"Goedendag", zei de kleine prins.
"Goedendag", zei de koopman.
Hij verkocht uitstekende dorstlessende pillen.
Men slikt eens in de week een pil en
voelt nooit meer behoefte aan drinken.
"Waarom verkoop je die?" vroeg het prinsje.
"Het is een grote tijdsbesparing", zei de koopman.
"De geleerden hebben het uitgerekend.
Je bespaart drieënvijftig minuten in de week".
"En wat doe je dan met die drieënvijftig minuten?"
"Daar doe je mee wat je wilt".
"Als ik drieënvijftig minuten over had",
dacht het prinsje bij zichzelf,
"dan liep ik heel rustig naar een bron .."
"Alle grote mensen zijn eerst kinderen geweest
(maar slechts een enkele herinnert het zich). " - Antoine de Saint-Exupéry
Spreuk
'In een dwarsstraat kom je de mooiste dingen tegen'
Zo'n maand geleden haalde hij me voor het eerst op. Ik woon aan het eind van een hofje. Geen verkeer voor de deur mogelijk, alleen de fiets en step. Hij stond toen keurig op me te wachten en nadat ik was ingestapt reed hij achteruit het hofje uit. Althans, dat was de bedoeling. Het was 'kla..... bam', de auto sloeg af, zo schrok hij. Ik schrok niet eens meer. Het paaltje was net weer rechtgezet door de onderhoudsdienst van de gemeente. Ik weet precies waar het paaltje zich al jaren ophoudt. Niet eens verstopt achter een bosje of zo. Hij stapt uit en kijkt eens naar de schade. Jammer dan. Niks meer aan te doen. Ik zeg niet zoveel. Waarom moet ik ook in een hofje wonen met een paaltje op de parkeerplaats. Vanmorgen reed ik weer met hem mee. Ik kwam de hoek om en zag de auto. Achteruit geparkeerd met de voorkant richting plaatje. Ik stap in! 'Goedemorgen, zei hij, ik heb de auto maar zo geparkeerd dat ik het paaltje goed kan zien.'
Van wie komt de volgende uitspraak: "Zelfopoffering werd in de Surinaamse cultuur lange tijd als een deugd gezien, maar ik vraag me af of je daar nou echt zo gelukkig van wordt. De kans dat je verzuurt door je eigen behoeften te negeren, lijkt me niet gering."
Als ik loop te winkelen dan heb ik meestal alleen maar oog voor dat wat ik echt niet moet vergeten. Echt zomaar door een winkelstraat slenteren, mensen en etalages kijken, daar komt weinig van. Toch is ‘mensen kijken’ een favoriete hobby van heel veel mensen. 'Heb je die gezien', zegt degene die naast me loopt. Nee, niet gezien. Zo gaat het negen van de tien keer. Ik let er niet op. Vind het ook helemaal niet zo belangrijk hoe een ander loopt of eruit ziet. Hoge hakken, die je aan hoort komen, daar kijk ik naar. Hoe ze er recht op kunnen blijven staan of lopen is me een raadsel. Tegenwoordig zijn er van die bonte wijde broeken daar moet ik ook naar kijken. Gewoon mooi om naar te kijken. Maar verder? Nee, ik let er niet op. Als ik boodschappen doe dan moet ik mijn hoofd erbij gebruiken. Anders moet ik nog een keer ergens halverwege de week. Nu sta ik bij de vleeswaren. Ik wacht tot ik aan de beurt ben. Voor mij staat een man. Onsje dit, onsje dat. Ik wacht geduldig en kijk naar de man. Mijn ogen glijden van oor naar schoen en terug. Althans dat probeer ik. Ik blijf echter halverwege steken. Spijkerbroek, beetje vaal, best vaak gewassen. Niet strak, niet wat je noemt een geweldig spannende broek. Maar mijn oog wil niet meer los. Ik zie een vouw. Zo een die je ziet bij een deftig pak. Eerst zie ik de vouw aan de voorkant en omdat mijn ogen niet los willen duurt het niet zolang en ik zie de vouw ook aan de achterkant. Ik kan met moeite mijn afgrijzen binnen houden. Wie heeft zoiets verzonnen. Wie stuurt er een 'spijkerbroek in de vouw' naar de winkel voor een onsje vlees? Ik raak het beeld maar niet kwijt.
Ben jij ook uit je schoenen gewaaid zondag 27 oktober toen er voor het eerst sinds 12 jaar weer een heuse storm over het land raasde of ben jij iemand die dan toch denkt: 'ze kunnen me wat, ik laat me niet zien buiten.'
Extra werk krijg je van zo'n storm.
1. Vanmorgen (maandag) helemaal omrijden omdat de weg was afgezet vanwege dikke bomen over de weg. Dat was een kwartier extra in de auto. (ik was namelijk vlakbij het werk, maar mocht niet verder) 2. De raampjes (op het werk) hadden opengestaan in het weekend, je raadt het al, net zoveel blad binnen als buiten. 3. Zoveel takken en bladeren op het pad. Waardeloos voor de bewoners van het pand waar ik werk. Bladeren gaat wel want dat is een bekend verschijnsel maar takken daar kun je lekker over vallen als je slechtziende of blind bent. 4. Thuis kon ik niet meer door de ramen kijken. (mocht je ooit denken dat hemelwater schoon is dan weet je nu dat het niet zo is) Dus na het werk aan de slag met spons en sop om weer een doorkijkje naar de tuin te maken. 5. Daar noem je me wat Neneh, de tuin. Een slagveld. Niet dat er een boom omgevallen is maar wel heel veel blad en losgerukte takjes. Wat achterin de tuin lag ligt nu voorin.... 6. Voor het huis is de schade iets minder want daar heeft de wind 'vrij' spel. Ik denk dat er bij de buren nu heel veel blad ligt ;-)
Plasticuiteinden die op kleine veertjes rusten. Het is geweldig na zoveel jaar van tobben met de beugels die door de stof heen prikken of beugels die de wasmachine dwingen een andere route te nemen. Het draagcomfort gaat er op vooruit en de wasmachine gaat langer mee……….