Mijn draad naar jullie

Draadjes, uiterst broos, of juist het tegenovergestelde van broos. Onzichtbare draadjes tussen mensen, een band hoe kwetsbaar ook. Verbonden voelen door onzichtbare draadjes. Zoals ouders met kinderen hebben. Als de kinderen klein zijn dan zijn de draadjes zichtbaar aanwezig. Kinderen, kleine kwetsbare kinderen houd je vast met zichtbare draadjes, liefde, voedsel, rust. Al die draadjes maken een kind groter en zo worden draadjes minder zichtbaar tot ze uiteindelijk onzichtbaar zijn. Ouders en kinderen, ze laten elkaar los en toch zijn er de banden. Kinderen horen hun eigen weg te gaan, te groeien in hun eigen leven zonder ouders. Maar toch niet zonder ouders. Die draadjes zijn sterk, ze zijn er niet voor niets. Je kunt elkaar kwijt raken, vertwijfeld zijn, veranderen, zoek raken in de grote wereld, de draadjes blijven bestaan. Er zijn in mensenlevens zoveel momenten waarop je die draadje koestert, dat je blij bent dat ze bestaan. Dat je met een klein rukje aan het draadje weer op het pad staat wat goed voor je is. Of dat je je laat leiden door de draad en pas veel later eraan toe komt om je eigen draad te gaan vormen. Zelfs een vlecht bestaat uit draadjes, gevlochten of gedraaid is een draad sterker. Als een kind beschadigd raakt door het leven dan is er misschien een knoop in de draad maar het kan verder. Ouders proberen die knopen soms te ontwarren met goede raad of alleen een luisterend oor. Dat is belangrijk. Draadjes zijn belangrijk, ze houden bij elkaar wat bij elkaar hoort of ze gaan er juist voor zorgen dat iets losser wordt. Relaties, draadjes en relaties is net zoiets. Ruimte maken voor de ander, de draadjes, de banden losser maken, ruimte geven door draadjes naar andere mensen, naar ouders, broer of zus, vriend of vriendin. Een rukje aan het draadje geven als je dreigt te verdrinken in onderliggend verdriet. Of juist loslaten….
Tijdens mijn wandelingen op het strand zie ik verschillende draadjes, in verschillende kleuren, van verschillende materialen, ooit gemaakt om iets vast te houden. Ooit gemaakt om vast te houden wat niet kwijt moet raken.
Ik houd van wandelingen op het strand, ik houd van draadjes en ik kan er lekker over nadenken en over schrijven. Veel meer schrijven dan dat ik hier neer zet. Mijn draad naar jullie….. daar moet je het maar mee doen

De dag na de tweede zondag in mei

Op een juiste dag in mei, zo een tweede zondag zeg maar, zo ongeveer.
Is het feest.
Als je een perfect groot bed hebt kan iedereen die dag aanschuiven, aanliggen of zitten. Het mag duidelijk zijn dat iedereen meedoet. Ik ga niet beweren dat het bed de hele dag bewoond wordt. Het gaat meer om het idee. Dat je namelijk weet waar het zich afspeelt. Natuurlijk kan het ergens anders ook maar een bed is een soort van veilige plek.
Als de juiste mensen, zo op die tweede zondag in mei, dan ook nog allemaal in de buurt zijn is het feestje natuurlijk helemaal compleet. Bij een feestje horen kadootjes. Kleine en grote kadootjes, eigengemaakte kadootjes, zelfbedachte kadootjes, met voorbedachte rade kadootjes. Kadootjes maken een feestje completer al kan het zonder net zo feestelijk zijn. Zo, op die tweede zondag in mei, werd het een feestelijk begin van de dag en het feestelijke gevoel bleef tot het weer gewoon maandag werd.
Op maandag na de tweede zondag in mei werd ik wakker in mijn eigen bed en dacht ik met een glimlach om mijn mond aan de tweede zondag van mei.
Volgend jaar maar weer

Voor als het niet warmer wil worden dan het was..

