriezer (dat redden we hier nooit) en ik heb geen afval
Kaas in de bijenwasdoek. Die bijenwasdoek kun je gemakkelijk schoonmaken met lauw water, desnoods een sopje van afwasmiddel maar echt nodig is dat niet. Als je er een beetje zuinig mee omgaat blijft de doek 10 maand goed, daarna kieper je dit in de compostbak en het composteert helemaal.
Bijenwasdoek is een prima vervanging voor aluminiumfolie.
Bakjes voor nootjes en andere lekkere dingetjes zoals pesto’s en kruidenkaas.
Netjes en tassen voor fruit en groente en als het een beetje vochtige groente is dan neem ik een ecologisch afvalzakje mee. Dit composteert binnen 14 dagen als het op de composthoop terecht komt. En onderzoek heeft uitgewezen dat dit echt zo is. Er blijft niets van over.

Wat ik ook aangeschaft heb is een luchtdichte deksel en ik ben nu al verslaafd aan dat ding. Er zullen dus wel meer volgen want anders greep ik altijd naar de huishoudfolie en dat wil ik niet meer. Die deksels zijn handig voor bewaren en voor het bakken en koken. Op de website van Emily Jane Low ‘Leven zonder afval’ is van alles te vinden wat het leven aangenaam maakt en waarmee je afval voorkomt.
Vanavond ga ik voor het eerst het restafval wegen want morgen wordt het gehaald door de afvalwagen. Maar nu weet ik al dat de container niet aan de weg staat want er zit bijna niks in. En dat heeft toch echt te maken met nadenken over de grondstoffen. ‘Waar hoort dit bij’, het is de kreet die hier in huis al een aantal weken de boventoon voert. En dat is bewustwording.

Waar moet dit in?

‘Waar moet dit in’. De vraag die al wekenlang bijna dagelijks wordt gesteld. Dan kijken ze naar mij alsof ik alles weet. Maar ik weet ook niet alles dus zoek ik eens wat ik ermee kan. Zo bereiden wij ons voor op het 100-100-100 project. Ineens is het 2 april. Ik kijk nogmaals op de website , nee, nog niks gewijzigd. Je kunt nog meedoen. Ik hoop dat zich na de infoavond toch nog een aantal mensen hebben aangemeld.
En dan is het 3 april. Als ik wakker word heb ik echt het idee dat er iets te gebeuren staat. Nu gaan we los. Maar met wat? En hoe?
Het is maandag, morgenochtend vroeg staat de restafvalcontainer aan de straat. Met een bodempje ‘rommel’. Er wordt namelijk geklust en waar geklust wordt daar vallen spaanders. Althans, in dit geval wel. Er moet een stuk kozijn vervangen worden en wat doe je dan met hout waar verf op zit en wat ook echt nergens meer voor gebruikt kan worden. Het is vergaan. Het is dus verdwenen in de grijze container. Een bodem. Ik leg er in de loop van de ochtend nog een klein zakje restafval bovenop. Restafval, materiaal wat echt nergens anders bij hoort. Als ik het zo bekijk heeft het bijna allemaal met persoonlijke verzorging te maken, pleister, lege strips van medicijnen. Ik zal het eens nauwlettend in de gaten houden en ik ga kijken wat er nog beter kan. Ik heb wel gemerkt dat ook ik nog te gemakkelijk iets weggooi, zonder er echt over na te denken. Dat moet anders!
De eerste opdracht van het project; “tel de verpakkingen die je vandaag opent”. Daar was ik snel klaar mee aan het einde van de dag. Het was er slechts 1.

En voor het geval je denkt ‘ach, het valt wel mee’…
Nou nee, het valt niet mee!

Geluk

8 Maanden geleden liep ik in de tuin met een voegenborstel, de zomer groeit altijd harder dan het hoofd bedenkt. Ik had bedacht dat het nu wel tijd was om er iets aan te doen. Daar stond ik, voegenborstel in de hand, de borstel moest het werk doen. Tenminste, daar ging ik vanuit. Toch moest ik flink aan de slag en telkens na een paar minuten gaf ik het op. Ik moest weer op adem komen. Het was een warme dag, maar ook niet extreem warm zoals het in juli kan zijn, het was wel benauwd buiten. Misschien dat dat het was waardoor ik adem tekort kwam. Ik borstelde weer een stukje en liep weer naar binnen…

Gistermiddag schoot die pijnlijke ervaring weer door mijn hoofd. In mijn hand een voegenborstel, de winter groeit altijd harder dan het hoofd bedenkt. Ik had bedacht dat het nu wel tijd was om er iets aan te doen. Daar stond ik gisteren, voegenborstel in de hand, de borstel moest het werk doen. Tenminste daar ging ik vanuit. Toch moest ik zelf ook flink aan de slag. En na een uurtje buffelen had ik een klein hoekje klaar en zag het er al een stuk beter uit. Alles mag in de tuin maar wat een zithoekje is moet een zithoekje blijven en niet vergroenen. Hoe graag ik de bloemetjes en bijtjes ook zie. Ik realiseerde me ineens dat ik vorig jaar juli abrupt gestopt ben met mijn werkzaamheden in de tuin en dat er daarna niet veel meer is gedaan dan dat ik aanwijzigingen gaf waar het een en ander even moest weggeknipt of opgeruimd.

