Gedichtendag gedichten

galerij 

2006

nationale gedichtendag

 

 

 

 
Met bijdrages van:
 
Chippie
Ferrie
Marleen
Edwin
Wies
Daisy
Mirre
Neneh
Tantieris
Linda
Chantal
Johan
Keekstar
Sandra
Maarten
Mieke
Ebelien
Esmee
Ann
Kim
Paool
Hansje
Berta
Hanscke

 

 

 

 

 

 

 

 

In een gedicht ben ik het veiligst



In een gedicht ben ik het veiligst
hier zullen mijn dagelijkse vervolgers
me niet kunnen vinden.

Hier ben ik als Adam
in mijn eigen woud:
elk woord een toevluchtsoord,
een scherpe bijl,
een kogel,
een trouwe, gehoorzame hond.
En ik hun meester
en pleegkind.

Hoewel verwond
en getroffen
weet ik me in een gedicht het veiligst.


uit: 'Tolk van het moment', 1999

Schrijver: Vjekoslav Vukadin

 

 

Chippie

 

   

vrienden betreden
met vilten pantoffels
het pad naar mijn
binnenste

vijanden gaan
met stampende laarzen
dwars door mijn
innerlijk heen

 


Hanscke

 

 

 

 

 

Geen brief – Ingmar Heytze

 

Er is nog steeds geen brief van jou
en wachten is verloren tijd:
waarschijnlijk ben je afgeleid
door het wuiven van de palmen
en de jongens op het strand.

 

Soms hoor ik van het reisbureau
dat je vandaag begonnen bent,
althans, als ik me niet vergis,
alvast een ansicht hebt gekocht
en bent gaan zitten in het warme zand.

 

Natuurlijk gaat er steeds iets mis:
de zon droogt alle pennen uit,
de wind ontvoert de kaart naar zee,
de branding spoelt de woorden weg
en spuugt de resten op de kant.

 

Hier kruipt de vorst al in de grond.
De dagen worden kort en grauw,
de nachten kouder – elke ochtend
blijft de deurmat langer leeg
en weer is er geen brief van jou.

 

Verschenen in: Sta op en wankel, 1999

Edwin
 

 

 

 

 

 

 

Moeder


een eerbetoon aan alle moeders, ook voor die van Rembrandt.

achtentachtig is ze
still going strong.
versleten heup dat wel
en last van haar rug,
ze moet ook meer bewegen.

een boek lezen wil niet lukken
haar hoofd is veel te druk
en haar ogen gaan zo achteruit,
het brilletje ligt vlakbij
maar te snel is ze afgeleid.

zit ik stil genoeg, jongen?
vraagt ze als ze poseert
moet ik kijken?
moet ik lachen?
zit ik goed zo, jongen?

nog geen dag verveeld nog
zo vaak komt er visite.
nee, ik denk niet aan hem
het was zo naar, hè,
in die laatste dagen.

kom je morgen weer?
er is nog een klusje,
maar het mag ook volgende week.
en zoek je dat nog even uit.
je hulp heb ik echt nodig.

 

 

 

ferrie
schrijft op notitieblogje.nl
is initiatiefnemer van de taalspeeltuin
ontwikkelaar van diskotabel.net
 
 

 

 
 
 
Je vroeg me hoe het voelde
ik dacht en zei als afscheid alleen
ik ben er nooit geweest misschien
ik volgde jou

 

Je blik weerspiegeld in het raam naar
buiten er was regen er was donker
tranen op het glas wil je proberen
er niet meer te zijn?

 

Ga weg, ’s nachts als ik niet slapen kan
of overdag met ogen dicht
je verliet mij mijn lichaam 
weet steeds meer hoe missen voelt

    

© Marleen Schoonen

 
 
 
 
 
 
 
 
Wieg

Geur van honing
en jonge melk,
van een nestdiertje
dat slaapt.
Een ademhalen van dons.
En speurbaar
aan de neusvleugels
de geur van wat gebeurd is:
geboorte,
geheim.
 
 
Ida Gerhardt
 
 
 
 
 
 
Neneh
 

 

 
 
 
Terwijl ik kijk naar de lucht
Stroomt over m'n wang een traan
Ik zie de sterren en ik zucht
Waarom ben jij van mij gegaan
Zussen zijn we jij en ik
In oktober ging je heen
In mijn keel borrelt een snik
Ik voel me zo alleen...
 
