Waar moet dit in?

‘Waar moet dit in’. De vraag die al wekenlang bijna dagelijks wordt gesteld. Dan kijken ze naar mij alsof ik alles weet. Maar ik weet ook niet alles dus zoek ik eens wat ik ermee kan. Zo bereiden wij ons voor op het 100-100-100 project. Ineens is het 2 april. Ik kijk nogmaals op de website , nee, nog niks gewijzigd. Je kunt nog meedoen. Ik hoop dat zich na de infoavond toch nog een aantal mensen hebben aangemeld.
En dan is het 3 april. Als ik wakker word heb ik echt het idee dat er iets te gebeuren staat. Nu gaan we los. Maar met wat? En hoe?
Het is maandag, morgenochtend vroeg staat de restafvalcontainer aan de straat. Met een bodempje ‘rommel’. Er wordt namelijk geklust en waar geklust wordt daar vallen spaanders. Althans, in dit geval wel. Er moet een stuk kozijn vervangen worden en wat doe je dan met hout waar verf op zit en wat ook echt nergens meer voor gebruikt kan worden. Het is vergaan. Het is dus verdwenen in de grijze container. Een bodem. Ik leg er in de loop van de ochtend nog een klein zakje restafval bovenop. Restafval, materiaal wat echt nergens anders bij hoort. Als ik het zo bekijk heeft het bijna allemaal met persoonlijke verzorging te maken, pleister, lege strips van medicijnen. Ik zal het eens nauwlettend in de gaten houden en ik ga kijken wat er nog beter kan. Ik heb wel gemerkt dat ook ik nog te gemakkelijk iets weggooi, zonder er echt over na te denken. Dat moet anders!
De eerste opdracht van het project; “tel de verpakkingen die je vandaag opent”. Daar was ik snel klaar mee aan het einde van de dag. Het was er slechts 1.

En voor het geval je denkt ‘ach, het valt wel mee’…
Nou nee, het valt niet mee!

Geluk

8 Maanden geleden liep ik in de tuin met een voegenborstel, de zomer groeit altijd harder dan het hoofd bedenkt. Ik had bedacht dat het nu wel tijd was om er iets aan te doen. Daar stond ik, voegenborstel in de hand, de borstel moest het werk doen. Tenminste, daar ging ik vanuit. Toch moest ik flink aan de slag en telkens na een paar minuten gaf ik het op. Ik moest weer op adem komen. Het was een warme dag, maar ook niet extreem warm zoals het in juli kan zijn, het was wel benauwd buiten. Misschien dat dat het was waardoor ik adem tekort kwam. Ik borstelde weer een stukje en liep weer naar binnen…

Gistermiddag schoot die pijnlijke ervaring weer door mijn hoofd. In mijn hand een voegenborstel, de winter groeit altijd harder dan het hoofd bedenkt. Ik had bedacht dat het nu wel tijd was om er iets aan te doen. Daar stond ik gisteren, voegenborstel in de hand, de borstel moest het werk doen. Tenminste daar ging ik vanuit. Toch moest ik zelf ook flink aan de slag. En na een uurtje buffelen had ik een klein hoekje klaar en zag het er al een stuk beter uit. Alles mag in de tuin maar wat een zithoekje is moet een zithoekje blijven en niet vergroenen. Hoe graag ik de bloemetjes en bijtjes ook zie. Ik realiseerde me ineens dat ik vorig jaar juli abrupt gestopt ben met mijn werkzaamheden in de tuin en dat er daarna niet veel meer is gedaan dan dat ik aanwijzigingen gaf waar het een en ander even moest weggeknipt of opgeruimd.

Ik kan het weer zelf. Zonder problemen. Borstelen, vegen, harken, dingen verplaatsen.. ik kan het weer zelf. Alles, ik kan alles.

Ik ben meer dan dankbaar. Het schoot gistermiddag ineens door mijn hoofd, die zomer, die herfst, die winter…. die heeft voorjaar gemaakt in mijn lijf.