Ik kan het weer zelf. Zonder problemen. Borstelen, vegen, harken, dingen verplaatsen.. ik kan het weer zelf. Alles, ik kan alles.

Ik ben meer dan dankbaar. Het schoot gistermiddag ineens door mijn hoofd, die zomer, die herfst, die winter…. die heeft voorjaar gemaakt in mijn lijf.

En ook de rest leeft in voorjaar. Kleinzoon die blokjes vult, moeder die koeken bakt, koolmees die nestjes bouwt, bij… zoekt bloem

Op de voorgrond

Met op de achtergrond Marianne Thieme, die een verhaal houdt over de schippers van de Kameleon. Ontgroenen, Bleker, nooit meer Bleker, monotone raaigrasvelden. Rijd je door Nederland dan zien we overal die groene biljartlakens waar geen bloempje bloeit, geen koe loopt, waar mega grote machines de mest de grond in pompen en daarmee ook nog de bodem zo verstoren dat er echt alleen maar gras wil groeien. De rest gaat dood. Op de achtergrond praat Marianne de leiders toe. Allemaal mannen. Ze zet ze op hun eigen uitspraken in de Kameleon en hoopt op een goede reis. Met Marianne op de achtergrond begin ik aan een verhaal wat voorlopig op de voorgrond komt te staan.

Op de voorgrond ligt er een boek naast mij. Leven zonder afval. ‘Onmogelijk’, zei de wethouder gisteravond op de infoavond van het 100-100-100 project wat volgende week gaat starten en waar ik aan meedoe. En niet alleen ikzelf maar ik sleur mijn man en zoon ook mee in deze reis door het afval. Ik zeg het verkeerd, het zijn grondstoffen, allemaal grondstoffen die we opnieuw kunnen gebruiken. Bijna alles weet wel een weg te vinden naar een nieuw product. Ik schrik tijdens het eerste gedeelte van de vraag ‘hoeveel apparaten heeft een huishouding gemiddeld’. In mijn hoofd begin ik te tellen. Nee, dat kunnen er niet meer dan 60 zijn. Maar niets is minder waar. Gemiddeld heeft een huishouden bijna 100 apparaten in huis. Nu ik op mijn bureau kijk zie ik er al 8 liggen. Apparaten: Smartphone, iPad, printer, computer, muis, toetsenbord, vaste telefoon, antwoordapparaat, camera..  in de la liggen ook nog een aantal dingen en ik weet nu al dat wij dat gemiddelde ook wel halen. Rijkdom toch, heerlijk dat het er allemaal is en dat ik er gebruik van kan maken. Als het kapot is…… dan. Ja, wat dan. Want het barst van de grondstoffen maar alles zit door elkaar. Het past niet bij glas, gft, papier, plastic, drankkartons… het past alleen maar bij de rest. Maar dat is ook niet goed, het kan worden hergebruikt. Het hoort in de rij van recyclebaar spul. Voor alles is iets te verzinnen. Of toch niet.
Ik kom in gesprek met Emily Jane Lowe, ik wist het niet maar tijdens het gesprek kom ik er al snel achter. Best raar dat je naast elkaar zit, je elkaar niet kent en dat ik toch haar verhaal helemaal gevolgd heb. ‘Leven zonder afval’ is van Emily Jane. Het boek, de website en zelfs Facebook of via Twitter. Ik ken haar verhaal, haar gezin en zelfs het waarom ze ooit begonnen is met haar eigen reis door het afval. Nee, door de grondstoffen.

En nu staat ze haar verhaal te houden, zie ik mijn keukenkastje aan me voorbij komen, of de schappen in de kelderkast en ben ik blij met mijn compostbakken en regentonnen en minder blij met het feit dat ik nog maar aan het begin sta. Ik dacht namelijk al heel goed bezig te zijn. Het kan nog veel beter!

Drie April gaan we hier in huis van start en ik ben weken geleden al begonnen. Ik denk dat ik voorlopig even weinig koop, weinig weggooi en vooral nog veel beter oplet en een week lang weiger om verpakkingen mee naar huis te nemen. Tenzij het niet anders kan.