Ik kan niet kiezen

‘Mag ik me even voorstellen, ik ben Hans’. De sfeer zit er direct goed in. Hij heet Hans, ik heet Grietje en zo begint de reis naar Zwolle als in een sprookje. Het is echt geen sprookje. Helemaal niet zelfs. Liggend op de brancard in de ambulance zie ik Hoogeveen verdwijnen. ‘Tot straks’, denk ik, ‘of misschien ook niet’, denk ik erachteraan. Het kan alle kanten uit, alleen niet naar huis. Daarvoor is het te ernstig. Ik heb me er bij neergelegd. Wat moet dat moet en als het moet dan wil ik moed houden en niet constant denken ‘Was ik maar thuis’. Dan, ja dan word ik verdrietig. Ik mis mijn thuis, mijn dagelijkse dingen, mijn loopje in de tuin, mijn alles.

Ik zit bij Hans in de ambulance en Paul zit achter het stuur. Ik laat me rijden. Hans leest de papieren en stelt ondertussen de vragen. Wat willen ze toch onwijs veel van me weten. Elke dag opnieuw. Ik maak een foto als we om de hoek rijden. Mijn voeten worden heel warm onder de dubbele deken en ik wurm ze daaronder vandaan. De zon schijnt niet, het waait heel hard en Hans geeft antwoorden op mijn vragen. Hij heeft veel ervaring en geeft uitleg. Over het hart, reanimeren, protocollen en levenservaring. Hij geeft me meer informatie dan een cardioloog in de afgelopen jaren heeft gedaan. Die ziet alleen een hart. Hans ziet een Grietje, een vrouw, moeder, dochter, zus, vriendin van velen. Een blij en opgewekt mens met een probleem in de motor. Hij is dat halve uur mijn Hans. We nemen afscheid naast mijn nieuwe bed,

ik ga zitten, wacht af. Krijg weer vragen, een nieuw infuus waar ze 6 keer voor moeten prikken. De O.K. kleding ligt klaar. Ik ben een uur te vroeg in Zwolle dus ik wacht een uur langer. Ondertussen knoop ik wat gesprekken aan. Gaat er eentje compleet over de rooie. *stress. Er wordt iemand opgehaald voor de operatie. De koffie en thee gaat aan mijn neus voorbij en zo verstrijkt de tijd. Ineens is het 13:00 uur en komt de zuster aangerend. Ze hadden niet gebeld en ik ben direct aan de beurt. Snel uit de kleren en in de rare soepjurk met een sluiting in de nek die een striem in de hals trekt. We gaan de lange gangen door. Dan trekken ze een jas aan en iedereen draagt een netje op het hoofd. Ik ook. Hoera, ik word steeds mooier en samen lachen we erom. Dan schrikt er iemand wakker. ‘Oh, de oorbellen heeft u nog in’. ‘Waar zal ik die laten’, zeg ik. ‘Trek de muts maar wat verder over de oren’. En zo sjezen ze verder de gangen door. De bocht om en daar zetten ze me in een klein halletje. De overdracht is een feit.

‘Mag ik me even voorstellen, mijn naam is Hans’. ‘Grietje’, zeg ik.

En weer is het een Hans die vragen stelt, me op mijn gemak stelt. Uitlegt wat ze gaan doen en hoe. Dan wil hij weten wat ik doe. ‘Hij voelt een leuk personeelsuitje aankomen. Nee, liever geen blotevoetenpad, maar eten uit de natuur…’. Dat heeft wel zijn voorkeur. Ik krijg uitleg. Hans is aardig en stelt me helemaal op mijn gemak. De Italiaanse cardioloog komt binnen en stelt zich voor. Ik vraag het nog een keertje en geloof het dan wel. Hij zit verstopt achter jas, muts, mondkapje en ik versta hem nu al niet. Hij gaat zijn werk doen, katheteriseren maar met nog een extra onderzoek erbij. Ik droom weg, loop over de heide, de zon gaat onder, de heide kleurt. Dan loop ik in het bos, takken versperren mijn weg…

‘Mevrouw…, nu komt de vloeistof, luistert u mee naar de aanwijzingen, ik heb het uitgelegd, u kunt benauwd worden maar dat zakt ook snel weg’.

Ik krijg het op z’n zachts gezegd ‘Spaans benauwd’. Zo is het. Die mooie dagdroom in het bos werd ruw verstoord door het onderzoek. Hans meldt dat ik nog een zelfde onderzoek krijg, waarop de arts zegt dat het niet meer hoeft. Hij heeft voldoende informatie. Ineens is het voorbij. Alle toeters en bellen weer weg, drukverband om de arm, overstappen op mijn bed en terug naar de afdeling. Hans houdt niet langer de wacht. Tot hij aan mijn bed verschijnt en vertelt wat het onderzoek heeft uitgewezen. ‘Het is echt nodig dat er iets gaat gebeuren. En dan komt het verhaal. Een bypass-operatie voor Grietje.

Ik kijk Hans aan en zeg ‘Wat moet, dat moet’. Ze zijn beide aardig, Hans. Ze geven me moed. Het lijkt een sprookje, maar het is het niet. En als ik zou moeten kiezen, dan kies ik toch voor Gert. Maar vandaag had ik twee keer een Hans aan mijn bed. De tekenen zijn gunstig. Lees: over online casino

De boodschap kunnen ze niet leuker maken. Ik ook niet, ik wil nog graag een aantal feestjes vieren, genieten van het leven, de leukste dingen doen.

Volgende week, als alles goed gaat word ik volgende week dinsdag geopereerd. En ik voel al jullie steun om mij heen… Want daar kan ik niet zonder!


Online casino en Neneh –  Dat gaat maanden duren –  Waaknaald –  Keek op de week –  MisschienZij is er even niet –  Ik kan niet kiezen