Bomen zagen

Het zijn rare tijden geweest de afgelopen twee maand. Zo ben je gezond, zo doe je mee aan een bevolkingsonderzoek naar darmkanker en zo ben je patiënt. En dan heb ik het niet over mezelf maar over lief. Nietsvermoedend kom je van de een op de andere dag in aanraking met dingen waar je niets van weet. Als ik terug kijk op deze tijd dan zie ik alleen maar de stroomversnelling waarin dingen plaatsvinden. Zowel in het hoofd van mijn lief als in de ziekenhuisbezoeken, de afspraken en het heen en weer denken. Heen en weer denken is zoiets als ‘het kan goed zijn, het kan fout zijn.’ Als het fout is wat kan er dan nog wel en als het goed is… nou ja, dan is het goed. Het denkhoofd gaat dus alle kanten uit en ik zie het van dichtbij gebeuren. Natuurlijk raakt het mij, maar op een andere manier dan het lief raakt. Het overkomt hem en hij had er geen moment over nagedacht dat er iets mis zou kunnen zijn. Zijn denken gaat een hele andere kant uit dan mijn denken. Is het man en vrouw denken? of is het denken als slachtoffer en toeschouwer. Ik zal het niet weten. Afgelopen week was helemaal een bizarre week. Ik zet nogal eens iets op touw en deze week viel alles samen. Op dinsdag breng ik lief naar het ziekenhuis, op woensdag bijt ik de nagels van de vingers omdat het zo verschrikkelijk lang duurt voor ik gebeld wordt. De chirurg heeft dus wel gebeld maar mijn telefoon die ik de hele tijd bij me droeg en op het luidste volume had staan springt juist dan op de voicemail en de vaste telefoon heeft juist dan een storing. Om gek van te worden. Ineens is er bericht, lief ligt weer op z’n plekje. De operatie is goed verlopen en nu maar herstellen. De woensdag gaat voorbij zonder dat er iets zinnigs uit mijn handen komt. Echt vreselijk, die spanning. Ik fiets naar het ziekenhuis en kijk lief diep in de ogen. Dit komt goed. Na 10 minuten sta ik weer buiten en geniet van het mooie weer, loop met de hond en als het weer bezoektijd is ben ik van de partij. Rust, er is even rust aan het bed.

Ik slaap die nacht niet al te lang en doordat de computer het weer eens nodig vindt om mij vooral de stuipen op het lijf te jagen door weer al mijn mailtjes te verwijderen heb ik geen goede ochtend. Wat kan er nog meer gebeuren?
Rondje met de hond, naar het ziekenhuis en constateren dat het lekker gaat daar. Wanneer komt de dip? Zo wordt het vrijdag….

Veel te kort geslapen, boodschappen doen voor NLDoet. Dat is het volgende wat op het programma staat. Vrijdagmiddag komt de eerst groep en zaterdag hebben we de hele dag mensen over de ‘vloer’ bij IVN. Het is een drukte van jewelste, mooi weer en uiteindelijk, als ik ’s avonds om 8 uur op de bank neerstrijk kan ik geen pap meer zeggen. Nog 2 keer word ik van de bank geroepen, een houtje in de kachel en een telefoontje. Ik sleep mezelf uiteindelijk naar bed en slaap tot 7 uur vanmorgen.
De zon schijnt, de kleinkinderen komen en om kwart voor 1 rijden we met elkaar naar het ziekenhuis om onze schat op te halen….

Die een half uur later op de bank een boom doorzaagt…… ‘Het is hier warmer dan in het ziekenhuis’, zegt hij.

Het zonnetje schijnt….

Over een dikke week de uitslag na de operatie….

Dan wordt het tijd om weer eens diep adem te halen. Misschien een weekje Ameland te plannen, vooruit te kijken. En lief te hebben. Vooral dat!