En ook de rest leeft in voorjaar. Kleinzoon die blokjes vult, moeder die koeken bakt, koolmees die nestjes bouwt, bij… zoekt bloem

Op de voorgrond

Met op de achtergrond Marianne Thieme, die een verhaal houdt over de schippers van de Kameleon. Ontgroenen, Bleker, nooit meer Bleker, monotone raaigrasvelden. Rijd je door Nederland dan zien we overal die groene biljartlakens waar geen bloempje bloeit, geen koe loopt, waar mega grote machines de mest de grond in pompen en daarmee ook nog de bodem zo verstoren dat er echt alleen maar gras wil groeien. De rest gaat dood. Op de achtergrond praat Marianne de leiders toe. Allemaal mannen. Ze zet ze op hun eigen uitspraken in de Kameleon en hoopt op een goede reis. Met Marianne op de achtergrond begin ik aan een verhaal wat voorlopig op de voorgrond komt te staan.

Op de voorgrond ligt er een boek naast mij. Leven zonder afval. ‘Onmogelijk’, zei de wethouder gisteravond op de infoavond van het 100-100-100 project wat volgende week gaat starten en waar ik aan meedoe. En niet alleen ikzelf maar ik sleur mijn man en zoon ook mee in deze reis door het afval. Ik zeg het verkeerd, het zijn grondstoffen, allemaal grondstoffen die we opnieuw kunnen gebruiken. Bijna alles weet wel een weg te vinden naar een nieuw product. Ik schrik tijdens het eerste gedeelte van de vraag ‘hoeveel apparaten heeft een huishouding gemiddeld’. In mijn hoofd begin ik te tellen. Nee, dat kunnen er niet meer dan 60 zijn. Maar niets is minder waar. Gemiddeld heeft een huishouden bijna 100 apparaten in huis. Nu ik op mijn bureau kijk zie ik er al 8 liggen. Apparaten: Smartphone, iPad, printer, computer, muis, toetsenbord, vaste telefoon, antwoordapparaat, camera..  in de la liggen ook nog een aantal dingen en ik weet nu al dat wij dat gemiddelde ook wel halen. Rijkdom toch, heerlijk dat het er allemaal is en dat ik er gebruik van kan maken. Als het kapot is…… dan. Ja, wat dan. Want het barst van de grondstoffen maar alles zit door elkaar. Het past niet bij glas, gft, papier, plastic, drankkartons… het past alleen maar bij de rest. Maar dat is ook niet goed, het kan worden hergebruikt. Het hoort in de rij van recyclebaar spul. Voor alles is iets te verzinnen. Of toch niet.
Ik kom in gesprek met Emily Jane Lowe, ik wist het niet maar tijdens het gesprek kom ik er al snel achter. Best raar dat je naast elkaar zit, je elkaar niet kent en dat ik toch haar verhaal helemaal gevolgd heb. ‘Leven zonder afval’ is van Emily Jane. Het boek, de website en zelfs Facebook of via Twitter. Ik ken haar verhaal, haar gezin en zelfs het waarom ze ooit begonnen is met haar eigen reis door het afval. Nee, door de grondstoffen.

En nu staat ze haar verhaal te houden, zie ik mijn keukenkastje aan me voorbij komen, of de schappen in de kelderkast en ben ik blij met mijn compostbakken en regentonnen en minder blij met het feit dat ik nog maar aan het begin sta. Ik dacht namelijk al heel goed bezig te zijn. Het kan nog veel beter!

Drie April gaan we hier in huis van start en ik ben weken geleden al begonnen. Ik denk dat ik voorlopig even weinig koop, weinig weggooi en vooral nog veel beter oplet en een week lang weiger om verpakkingen mee naar huis te nemen. Tenzij het niet anders kan.