 

 
© Daisy
 

 

 

 

 

 

 

projectie

Het zal wel donker zijn, en stil, als je er niet meer bent.
Misschien zo stil en donker als het ademloos moment
waarop het zaallicht dimt voordat de film begint,
 
dat ogenblik. De hele eeuwigheid. Misschien.
Maar als je droomt dat je een vlinder bent,
kun je evengoed een vlinder zijn
die droomde dat hij mens was.
 
Je mag dit nooit vergeten. Op een dag
kust een van ons de ogen van de ander dicht
en moet dan weten: dit is louter pauze totdat alles
weer opnieuw begint. Jij en ik - geen stof, maar licht.

 

Ingmar Heytze - uit de bundel:  Alle 24 goed. 

Wies

 
 

 

 

 
Aan een gehandicapte vriend.
 
Ik sta altijd verstomd,
dat er vogels zijn
die in een kooi gevangen
toch nog zingen kunnen.
Ik heb altijd je optimisme bewonderd
Je hebt gelachen, mensen getroost
en moed gegeven,
ofschoon je een gevangen vogel bent
met gebroken vleugels.
Je zit vast in je rolstoel gekluisterd.
Soms zit je zo vast
en wordt alles donker
als in de donkerste nacht.
Dan weet je niet meer
of je nog verder leven wilt.
Maar je geest is sterker dan je lichaam.
het steekt telkens weer een klein lichtje aan
zo klein soms als het vlammetje van een kaars
en je ziet weer iets
en dan komen er vrienden,
die je verzoenen met het leven
en dan zijn er je vrouw, je kinderen,
die je nodig hebben,
je aanwezigheid, je glimlach , je vriendschap
je gelooft weer in jezelf
en in het leven.

 

Uit: Een gelukkig mens is er twee waard
van: Phil Bosmans
(mijn favoriete dichter en schrijver)
 
 
Linda  
 

 

Bemin mij

Fluwelen ogen, troebel van verlangen
voel ze branden op mijn huid.
één ademtocht afstand
tijd te vangen
ik wil nu
buit
 
ik zoek
de rush, de
rush van het
beminnen, ik zoek
de rush, de rush … de rust
ik zoek de rust, de rust om te vinden
te vinden voor de nacht mij wakker kust

 

 

 

© Mirre
 

 

 

 

 

A Child Smiles

 

Only in a world of freedom,
Can a child unfold and bloom.

Only with the sun piercing right through the dark hut,
Can a child see the wonderful sights of this world.

Only in an ocean of unprejudiced love,
Can a child speak to its heart's content.

Only through the eyes of soft empathy,
Can a child see its true reflection.

Only in surroundings of unadulterated society,
Can a child open its mind wholesomely and dream.

Only when applauded at its tiniest achievement,
Can a child come to know its hidden potential.

Only in lanes without propagation of caste,
Can a child recognize its own identity.

Only in the cradle of happiness,
Can a child fantasize and create.

Only in vicinity of the learned,
Can a child imbibe the essentials of life.

Only in the pages of medieval history,
Can a child understand its ancestors better.

Only in unpolluted waters of the Ganges ,
Can a child splash its hands and wholeheartedly swim.

Only without discrimination of gender and status,
Can a child flourish to achieve its goal.

Only in the gentle hands of its mother,
Can a child shield its eyes and sob.

And Only in an atmosphere of complete equality,
Can a child stimulate his urge for learning, prosper
and SMILE.

Nikhil Parekh

 

Chantal

 

Huiselijke aubade

 

Nog
En nog
En nog
Ben jij mijn liefste
Dag en nacht en dag
Ben jij mijn liefste
Tot vervelens toe
Ik hoor je slapen, ik hoor
In de ochtend je slaap
Zijn ogen opendoen.
Licht loopt op kousenvoeten.
Door de kamer, gaat
De trap af, dekt
De tafel met trage ovalen
Gerinkel en koffie beklimmen
Het traphuis en roepen
Ik slaap nog wat na
In je afdruk, zink weg
In je diepdruk, verdwijn
In die vormvaste leegte.
Ik slaap op de wijze van jou.
En het zingt in mijn slaap
En je zingt het mij na, ja
Nog en nog en nog
Bij jij mijn liefste
Tot vervelens toe.
En dag en nacht en dag
Ben jij mij liefste 
 
Leonard Nolens

 

Tantieris

 
 
 
 
 
 
Dat ik je aanspreek,
stom hart,
is natuurlijk complete waanzin, je bent
een generieke gegeven uit de cultuurgeschiedenis
 
Dat betekent: een sterrennevel,
drijvende paddesnoeren, een parcours d'accidents
een zon die in het zwart verkeert
napalm, Reihung, een nevengeschikte wereld
en we schrijven entropie
 
Het is een woord,
hart,
tegen de wereld
Net zo goed kan ik tegen
de afgrond staan schreeuwen, een canyon waarlangs
op zorgvuldige plaatsen
een houten framepje werd opgesteld
met de vermelding Take Picture Here KODAK
 
Uit: Dirk van Bastelaere, Hartswedervaren (2000)

 

Maarten

 

 
 
Het is koud
Ik voel je niet meer
Waar je bent
Je komt nooit meer
 
Het is kil
Ik zie je niet
Geen enkel gevoel
Dan een rugzak vol verdriet
 
Als je weer gaat
Een andere keer
Een ander leven
Bel je dan even?
 
