« 'Ik krijg een sprankje hoop', zei ze | Main | Junistorm »
zaterdag 18 juni, 2011
Hoeveel soorten Heide zijn er dan in het Dwingelderveld?
‘Van mij mogen ze nu wel komen’, ik kijk nog eens op de klok en naar de voordeur. Het duurt toch nog even voor ik iemand zie komen. Een ventje van een jaar of 10 komt eens even informeren of hij ‘hier’ goed is. Dat is hij. Ik vang ze op, schud een paar handen en vertel dat we eerst maar eens even laarzen aan gaan doen want het is niet helemaal droog op het veld. Niet dat er water staat, er is regen gevallen.
Papa’s die er bij zijn willen toch eerst nog koffie. Koffie en papa's en een 'kinder'excursie ‘We nemen het mee, loop maar vast.’
We gaan bij de achterdeur naar buiten en wandelen zo het veld in. Ineens komen er een stel pinken aanrennen. Jonge koeien die alle eigenschappen van een volwassen koe hebben. Nieuwsgierig, dat zijn ze.
‘Nee, wij zijn niet bang.’
Toch komen er een paar kinderen dicht bij mij lopen…. ‘ze zijn banger voor ons dan wij voor hen, hé?’
‘Ze zijn niet bang, ze zijn nieuwsgierig en niet zo’n klein beetje ook.’ Dat blijkt ook wel want ze lopen achter ons aan, het hele veld door tot we weer door een hek kunnen. Ze blijven achter en hebben het nakijken. Nu kunnen we ons richten op iets nieuws. Het komt snel voorbij fladderen ondanks de regen, de wind en de niet te hoge temperaturen. De Sint Jacobsvlinder. Die zet z’n eitjes af op de waardplant Jakobskruiskruid. Een plant waar een boer niet blij mee is maar de Jacobsvlinder wel. Ze zien een vlinder die al een aardig aantal vlieguren achter de rug heeft. De kleur vervaagt. De kinderen ontdekken de rupsen die bij de vlinder horen. De zebrarupsen. Ze eten hun buikjes rond, laten zich vallen om als pop in een losse cocoon te overwinteren. Gewoon op de grond.
We lopen door, zien een haas en hebben het over teken.
‘Wie loopt daar? Daar loopt een man, wie is dat?’
‘De herder, de schaapherder.’
Het is heel grappig om de reacties te horen op een man die ineens opduikt op de heide. Op kinderhoogte is er geen schaap te zien. Ik zie pluizebolletjes boven de heide uitpiepen maar zij zien nog niets. We komen steeds dichterbij, stappen van het gras de heide op. Die structuur zorgt weer voor vragen en de vragen over de herder volgen. ‘Vraag maar aan de herder, zeg ik, hij weet het veel beter dan ik. En dan staan ze oog in oog met de herder, de honden en de schapen. De kinderen vinden het geweldig. De papa’s ook. Het is ook zo leuk om daar midden op de heide tussen te staan. Alle vragen krijgen een antwoord.
‘Ga je wel eens languit in de hei liggen’, wil ik weten. Het lijkt me dat een herder toch eens een heerlijk uiltje gaan knappen als de honden op de schapen passen. Maar nee, zo werkt het niet.
Mario en Luigi spreken ook tot de verbeelding. Het zijn de twee rammen in de kudde van verder alleen maar ooien en lammeren, ze mogen mee de hei op. Heel serieus wordt dat besproken. Ik ken toch echt een andere Mario en Luigi ….
We wandelen verder. Maken kennis met de jeneverbes, de potstal, de zwaluwen en uiteindelijk kennen ze allemaal de 4 soorten heide die het Dwingelderveld rijk is. Bij het insectenhotel blijf ik staan want daar is zoveel leuks over te vertellen. De allerjongsten haken af maar de rest vindt het echt heel leuk. Om af te sluiten met een schepnetje en een waterbakje waarin je de schatten uit het ven kan doen is een schot in de roos. Het maakt de excursie af en er is er maar eentje ernstig ontevreden. Zelfs de papa’s weten er geen raad mee….. of had hij toch nog langer met het schepnetje willen spelen.
Als ik binnenkom roep ik: ‘Wat hebben wij toch een geluk gehad met de excursie, geen druppel regen op ons pad’.
Neneh @ 18 juni 2011 20:36
Tweet