Echt, ik eet liever een kiwi

2 messen
1 telefoontje
1 dakgoot
1 paraplu die de naam nog wel draagt maar geen plu meer is
1 schoenlepel
5% chipszakken
4% koekpakken
4% broodzakken
30% blikjes met en zonder drank, energy, bier en andere rommel
20% blikjes met en zonder deuk
25% flesjes van glas, flesjes van plastic
1% sigarettenpeuken
1% verpakkingen van bierblikjes
1 doos van de soepstengel
1 doosje van plastic waar de kruidenkaas uit was gelikt
1 vork
1 klavertje vier, krassen, krassen, krassen.
1 zwemband, een hele grote

Vandaag, Nationale Opschoondag in Nederland. In de aanloop naar de grote dag was er overleg en planning en een idee. De wethouder werd uitgenodigd, de ambtenaren met het afvalpakket in hun portefeuille, raadsleden, statushouders en niet statushouders, buurtbewoners, inwoners, vrijwilligers, klein en groot, iedereen werd uitgenodigd, niet iedereen kwam. Daar mag ik niets over zeggen maar ik doe het toch. Mij is geleerd dankbaar te zijn met wat op mijn pad komt en als het niet voldoet aan de verwachtingen dan is dat jammer maar zo is het. Het is ook zo. Dat ik mijn mond erover moet houden. Maar ik doe het niet. Want, zwerfafval staat op nummer 1 in de top drie van ergernissen. Alleen, dan, als het erop aankomt, als we op de landelijke opschoondag in Nederland nog geen 0,000001 % mensen in beweging krijgen voor 100% zwerfafval. Ja, dan vind ik dat ik iets mag vinden. Op mijn eigen log ook nog eens.
Niet doen, niet doen. Er zijn vandaag honderden mensen erop uitgetrokken om, gewapend met prikstok, afvalzak en handschoenen, zwerfafval aan te pakken. Misschien waren het wel duizenden. En met al die duizenden mensen hebben we de wereld weer een beetje mooier schoner gemaakt.

De twee messen waren er echt niet op eigen gelegenheid gekomen. J. had ze meegenomen uit de keuken van P. Niemand die ze mist dacht J. nog. Boodschapjes gedaan bij de plaatselijk super, wel rot dat je nu 10 cent moet betalen voor de plastictas, maar vooruit, het is niet anders. Kruidenkaas, soepstengels, witte bolletjes en flink wat bier in blik rolt voorbij de kassa zo de tas in. Bij de klantenservice nog snel een klavertje vier scoren en dan… Hup, naar de vrienden. Samen drinken en eten. Blowtje roken en verder vooral veel zwammen. Zwemmen, ook zoiets. Tegenwoordig leert iedereen dat zo’n beetje, maar toen jij 6 was had je geen zin om het te leren dus uit voorzorg heb je maar een zwemband van huis meegenomen. Wist jij veel dat het ding lek was. Weg ermee. En die schoenlepel van je vader die zo handig leeg om een gat mee te graven valt ook zwaar tegen. Die kan ook op de bult. De chips en soepstengels zijn ook zo op, niks aan zoveel rommel, weg ermee. Om over al die blikjes maar niet te praten. Die kan je ook opblazen met vuurwerk. Leuk joh! Blikje hier, scherfje daar, peukje hier, plasticflesje daar. En voor je het weet is het donker en moet je nog een slaapplek zoeken. De dakgoot doet goed dienst… de telefoon is leeg.
Weg ermee, weg ermee, weg ermee!

Zo, nu weet iedereen ook gelijk hoe al die bagger in de natuur terecht komt.

Eigenlijk eet ik liever een kiwi en laat ik een dagpauwoog opwarmen in de zonneschijn.
Maar dat terzijde.