Ik weet ook wel dat dat
Nergens op slaat
Dat je nooit weet
Wanneer er iemand vergaat
 
Maar toch…
 
 
 
© Keekstar januari 2006
 

 

 

 

 

De kat

Kende God mijn poes uit het hoofd
voordat hij besloot haar te scheppen?
Indien ja, hoe dan wel, als de kleine
zo kwetsbare anderhalf ons
warm elektrisch met spier gevuld bont,
als de speelse kwaaie meid
met de poot om de stoelpoot
de kattekop scheef daarachter,
als de kleine hete heks,
het sluipjagend monster,
de slapende of zich uitrekkende kat
die ontwaakt en mij ziet en gaat spinnen?
Welk beeld ging dit tijgerminiatuur,
dat God zag en hij zag het was goed, vooraf,
hebt U nog een werktekening, God, van mijn kat
of was zij een woord, zomaar een experiment?

J.B. Charles, "De gedichten tot 1963"

 

 

Hansje

 

 

 

Mocht je me vergeten

Mocht je me vergeten
wil ik dat
je één ding weet:
Als ik kijk naar de kristalmaan,
de rode tak van trage herfst
bij mijn raam,
als ik, bij het vuur gezeten,
de ongrijpbare as neem
of rimpelig lijf van brandhout,
weet je,
dat alles mij tot jou voert,
alsof alles wat bestaat,
geuren, licht, metalen,
scheepjes zijn die varen
naar jou eilanden
die me verwachten.
 
Welnu dan,
als beetje bij beetje
jouw liefde voor mij minder wordt,
zal beetje bij beetje
mijn liefde voor jou minder worden.
 
Als je me plotseling vergeet,
zoek me niet,
want ik zal je reeds vergeten zijn.
 
Als je de wind van vlaggen
die door mijn leven waait
waanzinnig en lang vindt,
en je besluit
me aan de oever te laten
van het hart waarin ik wortel
bedenk
dat op die dag, op dat uur,
ik mijn armen op zal heffen,
dat mijn wortels naar buiten komen
om àndere grond te zoeken.
 
Maar als je dag na dag,
uur na uur, voelt
- onverzoenlijk lief -
dat je voor mij bestemd bent,
als, dag na dag, een bloem
aan je lippen ontstijgt
om mij te zoeken,
ach dan, allerliefste,
komt dat vuur weer in mij op,
in mij blust niets
of wordt vergeten,
mijn liefde voedt zich
aan jouw liefde:
zolang je leeft
zal mijn liefde
in jouw armen zijn
zonder mijn armen
te verlaten.



Pablo Neruda (1904-1973)

 

Berta

 

Anti - Fries

 

Als Holland winters is getooid

En wij van kou welhaast verrekken

Blijkt Friesland dichtbevolkt met gekken

Die ’s winters gekker zijn dan ooit.

De maffe koppen, strak gelooid

Ontspannen plots in losser trekken

Terwijl zich rond de stuurse bekken

Een soortement van glimlach plooit.

  

In onverstaanbare gesprekken

Worden dan praatjes rondgestrooid

Die ijdele verwachting wekken,

Totdat de goden, als het dooit

De hoop der dwaze halzen nekken.

Nee, de elfstedentocht komt nooit!

1982

(Driek van Wissen)

 

Johan  

 
 

 

 
Elfstedentocht
 

Steeds als er vorst is denkt de Fries: vorst
En controleert het water op de dikte van de korst
Koorts in elf steden. Kan de tocht gereden?
Het antwoord komt vanzelf, van de raad van elf
De elfstedentocht, zo verknocht, aan Berenburg, Berenburg

Opa Nauta heeft de tocht ooit eens gemaakt
In alleen een onderbroek en verder poedelnaakt
'k Ben speciaal vertrokken, kleumde hij, want ik ben al oud
In een lange onderbroek en nog heb ik het koud
De elfstedentocht, in de bocht, met Berenburg, Berenburg

Tjibbe, Sjoerd en Wibbe die zouden het wel rooien
Tjibbe, Sjoerd en Wibbe die zaten mooi te klooien
Zijn in een wak gereden, volledig overleden
Zo heb je 't over Friezen, zo heb je 't over dooien
De elfstedentocht, door de bocht, met Berenburg, Berenburg

Over dooi gesproken: in wereldoorlog twee
Werd hij vaak gereden, het weer zat vreselijk mee
Een koude oorlog, dat is waar, drie schaatsers vroren dood
Was toen niet zo een bezwaar: het ging van de grote hoop
 
(Herman Finkers )

Johan

 
 

 

ZAL IK WEGGAAN?
 