einde jaar, frisse start

Gesprekken, loopbaangesprekken, functioneringsgesprekken, gesprekken voor de toekomst of gesprekken waarin de toekomst ineens in duigen valt. Eindejaar is echt een tijd waarin veel gesprekken plaats vinden.
Wat is een gesprek:Een gesprek of conversatie is een mondelinge communicatie tussen ten minste twee personen; in geval van één persoon spreekt men van een monoloog of een toespraak. Een gesprek kan een vrijblijvend of een formeel karakter hebben. …
Eindejaar zijn dat vaak monologen, toespraken waarin de ander op de hoogte worden gebracht van wel en wee, een terugblik en een blik op de toekomst. Of houd jij je baan ook nog het komende jaar. Zoiets kun je niet verpakken zonder dat het pijn doet als de baan om de tocht komt te staan.
Gesprekken of monologen. Of door elkaar heen kakelen en er geen touw aan vast kunnen knopen. Soms overkomt het jezelf ook, je bent nog niet uitgepraat en rolt over de woorden van de ander heen. Het is best lastig om je mond op tijd dicht te doen als je eigenlijk nog niet uitgepraat bent. Nog net iets wilt toevoegen. Dat kan met schrijven ook. Je kunt ook net iets teveel schrijven en daardoor verpruts je een heel stuk.
Het gaat dus over gesprekken. Hij, jongste, is geen prater. Nooit geweest. Ja, hij kan wel bomen, met vrienden, onzin uitkramen met dezelfde gasten maar als 2 woorden genoeg zijn dan gaat hij er echt geen 3 aan spenderen. Het is een handicap heb ik weleens gezegd. Toen hij een klein mannetje was antwoordde ik uiteindelijk want ik vond die zwijgende zoon helemaal niks. Later mopperde ik dan ‘waarom zeg je niets, waarom gaf je geen antwoord op de vragen’. Best lastig, soms heel lastig. Je moet je uit kunnen spreken anders barst je uit je eigen lijf. Als woorden geen weg naar buiten vinden dan gaat het mis. Hij is het er niet mee eens, doet wat hij moet doen, haalt zijn diploma’s zonder een woord extra en rolt zo door zijn jonge leven. Met een vaste baan aan begin van zijn carrière is iedereen tevreden en hij doet het goed hoor. En zo heeft hij dus ook jaarlijks een gesprek met zijn leidinggevende. Ook begin dit jaar. Ik ben er wel benieuwd naar, het is echt lastig om door het ‘niet praten’ heen te kijken.
Dan komt zoon thuis en leest een stukje voor uit zijn beoordeling over het jaar 2014. Zo herkenbaar zoon, zo duidelijk beschreven. Vooral dat over niet te veel woorden gebruiken. Dat wat je met 2 woorden kunt zeggen moet je niet met 3 doen. Maar het geeft toch te denken, iets meer laten zien… nou ja, ik knuffel zoon en vertel hem nogmaals de geschiedenis die hij wel kent. Hij is geen prater. Maar hij kan het wel en soms moet hij dat ook gewoon gaan doen! Voor een volgend gesprek.

werkplek

Zus heeft een werkplek met een uitzicht waarvan ik zeg. ‘Doe mij ook zo’n plek’
Het is een plekje waarvan je alleen maar kunt dromen. Dus als je er mag werken maar niet woont dan is dat jammer maar toch niet heel erg want je kunt er toch volop van genieten. Dus, zus werkt daar aan een bureau, in een van de hoeken staat dat bureau, met de rug naar een raam, ze zit met de rug naar dat raam. Dat lijkt mij ook wel wenselijk, volgens mij wordt werken heel lastig als het andersom zou zijn. Ik heb ook een werkplekje. Je weet wel, bureau, heel veel papier, telefoon, printer, pc, muziekdoosje, de nodige kopjes en oh ja, tot overmaat van ramp nog meer papier. Ik word helemaal niet afgeleid door ramen. Voor mij is de muur rustgevend tomaatrood en dat is het dan wel. Behalve als ik links kijk dan zie ik de vogeltjes in de tuin en rechts hangen de ‘inbetweens’ die mij verder ieder zicht ontnemen behalve de daken van de buurthuizen en daarboven de blauwe, grauwe of wolkerige luchten. Dus eigenlijk heb ik het ook best voor elkaar. Maar toch. Zus heeft dan nog een ‘zitje’ in haar kantoor….

Zet mij daar eens een week neer!

Ik denk trouwens niet dat ik dan stil blijf zitten. Oh’s en ah’s zullen voorbij komen en ‘oh kijk nou’ of ‘Zie je dat’, of nog erger. Van werken komt niks meer op dat kantoor. Want ik roep ze er steeds bij. Moet je kijken, moet je zien..

