"Goedendag", zei de kleine prins.
"Goedendag", zei de koopman.
Hij verkocht uitstekende dorstlessende pillen.
Men slikt eens in de week een pil en
voelt nooit meer behoefte aan drinken.
"Waarom verkoop je die?" vroeg het prinsje.
"Het is een grote tijdsbesparing", zei de koopman.
"De geleerden hebben het uitgerekend.
Je bespaart drieënvijftig minuten in de week".
"En wat doe je dan met die drieënvijftig minuten?"
"Daar doe je mee wat je wilt".
"Als ik drieënvijftig minuten over had",
dacht het prinsje bij zichzelf,
"dan liep ik heel rustig naar een bron .."
"Alle grote mensen zijn eerst kinderen geweest
(maar slechts een enkele herinnert het zich). " - Antoine de Saint-Exupéry
Spreuk
'In een dwarsstraat kom je de mooiste dingen tegen'
Amnesty gaat van 9 tot en met 15 februari 2003 voor het eerst landelijk collecteren. Amnesty hoopt hiermee een nieuwe inkomstenbron te creëren en meer landelijke bekendheid te krijgen. Om deze actie tot een groot succes te maken is Amnesty op zoek naar vrijwilligers: collectanten en coördinatoren. Bied u ons uw helpende hand door u op te geven als vrijwilliger? Amnesty zoekt nog vrijwilligers in de volgende gemeenten. Meer informatie vindt u op het aanmeldingsformulier
Van K-Noord ontving ik een prachtige kerstbal in vloeipapier, met daarbij de vraag om een kerstverhaal te beginnen. Kerstverhalen begin je niet zo. Kerstverhalen zijn doorgaans verhalen met inhoud, warmte, verdriet en vreugde. Een goed kerstverhaal brengt een boodschap waar je nog een tijdje over na loopt te denken. Ik denk dat de web/lifeloggers best inhoud neer kunnen zetten en daarom begin ik het verhaal en vraag aan Jenny of zij verder wil gaan met het kerstverhaal.
Ik sta op mijn tenen en nog kan ik er niet bij. Hoe zal ik dat nu eens doen? Ik kijk om me heen en zoek iets om op te staan, iets wat stevig genoeg is voor zo'n wiebel-figuur als ik ben. Er staat niets. Er staat wel iets maar dat ziet er van zichzelf al zo slapjes uit dat ik eerst maar eens beter rond ga kijken. Wie heeft het ook bedacht? Ik friemel eens in mijn jaszak, voel een pluisje en bekijk het pluisje eens aandachtig. 'Ja, jij kan er ook niks aan doen', zeg ik tegen het pluisje. Het moet niet gekker worden. Ik begin al in mezelf te praten. Hardop ook nog! Maar er is toch niemand die me hoort. Was het maar waar. Maar ik ben helemaal alleen, echt alleen. We hadden afgesproken dat we ongeveer tegelijk aan zouden aankomen, maar wie had nu kunnen bedenken dat er door een geweldige stroomstoring de één wel op tijd was en de ander niet. Ik was dus op tijd en ik was de enige. Gelukkig had ik het nieuws nog meegekregen anders had ik hier nu echt staan wachten. En wachten was het laatste waar ik zin in had. Wachten doe ik al te vaak. Laatst moest ik wachten in het ziekenhuis, echt wachten in een wachtkamer vol mensen. Het was wel een komen en gaan, maar niet in deze wachtkamer. Hoe is het mogelijk dat er zoveel beweging om je heen is en dat je toch stilstaat. Ik niet alleen trouwens. Heel de wachtkamer gevuld met mensen stond stil..... Ik kijk rond, doe een stap richting een deur. Nu ben ik op zolder, denk gevonden te hebben wat ik zoek en kan er niet bij. Toch maar naar beneden lopen voor een stoel, een trapje zal hier niet zijn. Had ik nu maar mijn eigen kerstballen meegenomen, scheelde een klim en misschien ligt het niet eens bovenop de plank, trouwens er ligt ook niks anders. Jenny had me verteld dat ze op zolder lagen. Was Jenny er maar. Zij wist wel raad. Zij weet altijd raad. Meestal spreken we heel goed af hoe we het gaan vieren. Zo ook dit jaar, gewoon met elkaar en dan eens zonder alle 'hightech' die we het hele jaar om ons heel stapelen. Misschien kan ik iets stapelen....... nee, ik wacht op Jenny . Ik weet het zeker, ik ga hout halen voor de kachel en eens kijken wat er nog meer te gebeuren staat........................
Eigenlijk heb ik helemaal geen tijd vanavond want er moeten 100 foto's op de website van school gezet en daar was ik wel even zoet mee. Maar ik moet toch even kwijt dat alles perfect is verlopen vanmorgen. De Pieten geschminkt en zelfs op tijd klaar. Het allerleukste vond ik de aanwezigheid van de Sint, zonder mijter, hij zit achter mijn pc. (let is snow, let it snow) en naast 'Kleine opschepper' die eigenlijk net wil doen of het hem allemaal niet aangaat. Hij was al heel vroeg een spelletje aan het doen op de pc. En kondigde aan dat hij dat vaker ging doen. Ik heb hem vriendelijk toegesproken!
Morgen slaap ik nog niet uit, maar zaterdag doe ik wel een poging!