Ik heb gloeiwangen van de koude wind. ‘Wat een verschil in temperatuur hé’ is iets wat ik vandaag meerdere malen heb gehoord. ‘Heb je het niet koud met de deur zo open’ vraagt er iemand aan de juffer achter de toonbank. Dat heeft ze zeker weten maar van de baas mag de deur niet dicht zegt ze er ook zachtjes achteraan. Wij weten nu allemaal dat het afzien is bij deze bakker. Verdikkeme, als je je personeel ziek wilt hebben moet je dit doen. Het is echt koud, koude wind. Ik trek mijn jas nog iets verder dicht en stap weer op de fiets. Ik laat haar achter, kan nog net zien dat ze de mouw van haar shirt over haar handen probeert te trekken. Laat dat ook niets helpen. Als je het zo koud hebt dan ril je van binnen…..
De buurman heeft zijn mobiele huis weer uit de berging getrokken en loopt zich helemaal in het zweet te poetsen. Opknappen maar weer, banden op spanning en rijden maar. De vakantie zit eraan te komen en iedereen heeft ergens wel een dagje vrij. Als het goed geregeld is tenminste. En ik, ik heb nog steeds vrij. Voel het inmiddels ook als vrij. Kom echt heel langzaam tot rust en wat nog belangrijker is, ik kom in een ander ritme. Langzaam gaat de druk ruimte maken voor rust. Daarom zet ik vandaag de slaapkamer op de kop, maak schoon, poets, ruim de winter op en voeg de zomer bij de lente in de kast. ‘Oh, heej, dat jurkje had ik ook nog, en dat fijne shirtje. Helemaal vergeten hoe heerlijk bloot zomer kan zijn.’ Het zijn zo van die dingen waar ik eigenlijk nooit meer tijd voor had en altijd alles overal tussen moest prakken. Ik bedenk nu dat het bijna is zoals de tijd dat wij net getrouwd waren, die eerste tijd, met alleen een hond waar we voor moesten zorgen. Het huishouden zo aan kant en wat deed ik dan toch… nu is er een ‘grote opschepper’ die zich prima redden kan. Hij kwam maandag thuis na het afsluiten van het eerste gedeelte van zijn examen en riep ‘ik heb 3 weken vrij’. Ik schrik er haast van. Hij was 9 jaar toen ik buiten de deur ging werken en nu is hij eindexamen aan het doen en ben ik weer bij huis. Het voelt wel goed, ik kan me nog steeds prima vermaken. Dat was nooit het punt. Soms moet je ook niet vragen wat ik zoal doe een hele dag, ik kan het niet navertellen. Ik doe soms van alles en soms niets maar toch altijd bezig.
Volgende week, als de scholen vakantie hebben, begint er voor mij weer een drukkere tijd aan te breken. Mijn nieuwe vrijwilligerswerk dient zich vooral aan in de vakantieperiode. Vrijwilliger bij het bezoekerscentrum in het Dwingelderveld. Dus als je eens op watersafari wilt, of een insectenhotel mee wilt maken dan kom maar op!
Inmiddels schijnt de zon weer volop, de was wappert, mijn wangen gloeien……. ja, mijn wangen gloeien

van een mus en de dingen die voorbij gaan..

Ik hoor de merel, door velen is het ‘gemerel’ al beschreven. ‘Ergens werd ik wakker van’, zei ik tegen lief, die vond dat ik uit bed was gevallen maar ik denk dat het de merel was. Het is een prettige gedachte. Het is de merel die het op een tetteren zet want er dreigt gevaar. Het zijn de mussen die nooit alleen zijn en overal zoeken naar iets wat de ander is vergeten. De merel is niets vergeten, ze werkt zo hard dat ze her en der alles laat vallen omdat ze ineens weer een mooier takje ziet om mee te nemen.
Het is druk in de tuin met blauw, geel en paars. Om over dood maar niet te spreken. Of toch, er is veel dood materiaal in de tuin wat dan weer bewoond wordt door lieveheersbeestjes en slakken. Dus wat dood lijkt is het niet of toch wel. In de emmer, waar net een klein laagje water in staat, vind ik een dood muisje. De hele winter huist familie muis in het houthok en beleven wij veel plezier aan de capriolen die de muisjes uithalen om voor mus te spelen in het vogelhuisje. Of het getrippel van huisje naar het muizenholletje. Nu ligt daar de muis in de emmer. Aan het staartje haal ik muisje omhoog en laat het zien aan oma’s grote vent die een dagje komt zandbakken. Hij kijkt ernaar alsof hij water ziet branden er komt een rilling onder zijn winterjas vandaan en oppert dat oma dit maar heel snel weg doet. Ik wil dat wel maar waar laat ik zo snel een dood muisje. Later zorg, het is van later zorg.
Ik krijg zandijsjes en zandkoffie en een tak om de oren. De tuin verandert langzaam helemaal in zandbak en samen vullen we een ei.