Note to myself: Volgend jaar alle scholen persoonlijk uitnodigen. Kinderen willen namelijk wel. Ouders moeten altijd boodschappen doen of hebben andere plannen.
Note 2: stug volhouden

Fladderen

Een mevrouw in een rolstoel probeert een draai te maken bij het stembureau, de zon schijnt, ik hoor de vogels voorjaarliedjes zingen.
Er fladdert iets door de lucht en ik probeer het te volgen. ‘Wat fladdert daar nu?’, zeg ik tegen de blauwe lucht.
‘Er fladdert niks’, zegt de mevrouw in de rolstoel.
‘Er fladdert niks. Je hebt zeker ook op de PVV gestemd’, komt er kort achteraan. Ik kijk haar aan, ze moet van mijn gezicht kunnen lezen dat ik walg van die aanname.
‘Nee, zeg ik, nu niet en anders ook niet. Ik word misselijk van de PVV.
‘Het zijn rare tijden’, zegt de mevrouw in de rolstoel, ze is oprecht bezorgd, eerder bang. Ze is de jongste niet en is toch gaan stemmen en hoopt dat iedereen gaat stemmen maar niet op de PVV.

‘Het zijn rare tijden’, zeg ik

‘Fijne dag nog!’

100-100-100

Nog een dikke maand en dan gaat het project 100-100-100 in mijn woonplaats van start. 100 gezinnen, 100 dagen, 100% (rest)afvalvrij. Nog een dikke maand kan ik verzinnen wat ik er nu al aan kan doen. Minder afval van alles. Al jaren lees ik erover. Het zijn vooral vrouwen die zich hiermee bezig houden, tenminste dat denk ik. Ik zie weinig mannen schrijven over minder afval. Maar vrouwen daarentegen zijn er best druk mee. Die bedenken de meest leuke dingen om met nog minder afval thuis te komen. Want minder afval mee naar huis nemen betekent ook dat de afvalbakken minder snel vol raken. Vanaf het begin dat ik me aangemeld heb denk ik er al over na. Wat kan anders, alweer meisjes die het verzinnen. Ik denk na en weet zeker dat ik nog meer na ga denken en lezen.

Wat heb al geleerd in de afgelopen jaren.
Makkie, ik haal de groentetas met biologische groente en biologisch fruit. Allemaal in een papieren tas die ik altijd keurig opvouw en als er een stapeltje ligt neem ik het weer mee zodat ze niet iedere keer een nieuw tasje voor mij hoeven te pakken. Ik kan vast wel 10 x met een tasje doen! Oh, en in de groentetas geen plastic. Lukt niet altijd want taugé of kiemgroenten in een papiertje, het lijkt nog niet te kunnen. Na jaren gebruik van wasmiddel uit een plasticfles ben ik weer terug bij de grote kartonnen verpakkingen met waspoeder. Mijn ervaringen met de vloeibare wasmiddelen, ik vind ze steeds viezer in de wasmachine en ook al worden de verpakkingen steeds kleiner en hoef je steeds minder te gebruiken, het wordt duurder en duurder en ook al zoek ik de meest geschikte soort om het milieu te sparen, het werkt niet meer. Ik ben er klaar mee. Dus, wasmiddel uit een karton. Wat dat gaat worden moet ik nog verder uitzoeken. Het milieu sparen kan hier ook mee. Op alle vlakken, lees maar verder via de link.
Brood, ook zoiets. Dat wordt hier in het gezin goed gegeten en wat overblijft.. plastic. Ook dat kan anders en gaan we proberen. Ongesneden brood mee naar huis nemen, het blijft langer vers en de verpakking… die kan ik zelf maken! Misschien maak ik er wel 50 en wil jij er ook twee!
Waxinelichtjes, wat overblijft, een aluminium cupje. Toch kan het anders! Want veel mensen hebben zich het hoofd al over gebroken (niet letterlijk hoor)
Wattenstaafjes, ook zoiets. In ieder huishouden wel te vinden en werkelijk, als je daarover gaat lezen kom je de meest bizarre dingen tegen. Dat mensen ze dus in het toilet kieperen na gebruik. Sorry hoor, het gaat mij al snel te ver, en in dit geval zou ik de mens erachteraan spoelen. Zoiets verzin je toch niet.
Maar ook hier is al heel lang over nagedacht, het is natuurlijk al jaren een ding en het ding wordt steeds groter omdat we allemaal bewust worden van het feit dat het zo niet langer kan. Wattenstaafjes in huis halen. Nee, ik heb geen aandelen, maar er zijn dus wel mogelijkheden om het anders te doen. Ze zijn er! En dan nog eens ‘wat je niet in huis haalt, hoef je ook niet weg te gooien’. Trouwens, als we allemaal bedenken dat we bepaalde dingen niet meer kopen omdat het domweg slecht is voor het milieu, dan gaat degene die het maakt ook eens achter de oren krabben. We hoeven echt niet altijd dat te pakken wat vooraan in de schappen ligt, we mogen heel goed nadenken! De consument is de koning.