Dus tijdens het gesprek wat zus en ik hadden zat ik op het puntje van de stoel en keek van haar naar buiten en terug. Ik zag de wolk… van links naar rechts trekken, zag de grijze regen aanstormen over het veld tot het langs de ramen sijpelde en mij het zicht ontnam.

13 - 13 jan

“werkplek” verder lezen

daar gaat ze

‘Ik kom zondag even naar huis, zoenen en oliebollen eten’
‘En dan ga ik weer naar huis!’
‘Maar eerst moet ik iets ophalen in Amsterdam’
‘Om 11 uur’
‘Dus vertrek ik rond half 1 naar Huggyveen’

Hartje

En op zondag zit ze op het station in Amsterdam te wachten en ziet ze een soort van exotische vogel…
‘Er zitten hier zwarte vogels, of bruin ik weet het niet.’
‘Ze doen een soort van exotische vogel na’
Ze stuurt vervolgens een berichtje met geluid’
Maar ja, stationsgeluiden. Ik denk alleen, wat voor vogel kan dat zijn.
Spreeuw lijkt het meest voor de hand liggend.
‘Het heeft een zwarte snavel’
Ja, hallo een spreeuw heeft een oranje snavel.
Toch? Ik twijfel.
Dan stuurt ze een foto van de bruin wit gespikkelde zwarte exotische vogel met zwarte snavel, die hele vrolijke geluiden maakt.

‘Spreeuw’, zeg ik.

‘Maar je zei net dat de spreeuw een oranje snavel heeft’
‘De snavel is in de zomer oranje en in de winter bruin, ook weer wat geleerd.’

Dan is haar telefoonbatterij leeg en ik haal haar een tijd later van het station.
We eten de laatste oliebollen, praten en lachen en zoenen en ik breng haar terug naar de trein om gelijk met hondebeest door te rijden naar de Oude Kene om hem uit te laten. Daar zie ik de trein en zwaai haar na…..

4 - 4 jan

Daar gaat ze….

“daar gaat ze” verder lezen

Ik ben zo trots op de kind van mij….

Dochter heeft iets verzonnen. Ineens kwam ze er mee. ‘Ik ga naamstempels maken, mam, voor Serious Request‘. Het glazen huis staat dit jaar bijna in haar achtertuin en ze wil er een steentje aan bij dragen. Ik ken haar agenda een beetje en dat staat behoorlijk vol. Voornamelijk met werk en werk en nog meer werk. Ze plaatst begin november een korte boodschap van haar plan op facebook:
Serious Request staat in Haarlem dit jaar! Voor wederom een heel goed doel! Daarom ga ik handgemaakte naamstempels verkopen waarvan de opbrengst zo de brievenbus van het glazen huis in gaat! Deze stempels kun je bestellen door me een privé bericht te sturen voor verdere info!
De stempels kosten 7 euro waarvan 4 euro voor het glazen huis en 3 euro voor de verzending en materiaal.
Lijkt dit je wat, misschien een leuk schoen kadootje of wil je gewoon op een leuke manier Serious Request steunen met een bijdrage, stuur me dan een privé bericht!
En voel je vrij dit bericht te delen

Natuurlijk ga ik dat delen, hoe cool is dat.

Een paar dagen later schrijft ze ‘dit gaat niet werken, niemand wil stempels’.
‘Natuurlijk wel, wie wil dat nu niet’.
Dus ik deel het nog een keertje en dan komt er een berichtje.
‘Carolien heeft een stempel besteld.’
En dan Alina en dan Jannie en zo gaat het door.
‘Ik heb al 70 euro voor SR’
‘Ik heb al 105 euro voor SR’
En gisteren de laatste stand… €255,00

Ik ben zo trots op dat kind van mij. Wie wil dat nu niet? Een leuke naamstempel krijgen en ook nog eens een goed doel steunen. Ik ben zo trots op dat kind van mij……. tot de maan en terug.

Wichtelmannetjes …..