Zal ik weggaan?
Zal ik verdrietig worden en weggaan?
Zal ik het leven eindelijk eens onbelangrijk vinden,
mijn schouders ophalen
en weggaan?
Zal ik de wereld neerzetten (of aan iemand anders geven), denken:
zo is het genoeg,
en weggaan?
Zal ik een deur zoeken,
en als er geen deur is: zal ik een deur maken,
hem voorzichtig opendoen
en weggaan- met kleine zachtmoedige passen?
Of zal ik blijven?
 
Zal ik blijven?
 
Toon Tellegen

 

 

Mieke

 
 
 

 

 
 
Verwonder je
 
Begin iedere morgen
weer opnieuw,
 
begroet het licht,
vier je lichaam
omhels het leven,
 
niets is gewoon,
alles is een wonder,
 
alles
tintelt van geboorte,
 
begin iedere morgen
weer opnieuw,
haal diep adem,
 
open je ogen,
de ogen van je ziel -
en verwonder je.
 
- Hans Bouma -

Ebelien

 

 

 

Het Weerzien

Immer vervaarlijk blijft het schilderij.
Rivierlandschap van Salomon Ruysdael.
Rivierlandschap met veer en overhaal.
De zomer is voorbij. Octoberlucht.
Statig vaart onder wolken, tegen tij,
het grootzeil op, ik denk komend van Dordt,
een machtige tjalk. Licht wordt er uitgestort
in gouden banen, maar de atmosfeer
draagt al verandering. Er komt onweer.
Van overzee, in tweespalt levenslang,
aanzie ik Holland, in dit groots gericht
van licht en donker. -- Vóór zijn nedergang.

 

Ida Gerhardt

 

Sandra

 
 

 

 

 

Christus als hovenier

Zij dacht dat het de hovenier was. Joh. 20:15

Eén Rembrandt kende ik als kind goed:
de Christus met de grote hoed
wandelend in de ochtendstond.
En, naar erbij geschreven stond:
Hij was een hovenier.

En nòg laat ik mijn tranen gaan
als in de gaarde ik Hem zie staan,
en - wat terzijde - in stille schrik
die éne, zij die dacht als ik:
Het was de hovenier.

O kinderdroom van groen en goud
géén die ontnam wat ik behoud.
De laatste hoven naderen schier
en ijler wordt de ochtend hier.

Hij is de hovenier.

 

Ida Gerhardt

Sandra


 
 
 

 

 
Je bent niet hier
maar ergens.
Ik ben daar niet.
Al is het er,
dat ergens,
ik vind het niet.
Ik vind het niet
dan ergens,
waar jij nu bent.
Waar ik niet ben,
ik die alleen maar
ergens voor jou ben.

Mark Insingel

 

 

Kim

 

 

 

Ik heb je lief, al kan ik het niet weten,
Ik bedenk het als je thuiskomt van een dag
in je leven. Maar het is geen gedachte.
Je streelt mijn wang en wie weet,
dat gebaar. Het wordt duizend keer gemaakt
voor het bestaat. Hangt je jas aan de kapstok,
iets van niets, maar morgen ontbreekt het
misschien. Of schudt de dag uit je haar.
Wat ik dan daarin zie, is het begin.
Het huis ontstaat, de tafel neemt plaats,
wij veroorzaken elkaar. Het is toch niet
denkbaar dat iemand dit alles verzint.

Bernard Dewulf

 

 

Kim

 

 

Je brief gekregen
een beetje kapot
van het stukje wit
tussen twee zinnen.

Hier stokte je stem
begaf je adem
zat ik naast je.

Het mooiste in je brief
is het stukje zwijgen
tussen twee zinnen.


Gil vander Heyden 

 

 

Paool

 

 

 

**je bent zo
mooi
anders
dan ik, ~

natuurlijk
niet meer of
minder
maar ~

zo mooi
anders, ~

ik zou je
nooit ~

anders dan
anders willen.
(hans andreus) **

 

Ann