Wie ga jij dit jaar verrassen met een surprise, zelfgemaakt. Of heeft Sint bij jou geen snaar geraakt? Moet jij niet vlug nog iets bedenken, wie jij misschien die sokken zal schenken.
Ze liggen al driekwart jaar in de kast, er is vast wel iemand die ze past. Zo kent Sint er vast nog wel een paar. Je raakt je spullen mooi kwijt aan het eind van’t jaar.
Ik weet dat Sint hier al is geweest. Maar zoonlief houdt vol, morgen is het feest Ik zit hier in de ochtend met 4 Pieten voor het bruin Bruin moeten ze worden van hals tot kruin
Zoonlief heb ik inmiddels maar ingelicht Ik vond dat toch zeker meer dan mijn plicht Hij zal morgen als hij ontwaakt uit de dromen Snel in een nieuwe droom terecht komen
Sint komt zijn Pieten halen met de bus Iedereen mag komen kijken, dus Al heeft de Sint geen mijter op zijn hoofd Nee, mocht je het denken, die is niet geroofd
Morgen gaan we een prachtfeest maken Met pepernoten en andere zaken Gekke grappen en dolle Pieten 6 december is het weer nagenieten.
'Kleine opschepper' was zondag bij vriendjes. Lekker spelen, binnen en buiten. Hij had het geweldig naar zijn zin gehad, zo vertelde hij. Ze hadden spelletjes gedaan. Er is niks leuker dan spelletjes. 'Ik vraag voor Sinterklaas ook monopoly. Dat is leuk.' 'Maar we hebben monopoly.' De oude editie met de Kalverstraat voor een habbekrats. 'Kleine opschepper' duikt de kast in en zoekt de doos en begint uit te pakken al was het een schatkist. Hij telt en schrijft alles op. Ik weet niet wat me overkomt. Vind je dit een leuk spel? 'Ja, ik wil het ook!' Hij bedoelt dat er een junior monopoly moet komen. Maar dit is net zo leuk en ook best te spelen. Als hij naar bed gaat ligt de doos leeg in de kamer en hij kondigt aan morgen verder te gaan.
Maandagochtend, ik maak het ontbijt en lunchpakketjes klaar. Ik mail nog snel iets wat ik was vergeten en luister naar het nieuws. Om half acht schuif ik aan tafel. 'Kleine opschepper' zit er al. Op tafel ligt het hele spel. Ik mag beginnen................
Somber donker weer, regenachtig en koud. Ik sta klaar om 20 minuten voor één. Kom maar op, kinderen, ik breng jullie naar de overkant. Veilig en zonder aarzelen. Ze komen met elkaar aanrennen en willen niet te lang wachten. Maar als het somber, donker, regenachtig en koud weer is dan is het drukker dan normaal. Dan komen er meer kinderen met de auto, in plaats van met de 'benenwagen'. Ik sta alleen, ik breng ze naar de overkant. Waar is mijn hulp? Wie wil graag met Sint in de zak naar Spanje? Ik sta alleen en ik val in. Dus sta ik nu in dit sombere, koude, regenachtige en donkere weer. Dat heb je nu eenmaal als je vaste invaller bent. Ze weten je altijd te vinden. Waar is mijn hulpje? Kind uit groep acht? Waarom kom jij niet opdraven? Ik sta klaar en zorg dat jullie veilig over kunnen steken. Eerst naar het midden van de straat, even wachten op elkaar en dan door naar de overkant. Afstappen van de step, niet fietsen tijdens het oversteken, niet zo hard lopen, wachten in het midden van de oversteekplaats.... en daar komen twee leerlingen aan. 'Wie moet u helpen?' 'Volgens mij is het Ewoud', maar hij is er niet.' 'Zal ik helpen?' 'Heb jij instructies gehad?' Ja.' Fantastisch, pak maar gauw de jas en het spiegelei. Met z'n tweeën loopt veel prettiger...... of is het veiliger?
Vanavond na het journaal ging het over de dreiging van terreur. Dreiging in Nederland en of wij Nederlanders eens iets minder naïef moeten zijn. ‘Ja’, was het antwoord. Volmondig ja. Ik moest even een paar dagen terug denken. Mijn dochter was thuis en we zaten te praten. Geen idee meer waarover maar opeens riep ze: ’Nu weet ik van wie ik 'het' heb!’ Dus ik vraag wat ze dan heeft. ‘Naïef, Mam, jij bent zo naïef! Ik heb het van jou.’
Het woord blijft om me heen hangen. Ik hoor het, ik lees het en het zit in mijn hoofd. Eerlijk gezegd vind ik het heerlijk om toch met die naïeve blik naar de wereld te kijken. Gelukkig kan ik dat. Dingen die ik mee heb gemaakt staan misschien in schril contrast met wat anderen soms mee maken. Niet dat ik geen erge dingen heb meegemaakt. Was dat maar waar. Alhoewel ze vormen ook. Nee, ik bedoel dat ik dat naïeve graag vasthouden wil. Maar ik doe er geen moeite voor. Het gaat vanzelf.
Toch moet ik er over nadenken. Het lijkt haast negatief en in je nadeel als je naïef tegen de wereld aankijkt. (wat zegt meneer van Dale) 1 natuurlijke openhartigheid, ongekunstelde eenvoud 2 onnozelheid