Op Sint Maartensdag, het begin van de grote adventstijd trek je een lootje en dan ga je tot kerst stiekem dingen doen voor een ander. Elke wichtelman of wichtelvrouw gebruikt natuurlijk zijn of haar originaliteit bij het brengen van de kleine vreugdevonkjes aan de ander, en wordt dan zelf ook weer verwend.
Het voelt goed om verwend en verrast te worden en om te verwennen en verrassen. Zo spookt het in de adventstijd vrolijk en liefdevol in ons wichtelmannetjesgezin

Ik ben toch wel verzot op kabouters, ze doen gewoon een heleboel dingen waar jij en ik geen weet van hebben en ineens viel mijn oog op het verhaaltje over wichtelmannetjes en was ik verkocht. Natuurlijk is het heel druk in deze tijd van het jaar. Iedereen moet nog zijn of haar doelen halen voor het einde van het jaar en de kleinkinderen worden helemaal gek in deze tijd want is het eerst 11 november, dan komt 5 december en dan 25 december maar 3 dagen daarvoor wordt ‘Klein mannetje’ 6….. je raadt het al. Gekkenhuis.
En toch, die tijd van omhullen, lichtpuntjes… het is de tegenhanger van alle drukte in ons leven.
Gisteren was het Sint Maartensdag en waren de lootjes getrokken. Toen ik ’s avonds in bed lag trok de dag aan mij voorbij. Wat had ik alweer veel gedaan, gepraat, geschreven, gehuild, gelachen, mij verwonderd over de prachtige zelfgemaakte lampionnen, dit jaar meer dan ooit. En aan het eind van die lange rij kinderen die langs de deur kwam ging nogmaals de bel. Ik was moe, was eigenlijk wel klaar met Sint Maartensdag.

315 - 11 nov
Ik zag door het raampje bij de deur mijn kleine mannetje op de stoep staan naast grote broer. Met hun prachtige lampionnen en hun blije gezichtjes.

Ik ben in slaap gevallen met een glimlach om mijn mond, kan niet anders. Ik had net bedacht dat zij wel mijn lootje hadden. Ze zijn mijn wichtelmannetjes… allebei.
“Wichtelmannetjes …..” verder lezen

