« Vrijheid | Main | Wie is de Mol »
maandag 8 februari, 2010
Collecteren voor Amnesty in de winter schept een band
Ze kwam de bus halen, een oudere dame met heerlijke rode wangen en een warme muts over de oren. Haar hondje zat in het mandje aan het stuur van haar fiets. Ze vraagt nog even of het hondje in het mandje kan blijven. 'Doe maar wel, zeg ik, ik heb binnen al twee van een maatje groter, lijkt me geen goed plan om het mee naar binnen te namen.' 'Hoeft ook niet, zegt ze, hij zit daar altijd.'
Ik zeg maar niets meer, maar in gedachten zie ik het hondje over de rand van het mandje naar beneden kijken..... .
Ze komt even binnen. Beter binnen dan buiten, binnen is het warm. Ik leg haar het hele verhaal nog maar eens uit. Ze loopt al een paar jaar mee voor Amnesty en het komt natuurlijk wel goed. Toch bedenkt Amnesty ieder jaar wel iets anders, zowel voor de collectant als voor de diegene die de bus zal vullen, de mens achter de deur. Dit jaar een boekenlegger. Als je daar gaat kijken dan vind je het volgende gedicht:
Toen ze de communisten kwamen halen,
heb ik niets gezegd
ik was geen communist
Toen ze de vakbondsleden kwamen halen,
heb ik niets gezegd
ik was geen vakbondslid
Toen ze de joden kwamen halen,
heb ik niets gezegd
ik was geen jood
Toen ze de katholieken kwamen halen,
heb ik niets gezegd
ik was geen katholiek
Toen kwamen ze mij halen
en er was niemand meer om iets te zeggen
uit: De dag dat je brief kwam (Uitgeverij Muntinga, 1988). Vertaling Petra Catz
Een gedicht van de Duitse theoloog Martin Niemöller. Hij was een van de weinige geestelijken die zich tijdens de Tweede Wereldoorlog tegen de nazi’s uitsprak. Na de oorlog zette Niemöller zich in om internationale conflicten op te lossen.
Ik ben er wel van onder de indruk. Gedichten die iets zeggen. Meer zeggen haast dan de woorden die er staan.
Zij neemt alles mee in de tas en in de tijd dat ik haar de dingen uitleg kijkt ze de kamer rond. Soort van nieuwsgierigheid, haast opgepast. Maar ja, ik weet niet hoe ze woont, ik weet wel hoe haar hondje woont. En waar zij van houdt. Ik weet het allemaal niet. Collectanten, ik zie ze 2 keer per jaar. De eerste keer als ze bus halen, de 2de keer als ze de bus brengen. Er zijn er nu, na 8 jaar werken al coördinator, wel wat bekendere gezichten en met sommige collectanten sta ik wat langer te praten. Het schept een band. Collecteren voor Amnesty in de winter schept een band. Natuurlijk zijn er ook veel collectanten die ik al langer ken, waar ik eens voor ga zitten. 'we spreken elkaar veel te weinig'. Dat dus.
Maar zij kijkt mijn kamer rond en ik denk 'nu komt het', nu gaat ze vragen of ik het ben die daar aan de muur hangt.' Maar nee, dat is toch niet waar ze naar kijkt. 'Wat mooi, zegt ze, wat geweldig mooi, het is kunst, het is een kunstwerk.' Ze wijst naar een *kunstwerk* wat aan de muur hangt en begint opnieuw in een jubelstemmning een lofprijzing over het kunstwerk.
Ik kijk haar eerst eens serieus aan. Meent ze dit nu echt. Maar ze meent het echt.
Ik vertel haar dat dit het eerste basisschoolwerkje is van kleinzoon, die net 4 is. Met gepaste trots vertel ik dat ik het werkje ook zo mooi vind en dat deze oma het toch maar mooi aan de muur heeft hangen.
Ze pakt de tas over en stapt de deur weer uit. Zodra ze buiten is begint ze weer tegen het hondje in het mandje te praten. 'Tot volgende week', roept ze. 'Succes', roep ik terug.
Neneh @ 08 februari 2010 20:55
Tweet
Comments
Oh, wat fijn om te lezen dat de kleuterkunst gezien wordt! Vertel het aan zijn juf, daar wordt zij ook zo blij van (stel ik mij voor...)
Ik zit nu thuis, zonder stem....Na twee avonden amnesty collecte lopen.... Vanochtend zeiden de kleuters: 'Juf je klinkt als een alien' haha, snap je waarom ik juf blijf?!
Toen ben ik maar naar huis gegaan, wel jammer van de collecte maar hoe collecteren zonder stem?!
geschreven door Jannie - 11 februari 2010 13:11
Je gelooft het misschien niet, maar terwijl ik dit stukje zat te lezen ging de bel. De collectant voor Amnesty. Natuurlijk heb ik wat gegeven.
geschreven door hanscke - 10 februari 2010 17:04