We kregen het in het gezin over chips… en koffie (Ik zie dan de verpakkingen… dat snap je al)

Eigenlijk heb ik heel veel zin om met een groep mensen aan de slag te gaan en zo te kijken wat nog beter kan. Lijkt me de uitdaging meer dan waard.

Dromen #hoedan

GW droomt misschien ook wel. #hoedan, zou ik willen zeggen. Hoe dan GW, hoe droom je? Met je ogen dicht of juist met je ogen open? En als je droomt, hoe dan? Zijn het enge dromen van achtervolgers die proberen om jou pootje te haken? Of dat ze jou willen kielhalen? Of droom je dan over de Efteling en de liefelijk pratende bomen en fantasierijke kabouters (vergeef me als het niet waar is, ik ken de Efteling echt niet). Droom je over het rode pluche of over een gewone dag in het leven. Verlost van al die beveiligers die toch niet zijn wat je had gedacht. Nu ben je boos en nog meer dan boos want potverdorie wat heb je aan al die beveiligers die de gewone burger voor jou betaalt. Misschien is het een idee om eens te kijken waar het vandaan komt dat jij zoveel mensen om je heen hebt lopen die jou lijf moeten beschermen. Misschien moet je gewoon eens een baan als een kapper nemen, knippen en scheren. Gewoon, in een gewone barber. Nee, geen barbarij, maar een salon waar keurige heren hun keurige baarden laten modelleren. Een gladjakker als jij zou het daar goed doen. En je zou de gemeenschap heel wat minder geld kosten. Waar droom jij van GW. #hoedan

Nee, ik droom niet over GW. Ook niet over die andere blonde kokosmakroon. Eigenlijk droom ik ’s nachts niet echt. Toen de kinderen klein waren wel, ik droomde iedere nacht dat ik ze de volgende dag zou laten vallen. Gewoon laten vallen omdat ze uit het bad zo glad waren. Ik heb ze nooit laten vallen. Letterlijk en figuurlijk niet. Misschien heb ik ze wel eens vals beschuldigd van iets wat ze echt niet gedaan hadden. Maar ja, boosheid vertroebelt de blik. Ook bij je eigen vlees en bloed. Kom ik weer bij GW. Hij is ook boos. Zijn hele leven lang al. Boos op iedereen en daarom vertrouwt hij niemand. Achteraf heeft hij ook gelijk natuurlijk. Marokkanen zijn niet te vertrouwen. Ook al zijn ze het maar half.

Als ik droom is het meestal dagdromen, wegdromen na het schrijven van iets. Wegdromen bij een zee, een schelp een zandkorrel. Wegdromen bij mijn kinderen, kleinkinderen. Wegdromen bij een kaart, een zin, een woord. Ja, ik ben een dagdromer pure sang. Ik kan er tijd mee vullen. Zitten staren naar iets, mond een beetje open en dromen maar. Dan houdt iemand een verhaal, ik hoor een mooi woord en dat woord gaan aan de wandel met mijn gedachten. Weg aandacht bij het verhaal. Blijkbaar hoor ik de steekwoorden en droom lekker verder.

Ik denk eerlijk gezegd dat GW ook lekker verder droomt over zijn A4tje aan maatregelen. #hoedan

Het is tijd om een brood te halen anders is er straks niks te eten. Ik bedoel maar, dromen is leuk maar er moet wel wat gebeuren!