Eigenlijk doe ik dit veel te weinig

Treinmeisje Grietje vertrekt met een rugzak vol spulletjes richting een afspraak en als dat allemaal gedaan is stapt ze naar het station en neemt de eerste de beste trein die haar wegvoert van Hoogeveen. Is niet zo moeilijk tegenwoordig, weinig opstap mogelijkheden. In Meppel stap ik over, dan kan ik langer blijven zitten en hoef ik in Zwolle niet te zoeken. Station Zwolle ligt overhoop en ik vind het maar niks. De trein dendert door, het is nevelig rond het water bij Zwolle, de trein vertrekt de polder in. Het landschap verandert van kleinschalig naar grootschalig, naar jonge bossen en uitgestrekte velden. Lelystad komt in zicht en ik stap nog een keertje over, deze trein gaat door naar Vlissingen en zeker niet naar Amsterdam-centraal. Laat ik daar nu toch heen moeten. Dus aan de andere kant van het perron staat de trein klaar richting Amsterdam-centraal. In de buurt van Muiden regent het keihard. ‘Ha, leuk denk ik, ik heb geen jas mee, geen regenjas, geen paraplu mee.’ In Drenthe is het al weken droog, helemaal niet aan gedacht dat het ergens anders in Nederland wel kan regenen. Dan ben ik aangekomen bij het station Amsterdam-centraal en ga ik met roltrap naar beneden en helemaal bij perron 1 weer met de roltrap naar boven. Ik ben al dichtbij mijn missie. Het is warm, plakkerig en het is druk in dit station. Ik gun mezelf de tijd om alles om me heen ook op te nemen. Die drukte… Ik word blij van de gedachte dat ik in Drenthe woon. Dit wordt niet mijn dagelijkse ding, hier ga ik niet gelukkig worden. ik stap in de trein die klaar staat en rijd Amsterdam uit, huizen in alle soorten en maten sluiten de rijen, kantoren, schitterende ramen over het water, mensen links om en rechtsom allemaal hun weg volgend. Wat een mierennest.
De trein komt op snelheid en ik stuur een berichtje ‘ik ben er bijna’. ‘Wil je cappuccino’, is een berichtje terug en ik wil dat wel. ‘Wil je ook een fiets?’ ‘Ja, ik wil ook een fiets’.
‘Waar ben je’ is mijn volgende vraag maar ik kan beter op zoek gaan naar de Starbucks, ik ga haar vinden. Het station in Haarlem vind ik prachtig. Ik raak er niet uitgekeken, zie iedere keer weer nieuwe dingen, denk dat ik er wel een dag door kan brengen zonder me te vervelen. Het is een prachtig oud gebouw met nieuwe technologie van de NS.
Dan zie ik een lachend gezicht, dochter komt aanlopen met in beide handen een beker koffie. Lekker.
We halen een fiets en dan gaan we op pad. Zij kent de weg, ik klungel iedere keer maar aan. Denk ik dat het links is, moeten we rechts. Het fietst ongelukkig met de beker in de hand. ‘Kip’ staat erop de beker. Ik moet wel lachen om die creativiteit van dochter, hoe krijgt ze het weer verzonnen. Ze neemt de beker over en doet die in de mand van haar fiets. Dan kan ik naast haar fietsen en kan ze vertellen waar ze wil wonen over een paar jaar. In een leuke straat vol leuke huisjes. Ik wacht het allemaal maar af, ergens gaat het vast een keertje gebeuren. Dan zijn we bij haar fijne plekje. Het blauwe huis. Blauwe bloempjes, blauwe bloempotjes, blauw bed, blauwe bank, blauwe vloerkleden. Ze draagt vandaag een blauw bloesje. Die van mij is meer van het rood. Net zoals mijn schoenen. Die schoenen heb ik in ieder treinstel waarin ik heb gezeten gefotografeerd. De treinstellen zijn allemaal verschillend. Sommige hebben problemen met de deuren. Eerst gaan ze niet open en als ze een keer open gaan dan gaan ze net zo snel weer dicht. Ik zat er toch mooi bijna tussen. Niet fijn.
We drinken onze koffie op en maken een plan. Of ja, wat gaan we eigenlijk doen. ‘ik wil wel even mee naar de stad’
Dat doen we. Drukker dan druk en na één winkel ben ik er klaar mee. ‘Het is leuk hoor maar veel te mooi weer, ga je mee naar het strand?’ ‘Zullen we naar het strand gaan?’
We gaan naar het strand, als we er bijna zijn zeg ik dat ik graag door de duinen had gefietst. ‘Dan doen we dat op de terugweg’.
We lopen met de blote voeten door het water, voelen het zand onder onze voeten verdwijnen, kijken naar al die mensen op het strand en in zee. Het is heerlijk weer.
We zoeken een plekje onder een grote parasol en bestellen iets te drinken. Dat doen we nog een keertje en uiteindelijk strijkt zoon ook neer bij ons aan tafel. We drinken en eten samen en zitten te genieten van de ondergaande zon.

219 - 7 aug

Ik doe het veel te weinig……treinmeisje spelen. Op bezoek bij onze kinderen in Haarlem.

“Eigenlijk doe ik dit veel te weinig” verder lezen

De mannen zijn terug…

Toen ik de foto maakte.. toen kleinzoon vroeg ‘oma, vind jij het gezellig’, toen dacht ik aan de mensen die, door het neergeschoten vliegtuig, nooit meer hun liefsten terug zien. Ze gingen met vakantie en komen nooit levend terug. Ik kijk mijn schatten nog eens goed aan en zucht….

Telkens sta ik er bij stil. Je wordt wel gedwongen om er over na te denken. Iedere seconde sijpelt er wel nieuws binnen over de ramp, de aanslag, het verdriet, de politiek, de oorlog…. die verrotte oorlogen. Huilende kinderen, huilende vrouwen, huilende mannen…. het lijkt soms of de hele wereld huilt. We kijken allemaal in de loop van het geweer en huilen..

Ik zucht en voel me rijk met mijn grote schatten om me heen. Verder hoef ik niks. Het is goed zo. Ze zijn allemaal terug op hun eigen stek, zijn uitgerust van de vakantie terug en gaan weer aan het werk. Het is goed, dan is het leven goed.

IMG_9596

Als ik mijn iPhone check staan er nogal wat berichtjes in de whatsapp. Schonedochter moest van kleinzoon foto’s maken van iedere slak die ze tegenkwamen tijdens de wandeling. Ze sputterde nog even tegen. Zei dat oma niet zat te wachten op een fotoinvasie van slakken. Maar…. zo zegt kleinzoon ‘oma is toch van de natuur’

IMG_9600

En zo is het maar net.

“De mannen zijn terug…” verder lezen